De euthanasiezaak

Een arts die in 2016 euthanasie pleegde op een zwaar demente vrouw heeft zich niet schuldig gemaakt aan moord. De Rechtbank Den Haag ontsloeg haar in september van alle rechtsvervolging. De arts werd niet vrijgesproken omdat er geen sprake was van een strafbaar feit. De vrouw hoefde de wens van de patiënt volgens de rechtbank niet mondeling te verifiëren, omdat dat door de toestand waarin de vrouw verkeerde niet meer mogelijk was. Het OM wilde dat de arts schuldig werd bevonden aan moord, maar eiste geen straf, daarbij rekening houdend met haar goede intenties, haar volledige medewerking en het feit dat zij al was getroffen door de vervolging en een procedure bij de tuchtrechter. Het OM heeft cassatie in naam der wet aangetekend bij de Hoge Raad. 

de die van eenennaam 2
Robert-Jan van Eenennaam en Mieke de Die Beeld door: Martijn Gijsbertsen

Moedige medicus

Een 68-jarige arts die in 2016 euthanasie verleende aan een demente vrouw is ontslagen van alle rechtsvervolging. Strafrechtadvocaat Robert-Jan van Eenennaam (48) van SKE Advocaten (vestigingen in Den Haag en Rotterdam) en gezondheidsrecht­advocaat Mieke de Die (58) van Velink & De Die advocaten in Amsterdam vertellen over de maatschappelijke relevantie van deze zaak.

Het was de eerste keer sinds de inwerkingtreding van de Wet toetsing levensbeëindiging in 2002 dat een arts werd vervolgd op verdenking van het niet zorgvuldig uitvoeren van euthanasie. ‘Je voelt het belang van zo’n zaak,’ zegt De Die. ‘Er hing ontzettend veel vanaf. Niet alleen voor deze arts, maar voor de hele medische ­beroepsgroep.’ 

In de wet staat dat een schriftelijke verklaring tot euthanasie in de plaats komt van een mondeling verzoek tot euthanasie wanneer een meerderjarige wilsonbekwame patiënt die verklaring heeft opgesteld toen hij nog wilsbekwaam was. Het OM wilde weten of er nog een mondelinge verificatieplicht bestaat wanneer een arts een diep demente patiënte met een wilsverklaring wil euthanaseren. De Die: ‘Dat ging over de rug van een individuele arts.’ 

Volgens Van Eenennaam is het ‘wrang’ dat de arts werd verdacht van moord. ‘Moet je een arts die naar eer en geweten heeft gehandeld en die superzorgvuldig is geweest vervolgen voor moord? Dat gaf geen pas, vonden wij.’ 

De twee advocaten behandelden de zaak samen vanwege de tuchtzaak die tegelijkertijd liep en ingediend werd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). De Die had als gezondheidsrechtadvocaat de lead in de tuchtzaak en Van Eenennaam als strafrechtadvocaat in de strafzaak. Naar eigen zeggen een leerzaam proces. ‘We begonnen met het verzoek aan de tuchtrechter om de IGJ niet-ontvankelijk te verklaren,’ aldus De Die. ‘De wilsverklaring hoort bij de strafrechter thuis, vinden wij,’ vult Van Eenennaam aan. 

Maar dat gebeurde niet. Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Den Haag besloot te oordelen over de wilsverklaring en legde de arts een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) oordeelde in hoger beroep milder: de arts kreeg een waarschuwing. De Die: ‘Onze cliënte zou volgens het CTG een poging hebben moeten doen om met de patiënte te praten. Dat is op z’n minst bijzonder, want het ging hier om een zwaar demente vrouw die haar eigen spiegelbeeld niet meer herkende. Gelukkig was de rechtbank in de strafzaak die volgde het daarmee eens.’ 

Van Eenennaam vindt dat het OM een terechte tik op de vingers heeft gekregen. ‘Met name door de over­weging in het vonnis van de rechtbank dat een beschuldiging van moord geen recht doet aan het integere en transparante handelen van de verdachte. De uitspraak is helder en is een volledige erkenning van het handelen van de arts. Het voelde echt als ­gerechtigheid.’ 

De Die: ‘Het is een enorme opluchting dat alle procedures voor de arts nu voorbij zijn. Cassatie in het belang der wet speelt voor haar geen rol meer en ze kan eindelijk van haar pensioen genieten. Juridisch gezien is het interessant om te zien hoe de Hoge Raad hiernaar gaat kijken. Voor de beroepsgroep is dat zeer relevant. De ­motivering van de rechtbank en hoe het vonnis is geformuleerd zijn om door een ringetje te halen.’ 

Van Eenennaam gaat ervan uit dat de Hoge Raad de visie van de rechtbank volgt. ‘Daar is geen speld tussen te krijgen. Deze zaak bevindt zich op het snijvlak van het medische, het juridische, maar ook het ethische. Het is goed dat de schriftelijke wilsverklaring er is en dat er artsen zijn die de moed hebben om euthanasie uit te voeren. Deze arts is moedig geweest, omdat ze de beslissing heeft durven nemen.’ 

Groningse aardbevingszaken

In twee massaclaims behartigt het Groningse kantoor De Haan Advocaten & Notarissen de belangen van gedupeerden van aardbevingen door gaswinning tegen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Voor de eerste claim, die Pieter Huitema samen met kantoorgenoot Ruud Glas behandelt, richtte De Haan de Stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (Stichting WAG) op. Ruim vijfduizend gedupeerden sloten zich hierbij aan. In deze nog lopende zaak eiste de stichting een schadevergoeding van ruim 122 miljoen. 

In de tweede zaak, die Huitema samen met collega Maaike de Vries voert, stelde De Haan namens ruim honderdtwintig gedupeerden de NAM aansprakelijk voor psychische en immateriële schade en daaraan gelieerd de kosten voor gederfd woongenot. De Rechtbank Noord-Nederland oordeelde begin maart 2017 dat de NAM hiervoor aansprakelijk is. Voor de hoogte van het schadebedrag verwees de rechter naar een schadestaatprocedure. Daarbij sloten zich vervolgens ruim 5.300 gedupeerden aan. 

De NAM ging tegen de uitspraak van de rechter in beroep, dat begin november van dit jaar diende. De uitspraak volgt half januari volgend jaar. 

Pieter Huitema
Pieter Huitema Beeld door: Jan Buwalda

Natuurgeweld 

Pieter Huitema vertegenwoordigt in twee massaclaims gedupeerden in het Groningse aardbevingsgebied. ‘De rechtbank stond op zijn kop toen we de dagvaarding aanhangig maakten.’ 

Vanaf de zevende verdieping van De Haan Advocaten & Notarissen wijst Pieter Huitema (41) naar de rechterkant van de grote glaswand. ‘Daar, in het noordoosten, kun je het aardbevingsgebied zien liggen.’ Het kantoor zelf staat aan de rand van de door vele bevingen getroffen regio, op de grens van de stad Groningen. Maar ook hier is het natuurgeweld weleens doorgedrongen. ‘We hebben er hier ook weleens eentje gevoeld.’ 

Begin november van dit jaar voerde Huitema samen met zijn collega Maaike de Vries pleidooi in hoger beroep namens zo’n honderdtwintig gedupeerden. Daarbij stond de vraag centraal of de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aansprakelijk is voor de immateriële schade en de kosten voor het gederfde woongenot als gevolg van de bevingen. Huitema legt uit dat het lastig is om immateriële schade te bewijzen. ‘Gedupeerden stellen dat ze immateriële schade lijden: stress, zorgen, angst, verdriet, burn-out, maar ze hebben geen doktersverklaring waaruit blijkt dat het echt een ziekte is waar ze onder lijden. Juridisch noemen we het: zonder een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.’ 

De rechtbank gaf de groep gedupeerden gelijk, maar verwees hen voor het vaststellen van het schadebedrag naar een schadestaatprocedure. ‘Er kwam een hausse aan aanvragen vanuit heel Groningen. Vervolgens hebben we een dagvaarding gemaakt met ruim 5.300 eisers. Dat was een monsterklus, daar zijn we maandenlang mee bezig geweest. De rechtbank stond op zijn kop toen we de dagvaarding aanhangig maakten. Een woordvoerder van de rechtbank zei: “Wat doen jullie nou? We moeten hiervoor ik weet niet hoeveel rechters vrijmaken voor ik weet niet hoelang.” Deze massaclaim laat zien hoe het probleem hier in Groningen leeft.’ 

Huitema is erg begaan met de gedupeerden. ‘Er zijn mensen die niet meer in bepaalde kamers durven te slapen omdat er scheuren in de muren zitten. Mensen die bijna dag in, dag uit bezig zijn met schadeherstel. En dan komt er weer een beving. Als je dat een paar keer achter elkaar meemaakt, word je daar echt murw van.’ Huitema pleit voor een schadevergoedingssysteem in categorieën voor het hele aardbevingsgebied, omdat het om zo’n grote groep gedupeerden gaat. 

Naast de massaclaim over de imma­teriële schade voerde De Haan een massaclaim over de materiële schade, de waardevermindering van woningen. Om die procedure te kunnen voeren, bedacht het kantoor een constructie die eruit bestond dat gedupeerden tegen betaling van honderd euro konden deelnemen aan de door De Haan opgerichte Stichting Waardevermindering door Aardbevingen Groningen (Stichting WAG). Als de NAM door de rechter zou worden veroordeeld tot het betalen van compensatie, zou De Haan vijf tot tien procent van de schadevergoeding ontvangen. Het leverde vier advocaten van De Haan, onder wie Huitema, een berisping van de tuchtrechter op. 

De constructie was volgens de toezichthouders in strijd met de partijdigheid, onafhankelijkheid en integri­teit van de advocatuur. ‘De ­gewone man in Groningen, met de kleine beurs, wordt op deze manier gedwongen een advocaat te nemen op basis van uurtarief,’ reageert Huitema. ‘Binnen de betalings­constructie van De Haan hoefden mensen heel weinig te betalen, upfront. En achteraf, als er succes komt, zijn ze ook echt geholpen. Als kantoor heb je een deel van de kosten voorgefinancierd, en krijg je een deel van de vergoeding.’ Volgens Huitema is de advocatuur in Nederland toe aan een aanpassing van de gedragsregels op dit front. ‘Ik denk dat de advocatuur daar rijp voor is. Maar de orde van advocaten, de raad en het hof zijn toch nog te traditioneel als het op dit punt aankomt.’ 

De lotingzaak

Ouders van twaalf Amsterdamse basisschool­leerlingen spanden op 4 juli 2019 tevergeefs een kort geding aan tegen onderwijskoepel OSVO om hun kinderen alsnog op hun middelbare school naar keuze geplaatst te krijgen; dit nadat zeven uitgelote scholieren met een lager lotnummer door OSVO achteraf handmatig wél op hun school van eerste voorkeur waren geplaatst. De gang van zaken liet volgens de ouders zien dat het door OSVO gehanteerde lotingsysteem niet deugt. Sinds de invoering van de digitale loting in 2015 procederen Amsterdamse ouders regelmatig tegen dit systeem en de effecten ervan. 

Esther Sprenkeling
Esther Sprenkeling Beeld door: Martijn Gijsbertsen

Gesjoemel 

Woedend kan advocaat Esther Sprenkeling (54) worden van het ‘gesjoemel’ met de loting voor middelbare scholen in Amsterdam. Al jaren procedeert ze tegen onderwijskoepel OSVO. ‘Na elk kort geding passen ze hun systeem aan. Dat is mijn winst.’ 

Haar grote werktafel ligt vol krantencovers: Parool, ­TelegraafNRC. Allemaal over ‘haar’ dossier: de loting voor de middelbare scholen in Amsterdam. Sinds 2015 is Sprenkeling de advocaat die het ongenoegen van verontwaardigde ouders verwoordt. ‘Dat jaar was mijn dochter uitgeloot voor haar favoriete school. Ik vond uit dat haar beste vriendinnetje op de eerste plaats van mijn dochter was geplaatst en vice versa. Maar ze mochten niet ruilen. Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan.’ 

Dit jaar spitst de controverse zich toe op zeven kinderen die de OSVO ná de officiële loting handmatig plaatste. ‘Zo zijn ze over mijn kinderen, die op de wachtlijst stonden, heen gesprongen. Hun ouders redeneerden: mijn kind had op die plek kunnen komen.’ Sprenkeling spreekt over ‘mijn kinderen’, zo voelt het ook. ‘Omdat ik als ouder betrokken was bij deze zaak. Er is niets zo emotioneel als “Kom niet aan mijn kind”. Dat is met geen enkel dossier te vergelijken.’ Elk jaar gaan de ouders er vol voor, elk jaar stort Sprenkeling zich erop. ‘Ze ­weten mij altijd te vinden.’ 

Een ander pijnpunt is de volgens Sprenkeling de heimelijke manier waarop de lotingprocedure dit jaar is gewijzigd. ‘Op de OSVO-­website stonden plotseling nieuwe spel­regels. Ook was de toezichthoudende notaris ineens verdwenen. ‘De grootste faux pas in al die jaren.’ Tot haar teleurstelling accepteerde de rechter de verklaring van de OSVO: die verwees naar de beloofde plaatsingsgarantie. ‘Maar je kunt de regels niet achter onze rug om eenzijdig wijzigen.’ 

Ook Sprenkelings belangrijkste eis werd niet ingewilligd: dat de kinderen die ze vertegenwoordigde alsnog naar hun favoriete middelbare school zouden mogen. Geen van de lotingzaken die ze heeft aangespannen, won ze. ‘De OSVO is een machtige opponent. Op zitting zit ik in mijn eentje tegenover een bataljon aan juristen en hun assistenten,’ vertelt ze. ‘Dan word ik natuurlijk uiteindelijk neer­gemaaid.’ 

Haar voldoening haalt Sprenkeling uit de jaarlijkse aanpassing van het lotingsysteem. ‘Dat is mijn winst. Ik ben hun stok achter de deur. Ze halen telkens de fouten eruit, dat is een aardverschuiving. OSVO-voorzitter Rob Oudkerk baalt daarvan. Hij denkt: daar heb je die Sprenkeling weer.’ 83 procent van de scholieren kwam dit jaar terecht op hun favoriete school. ‘Maar de overige kinderen moet je ook netjes behandelen. Ze zeggen met veel bravoure hoe goed het gaat, terwijl ze elk jaar sjoemelen.’ 

In de maand juni krijgt ze de hele dag mails, apps en telefoontjes van ouders. ‘Het kost me veel aan gederfde inkomsten, mijn normale omzet keldert.’ Ze vraagt de ouders voor wie ze optreedt een bescheiden bedrag dat de kosten dekt. Desondanks staat Sprenkeling in veel media bekend als eliteadvocate van rijke blanke ouders. ‘Een rotstreek. Het klopt dat het voornamelijk om hoogopgeleide ouders uit Amsterdam-Zuid gaat. Ik had liever meer diversiteit gezien.’ Van haar reguliere zaken is twee derde op toevoeging. ‘Ik werk dus juist met lage inkomens. Daarom kan ik me die lotingkwestie eigenlijk niet veroorloven. Elk jaar zeg ik dat ik ermee stop. Elk jaar doe ik het opnieuw.’ 

Vergoedingsrechten in het familierecht 

In mei schepte de Hoge Raad duidelijkheid over de grondslagen waarop een vergoedingsrecht tussen ongehuwd samenwonenden kan worden gebaseerd. De Hoge Raad oordeelde dat een ongehuwde vrouw die samenwoonde in de woning van de man na een verbouwing geen vergoedingsrechten heeft. De kosten van de verbouwing van het huis van het stel waren betaald door de vrouw. Volgens de Hoge Raad was er geen sprake van een vergoedingsrecht op basis van titel 7 van Boek 3 BW, omdat er geen sprake was van een gemeenschap in de zin van deze titel en de woning uitsluitend aan de man toebehoorde. Ook het algemene verbintenissenrecht bood geen grondslag omdat de vrouw onvoldoende stelde dat er afspraken waren gemaakt over de gemaakte kosten. Evenmin was er sprake van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. 

Overschilderen felgroen huis

groen huis

De gemeente Den Helder bleek in september bevoegd een inwoonster te verplichten om haar groen geschilderde woning een andere kleur te geven. De kleur van het huis was te fel, oordeelde de voorzieningenrechter in Amsterdam nadat de bewoonster van het groene huis tegen de gemeente een procedure had aangespannen.

De vrouw schilderde haar huis in Den Helder in 2017 heldergroen. De gemeente kwam tegen de nieuwe kleur in actie omdat het groen in strijd zou zijn met het lokale welstandsbeleid. Dat vond de rechter ook. 

Verbod Hells Angels in Nederland

De Hells Angels moeten hun activiteiten staken en worden verboden. Dat besliste de Utrechtse rechtbank eind mei van dit jaar in een civiele procedure tussen het OM en de motorclub. Volgens het OM is er binnen de motorclub sprake van een geweldscultuur die de samenleving en de rechtsstaat in gevaar brengt. De rechter ging daarin mee. Zes leden van de Hells Angels werden bijgestaan door Geert-Jan Knoops, Carry Knoops-Hamburger en Ruth van Es. De verdediging betoogde dat de motorclub niet verboden kon worden, omdat geen sprake zou zijn van centrale aansturing. De zogeheten chapters zouden onafhankelijk opereren. Knoops heeft aangekondigd tegen de uitspraak in beroep te gaan. 

Alphense schietincident 

De politie is aansprakelijk voor de ontstane schade bij de schietpartij op 9 april 2011 in winkelcentrum De Ridderhof in Alphen aan den Rijn. Dat bepaalde de Hoge Raad in september. Schutter Tristan V. schoot zes mensen dood en er vielen zestien gewonden. Slachtoffers, nabestaanden van slachtoffers, ooggetuigen en winkeliers van wie eigendommen werden beschadigd bij de schietpartij, spanden een zaak aan tegen de politie. Volgens hen had de politie ten onrechte een wapenvergunning aan V. afgegeven. Het Hof Den Haag vond dit verwijt terecht. In cassatie bekrachtigde de Hoge Raad deze uitspraak. Advocaat Sjef van Swaaij stond de aangevers bij in deze zaak. De politie werd vertegenwoordigd door advocaten Teuben en Nieuwland. 

Inspectie versus Cornelius Haga Lyceum 

Intrekking van het negatieve inspectierapport over het Cornelius Haga Lyceum: dat was de inzet van de islamitische middelbare school, bijgestaan door Wouter Pors (Bird & Bird), in het kort geding voor de Haagse rechtbank op 11 juli. In het rapport kreeg het burgerschapsonderwijs op het lyceum een onvoldoende. De school heeft een wettelijke verplichting om basiswaarden als gelijkwaardigheid en verdraagzaamheid te bevorderen, aldus de inspectie. De rechtbank onderschreef dit en noemde het passend dat de school kritisch beoordeeld is op het feit dat het bestuur geen ondubbelzinnig afstand neemt van personen die twijfelachtige opvattingen hebben over deze basiswaarden. Staatssecretaris Arie Slob eiste dat het schoolbestuur opstapte. Het bestuur weigerde en ging op 11 november in hoger beroep. Het gerechtshof in Den Haag doet op 24 december uitspraak. 

De zaak-Deliveroo 

deliveroo

Bezorgers die voor Deliveroo maaltijden bezorgen zijn geen zzp’ers, maar kunnen aanspraak maken op een arbeids­overeenkomst bij het bedrijf, aldus de Amsterdamse kantonrechter in januari in twee zaken die vakbond FNV tegen Deliveroo had aangespannen. De maaltijdbezorgdienst besloot begin 2018 om alle arbeids­overeenkomsten met bezorgers niet te verlengen en met partner­overeenkomsten te gaan werken. Volgens de vakbond was er na deze wijziging nog steeds sprake van een relatie tussen een werkgever en werknemer. De kantonrechter was het daarmee eens. Die besloot ook dat Deliveroo wel degelijk onder de cao voor beroepsgoederenvervoer valt. In een eerdere zaak tussen een bezorger en Deliveroo oordeelde de kantonrechter op basis van de schriftelijke overeenkomst dat de bezorger niet in loondienst van het bedrijf was. 

Levenslang Holleeder

Levenslang. Dat kreeg Willem Holleeder te horen op 4 juli in de bunker van de Amsterdamse rechtbank. Die rekent hem een reeks ‘koelbloedige’ liquidaties aan, waarvoor Holleeder de belangrijkste opdrachtgever zou zijn. Volgens de rechtbank beschikte hij ‘gewetenloos en onverschillig’ over het leven van anderen. Belangrijk in de bewijsvoering waren de getuigenissen van Holleeders zussen Astrid en Sonja. Volgens Holleeder hebben de twee een ‘ongekende mediacampagne’ gevoerd en heeft de rechtbank daardoor niet objectief geoordeeld. Advocaat Sander Janssen (Cleerdin & Hamer, Amsterdam) heeft namens Holleeder hoger beroep aangetekend. Advocaat Robert Malewicz die Holleeder samen met Janssen in eerste aanleg bijstond, wordt vervangen door kantoorgenoot Desiree de Jonge. 

Stikstofzaak

stikstof

Vooruitlopend op toekomstige gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden mag op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet alvast toestemming gegeven worden voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Dat oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 in twee zaken. Daarmee zette de Afdeling een streep door de vergunningen die verschillende veehouders hadden aangevraagd. In afwachting van nieuw beleid zijn ook duizenden bouwprojecten stil gevallen. Betrokken rechtsbijstandverleners zagen af van een interview voor de serie Spraakmakende zaken in het Advocatenblad. 

Terughalen ISIS-kinderen 

Het kabinet wilde er niet aan om Nederlandse ISIS-vrouwen met hun kinderen terug te halen uit Syrië. De situatie ter plekke zou te gevaarlijk zijn. Terugkeer van deze groep geradicaliseerde moslims naar Nederland zou volgens diverse partijen te veel risico’s opleveren. Een groep advocaten – Tom de Boer, Tamara Buruma, Jeffrey Jordan, Elpiniki Kolokatsi en Bart Nooitgedacht – onder aanvoering van de Rotterdamse advocaat André Seebregts vroeg de staat via de rechter om de kinderen toch terug te halen. Volgens hen kunnen ISIS-vrouwen beter hier worden berecht. Dat zou meer controle bieden. In november besliste de voorzieningenrechter in Den Haag dat de Nederlandse staat zich moet inspannen om de kinderen van ISIS-vrouwen uit de kampen naar Nederland te halen. Als de kinderen niet mogen vertrekken zonder hun moeders, moet de overheid proberen ook de moeders terug te halen. De staat ging tegen de uitspraak in beroep. 

Aansprakelijkheid Srebrenica 

De Nederlandse staat is voor een klein deel aansprakelijk voor de dood van 350 moslimmannen na de val van de enclave Srebrenica in 1995. Dat oordeelde de Hoge Raad op 19 juli in navolging van het gerechtshof twee jaar eerder. De schade­vergoeding waar de nabestaanden, bijgestaan door Marco Gerritsen (Van Diepen Van der Kroef Advocaten), volgens de Hoge Raad recht op hebben is lager: tien procent van de schade tegenover dertig procent volgens het hof. De 350 mannen en jongens werden bij de verovering van de enclave door het Bosnisch-­Servische leger vermoord nadat ze waren ­geëvacueerd door het Nederlandse leger. Bij de genocide kwamen in totaal ruim 8.000 moslimmannen om. De Nederlandse staat ontkende aansprakelijkheid omdat de militairen onder de vlag van de Verenigde Naties opereerden. 

De witwaszaak

witwas

Twee broers werden in september veroordeeld tot zes en vijf jaar cel voor het jarenlang witwassen van in totaal 320 miljoen dollar op Curaçao, oplichting en het vervalsen van documenten. De Rechtbank Overijssel schoof hiermee een overeenkomst tussen het OM en de verdachten aan de kant. De overeenkomst hield in dat, als de verdachten zouden meewerken, het OM lagere straffen zou eisen. De afgesproken lage strafeis deed op geen enkele wijze recht aan de aard en ernst van de feiten, aldus de rechtbank. ‘De afspraak kende daarnaast geen wettelijke basis en de rechtbank is ook geen partij daarin. De overeenkomst stond op gespannen voet met onder meer het strafdoel van algemene preventie.’ 

Hoger beroep Blokkeerfriezen 

Het gerechtshof in Leeuwarden gaf eind oktober een taakstraf van negentig uur aan de Friezen die in november 2017 de A7 hadden geblokkeerd om anti-Zwarte Pietdemonstranten, die bij de Sinterklaasintocht in Dokkum wilden demonstreren, tegen te houden. Volgens het hof was de blokkade een collectieve actie. ‘Alle deelnemers hadden hetzelfde doel.’ Het hof maakte geen onderscheid tussen de mate van betrokkenheid van de verschillende verdachten, die bijgestaan werden door advocaat Tjalling van der Goot. De rechtbank legde een jaar eerder werkstraffen tot 240 uur op. De straf valt in hoger beroep lager uit ‘mede omdat er geen ernstige ongelukken zijn gebeurd en het een incident betrof’. 

Belasting box 3 

Ten onrechte is de Belastingdienst ervan uitgegaan dat spaarders in 2013 en 2014 een gemiddeld rendement van vier procent zouden behalen. De spaarrente daalde in die jaren juist hard. De Hoge Raad bepaalde half juni van dit jaar in een zaak die was aangespannen door de Bond voor Belastingbetalers dat 4 procent rendement in 2013 en 2014 alleen gehaald kon worden als daarbij (veel) risico werd genomen. Met deze uitspraak kon de Belastingdienst de bezwaren tegen de box 3-heffing voor de jaren 2013 en 2014 gaan afwikkelen. Ook kunnen belastingbetalers met spaargeld of ander vermogen deze uitspraak gebruiken bij latere belastingaanslagen over box 3. 

Hoger beroep Anne Faber 

Michael P. is in hoger beroep, net als in eerste aanleg, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 jaar en tbs met dwangverpleging. Dat oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 juli van dit jaar. Michael P. heeft deze straf opgelegd gekregen omdat hij schuldig werd bevonden aan het verkrachten en het doden van Anne Faber en het mishandelen van medewerkers van het Pieter Baan Centrum. Het Openbaar Ministerie had in hoger beroep gevorderd dat verdachte werd veroordeeld voor moord. Volgens het hof kon niet worden vastgesteld dat sprake was van voorbedachte raad. Maar het hof zag ook geen aanleiding voor strafvermindering, zoals advocaten Niels Dorrestein en Sander de Korte (Dupliq Advocaten, Utrecht) vorderden. 

Affaire kinderopvangtoeslag 

kinderopvang

Sinds 2014 is er een slepend conflict tussen de Belastingdienst en een groep van 152 ouders. Inzet: de kinder­opvangtoeslag die de ouders moeten terugbetalen wegens vermeende fraude. Diverse ouders spanden een rechtszaak aan, onder wie een moeder bij de Rechtbank Rotterdam. Die stelde de eiseres op 12 juli in het gelijk: zij had de toeslag terecht ontvangen en niet gefraudeerd. De Belastingdienst moest direct een deel van de geleden schade vergoeden. Bovendien kreeg de vrouw, die werd bijgestaan door Jacqueline Nieuwstraten (Rotterdams Advokatenkollektief), volledige inzage in het onderzoekdossier over het gastouderbureau dat zij en andere ouders inschakelden. De zaak veroorzaakte politieke beroering: staatssecretaris Menno Snel van Financiën moest een halfjaar later diep door het stof. 

F3I2124-kleiner

Francisca Mebius

Redacteur

Profiel-pagina
Buitenfoto-Bien-2

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie