Is de moord op Wiersum de 9/11 van de advocatuur?

‘18 september is de dag met de allergrootste impact in mijn advocatuurlijke leven. Ik ben sinds de moord mijn onbevangenheid van mijn werk als advocaat kwijt.’ Voor NSVA-voorzitter Jeroen Soeteman gaat het shockeffect duidelijk op. ‘Het besef dat mensen hiertoe in staat zijn, is een wake-upcall die ik liever niet had gehad. Dat het geweld zo dichtbij huis kan komen.’ De Amsterdamse deken Evert-Jan Henrichs ziet het breder: ‘Het is de 9/11 van de togaberoepen. Cynisch gezegd is het dit keer een advocaat, maar het kan de volgende keer net zo goed een rechter of officier zijn.’

Grapper3

Strafpleiter Peter Plasman vindt dat na de moord de staat van beleg is ingegaan: ‘Het is oorlog tussen de rechtsstaat en de drugscriminaliteit. Tot nu toe waren criminelen daar min of meer onderdeel van, door deze moord hebben sommigen zichzelf buiten de rechtsstaat getild. Advocaten moeten opletten dat ze geen mes in hun rug krijgen.’ Ook CDA-Kamerlid Chris van Dam toont zich geschokt: ‘Ik vind het bizar dat dit iemand in toga is overkomen. In mijn tijd als officier heb ik mijn toga ervaren als een soort uniform, dat je aan de kapstok hing als je klaar was. Als iemand iets lelijks tegen mij zei, dan werd dat tegen die toga gezegd,’ stelt hij. ‘En nu is er een aanslag gepleegd, onmiskenbaar tegen de persoon in die toga. Persoonlijker kan niet.’

Pieter Tops, bestuurskundige en lector bij de Politieacademie, is relativerender: ‘Voor de wereld van de advocatuur is deze gebeurtenis ongekend tragisch. Ik begrijp de shock. Anderzijds is het de laatste jaren allengs duidelijk geworden dat de georganiseerde criminaliteit bereid is dit soort dingen te ondernemen. Het afgehakte hoofd, de moord op de broer van de kroongetuige, ze gingen steeds een stap verder. In die zin is het geen absolute verrassing.’ Algemeen deken Johan Rijlaarsdam vindt de moord op Wiersum ‘een buitengewoon ernstige gebeurtenis, maar geen cesuur. De rechtsstaat is in het geding, maar niet meteen aangetast. Het grote verschil is dat we beseffen wat er kan gebeuren, dat veiligheidsmaatregelen bespreekbaar zijn geworden. Belangrijk is dat nu de juiste maatregelen door de taskforce onder leiding van de NCTV worden genomen’.

Het etiket 9/11 betekent ook dat de gevolgen van de gebeurtenis omvangrijk en blijvend zijn. ‘Deze moord heeft mogelijk fundamentele consequenties’, denkt Soeteman. ‘Gaan we werken met anonieme procesdeelnemers, wordt de kroongetuige aangepast? Volgens Van Dam gaan er nu zaken spelen die eigenlijk geen rol moeten hebben: ‘Zal ik deze zaak wel aannemen qua veiligheid, wat vindt mijn vrouw ervan?’ Henrichs heeft ‘enige hoop dat dit geen trend wordt, dat dit niet bij iedere kroongetuige gaat gebeuren’.

Moeten advocaten die meer risico lopen eerder beveiliging krijgen?

‘Ik ben zelf persoonsbeveiliger geweest, in mijn jonge jaren bij de politie in Den Haag,’ onthult Kamerlid Van Dam. ‘Ik weet wat zoiets betekent voor de mensen die beveiligd worden: je privacy gaat aan gort. Je gaat opeens nadenken over wanneer je op je fiets stapt, je moet je agenda tijden van tevoren doorgeven.’ Tops maakte het mee toen hij onlangs de beveiligde misdaadjournalist John van den Heuvel ontmoette: ‘Alles wat normaal routine is, moet buitengewoon zorgvuldig gecheckt worden. Hoelang laat je zoiets duren?’

Toen Peter Plasman als advocaat van Mohammed B. werd beveiligd, stopte dat van de ene op de andere minuut. ‘Ik zat in het huis van bewaring en had formeel niet eens recht op de terugreis. Dat moet beter geregeld worden.’ Rijlaarsdam pleit vanuit de NOvA voor een meer professionele aanpak. ‘Wij brengen de zorgen van de balie indringend onder de aandacht van de instanties. Daar is het landelijk Contactpunt Beroepsgroepen uit voortgekomen. Hier kunnen advocaten met zorgen over hun veiligheid zich via de NOvA melden. Dat wordt dan serieus opgepakt door de NCTV.’

Moeten advocaten en andere togadragers desnoods worden gedwongen om beveiliging te accepteren? Een lastige vraag die discussie oproept. ‘Je kunt niet een advocaat een gepantserd busje in duwen,’ geeft Soeteman zijn standpunt kernachtig weer. Ook Henrichs en Rijlaarsdam zijn tegen, zowel principieel als praktisch. ‘Wat is daar de juridische grondslag voor?’ vraagt Rijlaarsdam zich af. ‘Een advocaat moet zelf weten welke risico’s hij aanvaardt,’ vindt Henrichs. Andersom moet een verdachte de advocaat kunnen kiezen die hij wil, vult Plasman aan. ‘Dit raakt aan de vrije advocaatkeuze.’

Dat weten Van Dam en Tops. Toch zijn zij voor een verplichte bescherming als de dreiging daar aanleiding toe geeft. ‘Ik vind dat je dat advocaten, rechters en officieren kunt opleggen,’ aldus Van Dam. ‘Omdat zij in hun publieke rol verantwoordelijk zijn voor een goed verloop van een zaak. Voor het overeind houden van de rechtsstaat. Als je dat niet wilt, zeg ik: alle respect, maar dan gaat iemand anders die zaak doen.’ Tops sluit zich daarbij aan: ‘Ik denk wel dat sommige advocaten zich in het algemeen belang moeten laten beveiligen, dat hoort erbij.’

De concrete invulling van de beveiliging en de risicoanalyse vooraf, roepen nog veel vragen op. ‘Waar moet de beveiliging ophouden? Bij de broer van de advocaat, zijn gezin?’ werpt Henrichs op. Na een melding moet in elk geval sneller gereageerd worden, volgens Plasman. ‘Ooit waren de ruiten van mijn kantoor ingegooid. Toen was de hulp te afhankelijk van welke agent je trof.’

Soeteman is kritisch over de rol van het OM. ‘Het OM heeft verklaard dat ze met de moord op Derk “nooit serieus rekening had gehouden”. Dat is, en dat is vreselijk, een verkeerde inschatting. Het is nu aan de staat om te tonen: wij kunnen de beoordeling van deze risicosituaties voor onze rekening nemen.’ Tops stelt de pragmatische vraag: ‘Moeten we switchen van het huidige systeem waar er concrete aanwijzingen voor dreiging moeten zijn naar beveiliging op basis van “dingen die denkbaar zijn”?’ Henrichs acht het te vroeg voor een overall beveiliging van advocaten, rechters en officieren in bepaalde zaken: ‘Er moet een concrete dreiging zijn in een bepaald geval.’

Is er nu meer eensgezindheid in de advocatuur?

‘Er is zeker meer saamhorigheid. Dat was al meteen zo op de eerste spontane herdenking op de rechtbank op de dag van de moord,’ blikt Henrichs terug. ‘Strafrechtadvocaten zijn vaak solisten. Eigenwijze professionals,’ weet Plasman. ‘Dat werd na de moord opzijgezet. De eensgezindheid overheerste.’ Dat ziet ook Rijlaarsdam: ‘Advocaten trekken naar elkaar toe en vragen zich af: wat betekent het om advocaat te zijn? Zo komt er toch iets goeds uit de ellende, zei ik al eerder.’

Allemaal beklemtonen ze dat deze solidariteit zich ook uitstrekt richting rechters en officieren van justitie. ‘Het gevoel dat we met z’n allen achter de rechtsstaat staan,’ vertelt Rijlaarsdam. ‘“Jongens, dit kan niet”, is de gedachte die ons verbindt,’ vervolgt Henrichs. ‘Ik hoop zo dat er iets goeds uit de dood van Derk komt,’ zegt Soeteman. ‘Ik ben bij verschillende herdenkingsbijeenkomsten geweest en daar zag je dat er meer contact is. Het begint met de persoonlijke vraag: “Hoe voel je je?”, maar het gaat ook over: “Wat moet er gebeuren?”’

‘De vraag leeft: hoe moeten we in vredesnaam verder?’ beaamt Plasman. ‘Het antwoord daarop komt dichterbij als je naast elkaar staat.’ Ook Soeteman en Rijlaarsdam verwachten meer resultaat door de gegroeide saamhorigheid. ‘Daardoor worden meer zaken bespreekbaar en komen oplossingen sneller in zicht,’ aldus Rijlaarsdam. Plasman wijst op de succesvolle organisatie door strafrechtadvocaten van de piketstaking begin volgend jaar. ‘Een ander onderwerp, maar het had denk ik echt wat te maken met wat er onderling is ontstaan.’

Wordt Nederland een narcostaat als Colombia?

‘In een narcostaat hebben drugsbaronnen het voor het zeggen. Dat is niet aan de orde,’ poneert Rijlaarsdam: ‘In Amsterdam zijn de drugscriminelen te veel geïnfiltreerd in de bovenwereld, maar of ze nou vreselijk veel invloed hebben?’ De georganiseerde misdaad heeft geen greep op grote delen van de overheid, bevestigt Pieter Tops, medeauteur van het veelbesproken rapport ‘De achterkant van Amsterdam’ en het boek ‘De achterkant van Nederland’, beide over de groeiende ondermijning van de samenleving door de georganiseerde misdaad. ‘Toch is de wereld van de drugscriminaliteit hier uit de hand gelopen, daar hebben ook strafrechtadvocaten mee te maken.’

‘Een groot deel van de zwaarste criminaliteit vindt zijn oorsprong in drugs en conflicten daarover,’ ziet Soeteman. ‘Maar het werkt uiteindelijk niet om met de term narcostaat te werken.’ Daar is Van Dam het van harte mee eens. ‘Dat woord suggereert dat de strijd verloren is. Terwijl we die lui de tent uit moeten vechten! We moeten mensen als Taghi en anderen oppakken en laten voelen dat ze hier kansloos zijn.’ Soeteman voelt niet de dreiging die bij een narcostaat hoort. ‘Hoeveel vergismoorden er ook in Amsterdam zijn gepleegd, ik voel me er geen seconde onveilig. Ook de moord op Derk heeft dat niet veranderd. Ik laat mijn kinderen in Amsterdam opgroeien.’

Kan Nederland leren van landen als Colombia en Italië? Bijvoorbeeld rond de bescherming van advocaten? ‘In Italië worden de kroongetuigen, pentiti genoemd, zeer streng beveiligd,’ vertelt Tops. ‘Maar de historische achtergrond van de drugsmaffia is zo verschillend. We moeten zoeken naar een Nederlandse oplossing.’ Voor Rijlaarsdam is Colombia een onaantrekkelijk voorland: ‘Daar wonen sommige rechters, officieren en advocaten op compounds. Daar moeten we van wegblijven.’ Het kan wel verstandig zijn om in het buitenland te gaan kijken, denkt Van Dam. ‘In bepaalde landen werken ze met anonieme procespartijen en geheime berechting. Afschrikwekkend, maar goed om te verkennen.’

Wordt het geweld bij familierechtadvocaten onderschat?

In 2004 werd advocaat Machiel Pul doodgestoken op zijn kantoor in Doetinchem. De dader was de zoon van de vrouw die Pul bijstond in een echtscheidingszaak. Uit een peiling van het Advocatenblad in 2016 bleek dat advocaten in het personen- en familierecht het meest frequent met geweld in aanraking komen. ‘In familiezaken kunnen emoties hoog oplopen en dan kan er iemand zijn die denkt: laat ik eens iemand een klap op zijn bek geven,’ aldus strafpleiter Plasman. ‘De toename van geweld is een maatschappelijk verschijnsel dat je ook ziet bij leraren, buschauffeurs en huisartsen,’ analyseert Rijlaarsdam. Als Amsterdams deken Henrichs ziet dit soort zaken regelmatig langskomen. ‘Ik kan dan contact opnemen met de hoofdofficier. Soms moet iemand voor verhoor langskomen op het politiebureau en brengt daar dan af en toe de nacht door. Dat kan voldoende zijn.’

Een mogelijke maatregel is het opgeven van het kantoor aan huis, dat bij familierechtadvocaten regelmatig voorkomt. ‘Het inruilen voor een kantoor aan huis voor een gezamenlijk kantoor kan een goeie zijn,’ gelooft Plasman. ‘Als eenpitter ben je kwetsbaarder, en dan is er ook nog je gezin. Op een groter kantoor ben je doorgaans beter beveiligd.’ De anderen zijn voorzichtiger. ‘Ik ga niet zeggen dat familierechtadvocaten moeten stoppen met hun kantoor aan huis,’ zegt Rijlaarsdam. ‘Die afweging moeten ze zelf maken. Daarbij speelt niet alleen veiligheid, maar spelen ook andere factoren zoals financiën.’ Soeteman zou zelf zijn cliënten nooit thuis willen ontvangen. ‘Ik hecht aan mijn privacy. Ook de kernwaarde distantie vind ik belangrijk: die moet je als advocaat altijd in acht nemen.’

Consensus is er over de urgentie dat advocaten beter een streep in het zand moeten trekken als het gaat om bedreiging en geweld. ‘We zouden met alle advocaten, straf-, familie- en andere disciplines, vaker moeten zeggen: “Ho eens even, dit accepteer ik niet”,’ suggereert Soeteman. ‘Het is belangrijk dat familierechtadvocaten het niet tolereren en aangifte doen. Dan kun je in kaart brengen hoe erg het is,’ vult Van Dam aan. Henrichs onderschrijft dit: ‘Een paar keer per jaar vraagt een advocaat mij contact op te nemen met de hoofdofficier. Dat korte lijntje werkt goed.’ De voorlichting hierover kan volgens hem nog intensiever: ‘Het is goed bij advocaten onder de aandacht brengen hoe ze dit beter kunnen aankaarten bij hun lokaal deken.’

Is de uitspraak ‘We moeten niet wijken voor terreur’ gemak­zuchtig?

‘Met die woorden zeg je eigenlijk: iedere advocaat moet blijven staan als hij bedreigd wordt. Zonder na te denken over zijn eigen veiligheid,’ meent Rijlaarsdam. ‘Ik wil niet stoer doen ten koste van de veiligheid van anderen.’ Ook Plasman is kritisch. ‘Het is inderdaad een loze kreet. Je moet zeggen wat we wél moeten doen. Ik vind de huidige plannen een soort hulpeloosheid uitstralen. De drugsbrigade bijvoorbeeld hebben we al.’ Henrichs staat juist achter de uitspraak: ‘Ik heb zelf iets vergelijkbaars gezegd: “Wij moeten niet wijken voor geweld”. Dat is niet gemakzuchtig, maar juist ambitieus. Ik vind het écht ongepast als mensen de moord op Derk Wiersum gebruiken als argument om het middel van de kroongetuige op te geven. Dan doe je precies wat de daders willen.’

Plasman ziet meer heil in de legalisatie van drugs. ‘Ik denk dat we het monster moeten slopen dat we zelf geschapen hebben. Dat schept ook problemen, maar veel minder dan nu.’ Van Dam gelooft niet in de legalisatie van drugs. ‘Die grote criminelen gaan niet opeens postzegels plakken, die zoeken een andere illegale activiteit.’ Tops benadrukt dat er ‘geen eenvoudige oplossingen zijn: noch de war on drugs noch legalisatie’.

Van Dam ziet meer in een hervorming van het Nederlands stelsel van persoonsbeveiliging. ‘Nu is dat lokaal georganiseerd, waardoor te vaak het wiel opnieuw wordt uitgevonden en de verschillen te groot zijn. Er zou een landelijk domein moeten komen met landelijke middelen.’ Ook Rijlaarsdam mikt op het nationaal niveau: ‘De NOvA heeft contact gelegd met de NCTV, die waar nodig voor de betrokken advocaat een persoonlijke beveiligingsanalyse maakt. Maar eerst moet de advocaat zelf nadenken of hij zich onveilig voelt. We werken met elkaar aan het veiligheidsbesef.’

Tops komt met een slogan: we moeten investeren in de infrastructuur van de rechtsstaat. ‘Door de bezuinigingen op het OM, de rechtspraak en de gefinancierde rechtsbijstand lopen de beroepsgroepen die de rechtsstaat mogelijk maken op hun tenen,’ observeert hij. ‘Dit leidt tot langdurige vertragingen en een daling van de kwaliteit. Terwijl de rechtsstaat van doorslaggevend belang is voor het vertrouwen van de burger en een bloeiende economie.’

Daaraan voegt de bestuurskundige een punt van overdenking toe. ‘Ik denk dat advocaten de discussie moeten aangaan over de vraag of er grenzen zijn aan hun partijdigheid. Die is een groot goed, maar moet je het belang van een cliënt uit de georganiseerde misdaad altijd radicaal boven het publieke belang stellen? Nu die misdaadwereld zo veel geld en zo weinig scrupules heeft?’ Tops geeft het voorbeeld van een advocaat die in een drugszaak een onderzoek in een ver land aanvraagt. ‘De kans dat dat iets oplevert is heel klein, maar het belast het rechtssysteem. Moet je dat als advocaten willen?’

Soeteman maakt een voorbehoud bij de verleiding om veel nieuw beleid te maken. ‘We moeten koesteren hoe goed het in Nederland voor een advocaat geregeld is. In welke vrijheid we ons werk kunnen doen. Daar wil ik niet te veel van inleveren.’ Zo is hij ertegen dat gesprekken tussen bepaalde verdachten en hun advocaat uit veiligheidsoverwegingen voortaan moeten worden opgenomen. ‘Dan raak je aan het fundamentele verschoningsrecht. Dus prima dat er oplossingen bedacht worden, maar kijk er kritisch naar.’

Derk Wiersum
foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie