Op 7 januari kreeg mr. X per e-mail een aankondiging: de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden stuurt u een aangetekend stuk. Misschien moest mr. X even moed verzamelen, misschien keek hij weinig in zijn inbox – in elk geval klikte hij pas op 9 januari op de in die aankondiging opgenomen link. Daarop floepte de aangetekende e-mail zijn postvak in, en daarmee de uitspraak in zijn tuchtzaak. En kon hij lezen dat hij door de raad van discipline was geschrapt.

Op 8 februari diende mr. X per e-mail een beroepschrift in tegen de beslissing, die de raad volgens hem op 9 januari aan hem had verzonden. Nou is de beroepstermijn dertig dagen, dus dat zou nog net op tijd zijn. Maar volgens de deken (klager) moest 7 januari gelden als datum van ontvangst – en dan zou mr. X te laat zijn.

Het Hof van Discipline deed navraag bij de raad van discipline en zelfs bij KPN Aangetekend Mailen: hoe gaat zoiets in zijn werk? Ze kregen een ‘Aangetekend Mailen statusoverzicht’ waarop precies te zien was wanneer de berichten waren verzonden en afgeleverd, en wanneer mr. X de aangetekende mail had opgevraagd. Ook ontvingen ze een verwijzing naar een uitspraak van Rechtbank Noord-Holland uit 2017 over aangetekend mailen. Volgens die uitspraak kan ‘met de ontvangst van de aankondiging door de mailserver […] worden gezegd dat de e-mail het digitale postvak van [eisers] heeft bereikt.’

In navolging daarvan oordeelt het Hof van Discipline dat mr. X op 7 januari wist of kon weten dat de beslissing van de raad aan hem was gezonden. Dat betekende, aldus het Hof, dat mr. X tot en met 6 februari beroep kon instellen.

Mr. X was dus te laat met zijn appel, het Hof verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie