Eerder dit jaar hadden we de advocaat die haar geheimhouderstelefoon afstond aan een cliënt tijdens een inval van justitie. De raad van discipline legde (onder meer) daarvoor een waarschuwing op, maar na appel van de plaatselijk en landelijk deken werd het een schorsing van twee maanden, waarvan één voorwaardelijk. Mr. X had eraan meegewerkt dat opsporingshandelingen konden worden gefrustreerd, zei het hof, en dat werd haar ernstig aangerekend.

In de zaak waar het nu om draait had mr. X een cliënt die in beperkingen zat, als verdachte van verkoop van verdovende middelen op het zogenaamde Darkweb. Op verzoek van de cliënt stuurde mr. X aan diens partner inloggegevens voor het Darkweb, plus de pincode en het wachtwoord voor het bijbehorende bitcoin-account. Ook adviseerde hij haar een USB-stick weg te pakken. Ten slotte had mr. X de moeder van de cliënt verteld dat het OM geen bewijs had tegen zijn cliënt.

Naief

De raad van discipline in Den Bosch legde zes weken schorsing op. Mr. X was naar eigen zeggen naïef geweest, hij dacht dat de vriendin die gegevens en die USB-stick nodig had om geld op te nemen voor haar levensonderhoud. Maar daar had de raad weinig begrip voor. Mr. X had zich als ervaren strafadvocaat moeten realiseren dat hij door mee te werken zelf betrokken zou kunnen raken bij strafbare handelingen. En nu zijn cliënt in beperkingen zat had hij ook niets mogen loslaten over de strafzaak.

Mr. X ging in appel, maar daar zal hij spijt van hebben. Het hof verhoogt de maatregel tot vierentwintig weken schorsing, waarvan twaalf voorwaardelijk. Een beroep op naïviteit kan mr. X bij de duidelijke aanwijzingen die er lagen niet baten, zegt ook het hof. Mr. X had weliswaar het strafdossier nog niet gezien toen hij de vriendin appte, maar hij kende de cliënt al jaren en wist dat hij betrokken was bij drugshandel.
Het hof verwijst naar de bijzondere positie van de advocaat in de rechtsbedeling. Dat brengt voor een advocaat een zware verantwoordelijkheid mee om met zijn opdracht, privileges en bevoegdheden (waaronder toegang als raadsman tot een verdachte in beperkingen) op zeer zorgvuldige wijze om te gaan.

Schijn

Mr. X had op zijn minst de schijn gewekt dat hij meewerkte aan witwaspraktijken. De feiten zouden een schrapping rechtvaardigen, ware het niet dat mr. X geen tuchtrechtelijk verleden had en het misschien ging om een ‘weliswaar onvergeeflijke, maar eenmalige fout’.

De boodschap van het hof is duidelijk: wie zich met zijn privileges voor het karretje van een strafcliënt laat spannen begaat een doodzonde. Naïviteit is geen excuus.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie