Een verdrietig verhaal: een moeder die psychiatrische problematiek kent en daardoor het gezag over haar zoon en dochter verliest. Opa en oma die voor de kinderen gaan zorgen, tot de kinderen na een omgangsweekend bij moeder zeggen dat ze bij haar willen blijven. De gezinsvoogd vindt dat niet verantwoord en gaat op zoek naar nieuwe pleeggezinnen.

Mr. X kent het gezin: de dochter komt veel bij hem over de vloer als vriendinnetje van zijn stiefdochter. Als de moeder mr. X vraagt of hij voor haar wil optreden zegt hij ja. Hij probeert eindeloos de gezinsvoogd te bereiken voor overleg, maar die geeft weinig sjoege. Wel staat de voogd op een gegeven moment met politie bij moeder voor de deur om de kinderen naar verschillende, onbekende pleeggezinnen te brengen in een andere woonplaats.

De kinderen zijn er op dat moment niet. Vrienden en bekenden brengen de kinderen vervolgens van het ene naar het andere adres, terwijl men intussen probeert in eigen kring geschikte pleeggezinnen te vinden. Mr. X weet daarvan en de dochter logeert ook een paar dagen bij hem thuis.

De gezinsvoogd weet intussen niet waar de kinderen zijn. Mr. X wil graag met haar overleggen over een goede verblijfplaats, zegt hij. Maar dan moet de voogd toezeggen dat de kinderen ongestoord mogen blijven waar ze zijn, totdat zij heeft beslist over de geschiktheid van de inmiddels gevonden pleeggezinnen in de eigen omgeving. Maar daar stemt de voogd niet mee in.

Mr. X weet heus wel dat het onttrekken van kinderen aan hun wettelijk gezag strafbaar is, maar volgens hem had hij daar niet actief aan meegewerkt. Wat betreft het niet doorgeven van de verblijfplaats van de kinderen beroept hij zich op zijn geheimhoudingsplicht. De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden gaf hem daarin gelijk, maar het Hof van Discipline oordeelt anders.

Een advocaat is in beginsel verplicht tot geheimhouding van al hetgeen, waarvan hij uit hoofde van zijn beroepsuitoefening kennis draagt (art. 11a Advocatenwet). Maar de moeder had mr. X de verblijfplaats van de kinderen niet in zijn hoedanigheid van haar advocaat toevertrouwd, aldus het Hof. Mr. X had naar eigen zeggen ook geen bemoeienis gehad met de onttrekking van de kinderen aan het gezag van de voogd.

Weliswaar zijn advocaten niet gebonden aan artikel 7.3.11 lid 4 Jeugdwet (waar de gezinsvoogd zich op had beroepen), maar toch kan het achterhouden van informatie tuchtrechtelijk laakbaar zijn, aldus het Hof. Mr. X had zonder redelijk doel de wettelijke taakuitoefening van de gezinsvoogd onevenredig belemmerd. Mr. X had zich drie keer moeten bedenken voordat hij ging optreden voor de moeder van het meisje dat bijna elk weekend bij zijn gezin logeerde – had hij wel voldoende professionele afstand?

Mr. X kreeg een berisping. Daarbij speelde een rol dat hij tijdens de klachtzaak maar mondjesmaat informatie gaf en zich dus niet ‘toetsbaar opstelde’. Ook waren er al eerder tuchtmaatregelen aan hem opgelegd.

De beperkte ruimte die het Hof in deze uitspraak biedt aan het beroepsgeheim, maakt optreden voor mensen die je privé kent extra ingewikkeld en gevaarlijk en zal mogelijk ook daarbuiten nog wel eens hoofdbrekens kosten. Leg het maar eens aan je cliënt uit dat je als advocaat gevoelige informatie hebt prijsgegeven omdat die gegevens je in andere hoedanigheid zijn toevertrouwd.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie