De Nederlandse rechtspraak experimenteert sinds enkele jaren met rechtspraak dichter bij de burger. Voorbeelden zijn de Rotterdamse regelrechter en de Haagse wijkrechter. Het doel hiervan is om de rechtspraak toegankelijker te maken en maatschappelijk problemen duurzamer op te lossen. De officiële evaluatie van deze experimenten heeft nog niet plaatsgevonden, dus bestaan er geen harde cijfers over de effectiviteit ervan.

Daarop vooruit lopend heeft het WODC kwalitatief onderzoek gedaan naar zowel de Nederlandse experimenten als de Belgische en Franse vredesrechter. Dat onderzoek bestond uit desk research, interviews met betrokkenen bij de experimenten en een expert meeting met vooral vredesrechters. Hieruit concluderen de onderzoekers dat rechtspraak in nabijheid van de burger een aanwinst is.

Kosten-baten

Enerzijds zijn de kosten van de nabijheidsrechter hoger, omdat het aantal zittingen en de duur ervan toeneemt. Ook de zittingen op locatie kosten extra geld. Daar staat tegenover dat deze rechtspraak laagdrempelig is en het de rechter vaker lukt om een onderliggend maatschappelijk probleem aan te pakken. Het is volgens de onderzoekers niet mogelijk de kosten en baten cijfermatig met elkaar te vergelijken.

foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie