Mr. X stond in 1994 voor de tuchtrechter. Hij had ruim anderhalf miljoen gulden van zijn cliënte niet zoals beloofd op een derdenrekening (‘trust-account’) gestort, maar op zijn privé-rekening. Toen bleek dat de cliënte het geld moest terugbetalen aan de wederpartij, had de fiscus er al acht ton vanaf gehaald vanwege vorderingen op mr. X. Het werd een schrapping.

Een schrapping geldt voor onbepaalde tijd, wat nog iets anders is dan voor altijd. Je kunt altijd weer inschrijving vragen. Iedereen die zich als advocaat wil inschrijven moet een verzoek indienen bij de raad van orde. Als het oké is stuurt de raad je verzoek met bijbehorende documenten door naar de rechtbank voor je beëdiging. Maar de raad kan op bepaalde gronden weigeren ‘het verzoek in behandeling te nemen’ – zie artikel 4 Advocatenwet.

In 2018 vroeg mr. X in een gesprek met de deken of hij het weer zou mogen proberen. Die schrapping indertijd had ermee te maken dat hij geen derdenrekening had, vertelde hij, dat hoefde toen nog niet. Hij had het geld op een kantoorrekening gezet. Er was geen geld verdwenen of wat dan ook.

Mr. X diende het officiële verzoek tot herinschrijving in, maar de raad weigerde dit in behandeling te nemen wegens, kort gezegd, gegronde vrees dat mr. X zich als advocaat niet zou houden aan de regels of zich anderszins niet advocaat-betamelijk zou gedragen (artikel 4 lid 1 onder b). Over deze beslissing deed mr. X zijn beklag bij het Hof van Discipline.

Volgens mr. X had de raad hem eerst moeten horen, maar dat standpunt verwerpt het hof. Mr. X had een gesprek gehad met de deken over zijn voornemen. Tijdens dat gesprek hadden ze afgesproken dat hij een verzoek zou indienen waarop direct zou worden beslist. Als hij uiteindelijk liever toch op dat verzoek gehoord wilde worden, had hij dat bij indiening maar moeten zeggen.

Het hof houdt vast aan de lijn die te vinden is in een uitspraak van 30 november 2018: na tuchtrechtelijke schrapping is weigering gerechtvaardigd, tenzij bijzondere omstandigheden herinschrijving rechtvaardigen. Daarvan kan sprake zijn als het gedragspatroon van verzoeker overtuigend laat zien dat nieuwe ontsporingen heel onwaarschijnlijk zijn, of als daar andere waarborgen voor zijn.

Die situatie deed zich hier niet voor. Mr. X leek nog in protest tegen zijn schrapping van destijds. Hij leek nog steeds niet te begrijpen wat het verschil was tussen een derdengeldrekening en een privé-rekening. Ook kon hij geen duidelijk antwoord geven op de vraag hoe die financiële kwestie indertijd nou was opgelost. Verder vond het hof het zorgwekkend dat er geen gedetailleerd en onderbouwd praktijkplan lag.

Mr. X zal iets anders moeten gaan doen – al valt dus niet uit te sluiten dat hij het later nog eens probeert.

 

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie