Op 1 juni van dit jaar treedt de wet in werking die bepaalt dat minderjarige verdachten die zijn aangehouden zich bij politieverhoor moeten laten bijstaan door een advocaat. De wet vloeit voort uit een Europese richtlijn.
Reinier Feiner, (FeinerIwema Advocaten, Rotterdam) bestuurslid van de Vereniging Jeugdrecht Advocaten Rotterdam (VJAR), ziet het wetsvoorstel aanvankelijk als een kans voor de advocatuur en de rechtspositie van de minderjarige verdachte. Totdat blijkt dat het ministerie geen extra geld heeft vrijgemaakt. Voor een eenmalige vergoeding van 1,5 punt (€ 197,05 inclusief btw) kunnen advocaten van jonge verdachten gedurende drie dagen, en een maximum van negen uur per dag, onbeperkt worden opgeroepen.

MariettevanPelt en ReinierFeiner
Mariëtte van Pelt en Reinier Feiner, bestuursleden van de Vereniging Jeugdrecht Advocaten Rotterdam. Beeld: Jiri Büller.

Feiner: ‘Dat gaat zo ver, dat ik door een wachtcommandant werd gebeld, terwijl ik mijn dochter van de bso aan het afhalen was. Hij zei: Je moet nu komen. Niet: we gaan het verhoor samen plannen.’

Winkeldiefstal

Mariëtte van Pelt (Van Vollenhoven Advocaten, Rotterdam), eveneens bestuurslid van de VJAR, staat begin juni een meisje bij dat wordt verdacht van winkeldiefstal. De volgende dag, zaterdagochtend negen uur, wordt ze opnieuw ontboden, in verband met vervolgverhoor. Als Van Pelt aangeeft niet in de gelegenheid te zijn, wordt bericht dat dat gemeld wordt bij de officier van justitie. De advocaat zegt: ‘Prima. Ik ben niet bij u in dienst, ik heb deze afspraak niet gemaakt, ik krijg er ook niet voor betaald. De enige onbezoldigde partij aan tafel ben ik. ­Maandagochtend tien uur kan ik weer.’

Aan de consequenties van de nieuwe wet heeft niemand gedacht, concludeert Reinier Feiner. ‘Eigenlijk werd de verplichting eenzijdig op de advocatuur afgeschoven, zonder dat daar iets extra’s tegenover stond.’

Feiner stuurt op 13 juni een brandbrief aan de Raad voor Rechtsbijstand en de minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Vereniging Jeugdrecht Advocaten Rotterdam (VJAR), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (VNJA), de Haagse Vereniging van Jeugdrecht Advocaten (HVJA) en Jeugdrecht Advocaten Amsterdam (JRAA). Daarin vraagt hij om een adequate regeling en een adequate vergoeding, op zeer korte termijn. ‘Mocht u geen uitvoering willen geven aan dit verzoek dan zullen de gespecialiseerde advocaten in overweging nemen en masse hun verplichting te beperken tot hetgeen waartoe de overheid hen in redelijkheid in staat stelt.’

De bestuursleden van de VJAR besluiten dat, als het ministerie hen niet tegemoetkomt, ze zich per 1 oktober en masse uitschrijven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Feiner: ‘Als bestuursleden vonden we dit unaniem de Rubicon, de grens. Als we dit lieten passeren, zou het gewoon ophouden.’

Brandbrief

14 juni: De politiek mengt zich. De Kamerleden Van Nispen (SP) en Raemakers (D66) stellen vragen aan Dekker over de brandbrief van de jeugdrechtadvocaten.

18 juni: Er vindt overleg plaats tussen de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) en het ministerie van Justitie en Veiligheid, waarbij de niet toereikende vergoedingen en de brandbrief aan de orde komen. De NOvA dringt aan op een snelle oplossing.

19 juni: Opnieuw overleg op het ministerie. Deze keer zitten de NOvA, de Nederlandse Vereniging van Jonge Strafrechtadvocaten (NVJSA), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (VNJA), de Vereniging Jeugdrecht Advocaten Rotterdam (VJAR) en ambtenaren van Justitie en Veiligheid aan tafel.

Feiner zegt erg te zijn geschrokken van de kwaliteit van het wetgevingsproces. ‘Ik merkte dat er bij het ministerie zo’n grote afstand was tot de praktijk, dat de kennis ontbreekt hoe het er nou feitelijk aan toegaat bij zo’n piket.’

Tijdens het overleg verkondigt Feiner dat de boel per 1 oktober platgaat, als er geen oplossing komt. ‘Voor ons was echt van belang: als we het zeggen, dan moeten we het ook doen. Ik wist dat er onder Rotterdamse jeugdrechtadvocaten grote bereidheid was voor de werkstaking.’ Van Pelt: ‘Ja, als je blaft, moet je ook bijten.’

Dezelfde dag stuurt de Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid een brief aan Dekker waarin hem opnieuw wordt gevraagd te reageren op de brandbrief van Reinier Feiner.

Het antwoord volgt op 4 juli. Dekker belooft op korte termijn in overleg te treden met de (jeugdrecht)advocatuur.

9 juli: De VJAR neemt contact op met de Rotterdamse deken Peter Hanenberg voor praktische consequenties van een werkstaking van jeugdrechtadvocaten gedurende drie maanden. Feiner: ‘De deken begreep dat het zo niet kon en steunde onze actie.’

Er was nog een alternatief plan: een stiptheidsactie. Die hield in dat advocaten alleen naar het eerste verhoor zouden gaan, maar niet naar de vervolgverhoren. Hanenberg adviseert dat plan te laten varen. Feiner: ‘Zijn boodschap was dat zodra je de piketmelding accepteert, je de rechten van de minderjarige moet behartigen en de verplichtingen die daarbij zijn opgelegd, hoe onterecht ook, moet nakomen.’

16 juli: De VJAR stuurt een brief naar haar achterban, met daarin de oproep deel te nemen aan de werkstaking per 1 oktober en het standpunt van de deken over de staking. Daarbij kondigt de VJAR een informatiebijeenkomst op 29 augustus op de Rechtbank Rotterdam aan. Dan zal het bestuur haar leden informeren over de beantwoording van de Kamervragen en de laatste stand van zaken.

Begin augustus: De Haagse Vereniging Jeugdrechtadvocaten en de Raad van de orde van advocaten Noord-Nederland zoeken contact met de VJAR en ze sluiten zich aan bij de actie. Ze mobiliseren hun achterban.

12 augustus: Wederom overleg op het ministerie. De gezamenlijke advocatenverenigingen en de NOvA brengen naar voren dat er niet alleen sprake is van een Rotterdame kwestie, maar dat het om een landelijk probleem gaat. Feiner: ‘Op het ministerie werd gezien dat er iets geregeld moest worden. Ik merkte dat we in een onderhandelingspositie terechtkwamen. Mijn voorstel was om jeugdrechtadvocaten voor elk vervolgverhoor 1,5 punt extra te geven. Dan kun je, als dat nodig is, ook een vervanger sturen, dat is heel praktisch. En het is eenvoudig in te voeren. Je kunt het tijdelijk doen, totdat je een beter beeld hebt van de feitelijke kosten. De vertegenwoordiger van het ministerie wilde liever geen openeinderegeling, maar iets forfaitairs.’

Tussen 12 en 16 augustus benaderen de bestuursleden van de VJAR, Roosmarijn van Leur, Lia Deiman, Wietske Arema, Mariëtte van Pelt en Reinier Feiner de 172 jeugdrechtadvocaten in Rotterdam met de vraag om mee te doen aan de werkstaking van drie maanden per 1 oktober.
Feiner: ‘Er waren advocaten die wel wilden meedoen, maar zich afvroegen of dan andere advocaten hun diensten zouden overnemen. Ze wilden zeker weten dat alles helemaal plat zou liggen.’ Van Pelt: ‘Er waren ook vragen over voorkeurspiketten. Sommige families vragen echt naar een specifieke advocaat. De advocaat kent deze families al geruime tijd en wil ze niet teleurstellen.’ Feiner: ‘En weer andere advocaten vroegen zich af wat dat betekent voor de rechtsbijstand van strafzaken voor minderjarigen, konden ze die wel gewoon blijven doen? Er waren veel dingen die we moesten uitzoeken.’

Op 20 augustus beantwoordt Dekker de Kamervragen van Van Nispen en Raemakers. Net zoals in zijn brief van 4 juli zegt hij toe op korte termijn met de jeugdrechtadvocaten in overleg te treden.

22 augustus: Het kantoor Vlug Huisman Maarsingh Strafpleiters (Deventer) maakt op Twitter bekend te stoppen met het minderjarigenpiket. RTV Oost besteedt daar aandacht aan. Andere jeugdrechtadvocaten in Overijssel volgen het initiatief.

23 augustus: Richard Korver ­(Richard Korver Advocaten, Amsterdam) twittert: ‘Het gaat goed met de rechtsstaat en het land, maar niet heus! Dit kabinet maakt meer kapot dan je lief is…’

Op 24 augustus kopt dagblad Twentsche Courant/Tubantia: ‘Advocaten stoppen met slecht betaald jeugd­piket’. Twee dagen later, op 26 augustus licht Joren Veldheer, voorzitter van de NVJSA, bij EenVandaag toe wat de gevolgen zijn van bezuinigingen op de sociale advocatuur.

Meer tijd

28 augustus: Vervolgoverleg op het ministerie. Feiner: ‘De directeur-generaal zat erbij, die middag. Zij gaf aan dat het ministerie meer tijd nodig had, omdat niet bekend was hoeveel aangehouden minderjarige verdachten er jaarlijks zijn. Een vergoeding van 1,5 punt per vervolgverhoor vond zij riskant. Ik dacht toen: tjonge, jonge. Voordat je beleid kunt maken, moet je wel de managementinformatie hebben om keuzes te maken. Als die ontbreekt, op basis waarvan maak je dan wetgeving?’

DG Anita Vegter vraagt om geduld en vertrouwen. Binnen twee weken zal het ministerie met een oplossing komen. Feiner wijst erop dat er de volgende dag een informatiebijeenkomst voor de Rotterdamse jeugdrechtadvocaten is. ‘Ik zei: Jullie vragen ons om uitstel, terwijl we sinds 1 juni iets uitvoeren zonder daarvoor betaald te worden. Dat moet ik morgen aan 172 advocaten in Rotterdam uitleggen? Ik ben bang dat dat niet lukt, zelfs als ik met jullie mee zou gaan. En dat advocaten niet per 1 oktober maar volgende week al en masse besluiten hun werk neer te leggen.’

Dezelfde dag belt minister Dekker rechtstreeks met Reinier Feiner. Dekker erkent in dat gesprek dat de vergoedingen voor de bijstand bij politieverhoor aan minderjarigen niet goed geregeld waren. Feiner vraagt de minister dat publiekelijk kenbaar te maken. ‘Dan kon ik tegen mijn achterban zeggen erop te vertrouwen dat het goed komt.’

Dekker geeft gehoor aan het verzoek en roert zich op Twitter. Hij stuurt een publieke tweet aan Feinier. ‘Ha @FeinerReinier, ik zie het probleem. Laat helder zijn: bij nieuwe verplichtingen hoort een redelijke vergoeding. Dit gaan we dus fixen.’

Feiner, terugblikkend: ‘Zowel de uitkomsten van het overleg op deze dag als het onderliggende initiatief en drukmiddel van de VJAR zijn een teamprestatie geweest van vertegenwoordigers van de orde, Cindy Koole en Coosje Peterse van de VNJA, Joren Veldheer van de NVJA en de bestuursleden van de VJAR.’

29 augustus: Op de bijeenkomst van Rotterdamse jeugdrechtadvocaten wordt duidelijk dat 167 van de 172 advocaten zich bij de geplande actie zullen aansluiten. Van Pelt: ‘Enkelen wilden wel meedoen, maar zij konden om hen moverende redenen niet aansluiten.’

Tweet

Op 2 september gaat de kogel door de kerk. Dekker informeert de Tweede Kamer over zijn besluit de vergoeding in jeugdpiketzaken per 3 september aan te passen. Hij verhoogt de vergoeding van 1,5 punt (€ 197,05 inclusief btw) per verhoor met 1,5 punt per vervolgverhoor.

Voor de periode van 1 juni tot en met 2 september 2019 wordt de vergoeding van 1,5 punt met terugwerkend kracht verhoogd naar 2,25 punten (€ 295,58 inclusief btw). Dekker schrijft: ‘Ik snap dat advocaten hier tegenaan liepen. Zij moeten voor nieuwe verplichtingen een redelijke vergoeding krijgen, en het is goed dat de advocatuur hierover aan de bel getrokken heeft. Ik ben blij dat we er samen met de orde van advocaten uit zijn gekomen en een oplossing hebben gevonden.’

Reinier Feiner twittert: ‘Mooi dat dit gefikst is, maar over de hele linie is rechtsbijstand in verval:
– woonrecht;
– scheiden bij huiselijk geweld;
– rechtsbijstand bij uithuisplaatsing kinderen;
– rechtsbijstand bij niet aangehouden minderjarige verdachten (wordt niet vergoed).’

Vlug Huisman Maarsingh Straf­pleiters (Deventer) laat in een bericht op de eigen website weten het minderjarigenpiket te hervatten. Het kantoor zegt ‘zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat niet het belang van de minderjarigen of de billijkheid, maar enkel de publiciteit aanleiding heeft gegeven voor de bijstelling van de vergoeding’.

Advocaat bij politieverhoor van meerderjarige verdachten

De Nederlandse orde van advocaten brengt het knelpunt van de gebrekkige financiering van advocaten die meerderjarige verdachten bijstaan tijdens politieverhoor al jaren onder de aandacht van het ministerie.

Op basis van een uitspraak van de Hoge Raad hebben meerderjarige verdachten vanaf 1 maart 2016 het recht op verhoorbijstand. Sinds 1 april 2017 is dat recht wettelijk bepaald.

De vergoedingen in zaken waarin excessief lange en/of meerdere verhoren ver­spreid over meerdere dagen plaatsvinden, zijn niet in overeenstemming met de reële tijdsbestedingen van advocaten, stelt de NOvA vast. Volgens de NOvA zal een systeem moeten worden ingevoerd waarbij de bijstand tijdens die verhoren financieel wordt gecompenseerd.

 

ActieRdam

Deel van Dossier

Gefinancierde rechtsbijstand

Dossier Gefinancierde Rechtsbijstand op de website van het Advocatenblad

Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie