Een juf op de basisschool werd berispt, geschorst en overgeplaatst na een ‘incident’ – ze had volgens haar werkgever onvoldoende gedaan om kinderen die zoek waren zo snel mogelijk terug te vinden. De juf stapte naar haar rechtsbijstandverzekeraar Achmea, die toezegde bijstand door mr. X (en op de achtergrond mr. Y) te zullen vergoeden.

Het advies van mr. X kwam erop neer dat onderhandelen over een beëindigingsregeling de beste optie was. Zij schreef er meteen bij dat zij zich ‘niet voldoende in staat achtte’ mevrouw bij te staan als het op procederen aankwam.

Cliënte wilde wel een beëindigingsregeling treffen, maar ze had een paar principiële punten. Zo wilde ze niet verklaren dat zíj fout had gezeten en wilde ze geen geheimhoudingsbeding tekenen. Ze hield de mogelijkheid open dat ze zelf ontbinding zou vragen – ook al liep ze dan het risico haar recht op WW verliezen (haar inkomen was minder van belang, zei ze, omdat haar partner goed verdiende). Maar van procederen wilde mr. X niet horen.

Toen mevrouw kritische vragen stelde gaven de advocaten de zaak terug aan Achmea. Ze lichtten daarbij toe dat de kans van slagen van een zelf te starten ontbindingsprocedure ‘nihil althans gering’ was, gezien de verwijten die de werkgever mevrouw maakte. Op grond van dat advies trok de verzekeraar de dekking in.

Mevrouw procedeerde uiteindelijk toch. Haar beroep tegen de berisping en overplaatsing werd gegrond verklaard, en ze kreeg ontbinding met een redelijke vergoeding.

Weigerden mrs. X en Y om te procederen vanwege die lage vaste vergoeding van 800 euro? De Amsterdamse raad van discipline kan dat ‘uitsluiten noch vaststellen’, maar stelt wél vast dat niet duidelijk is geworden waarom de advocaten die optie opzijschoven. Een advocaat mag een door de cliënt gewenste strategie afwijzen als die niet in het belang van de zaak is, maar dan moet hij dat wel tijdig en zorgvuldig aan de cliënt kenbaar maken. Daarin waren mrs. X en Y tekort geschoten.

Bovendien hadden ze hun geheimhoudingsplicht jegens mevrouw geschonden door de verzekeraar te melden dat ze het een (bijna) kansloze zaak vonden. Als advocaat bespreek je een advies eerst met je cliënt. Die kan immers nog aanvullingen en op- of aanmerkingen hebben. Bovendien is het aan de cliënt om invulling te geven aan de polisvoorwaarden jegens de verzekeraar. Mevrouw had weliswaar een verklaring ondertekend dat de advocaten tijdens en bij afsluiting van de zaak de verzekeraar op de hoogte mochten houden, maar dat deed daaraan volgens de raad niet af.

De cliënte verweet de advocaten ook dat zij aan de slag waren gegaan voor een te lage vergoeding, waardoor een tegenstrijdig belang was ontstaan. ‘Hoewel de raad de zorg van klaagster deelt met betrekking tot de hoogte van de afgesproken fixed fee in verhouding tot de te verrichten werkzaamheden,’ kan de raad niet vaststellen dat de advocaten hiervan een verwijt treft.

De advocaten kregen beiden een waarschuwing, maar kunnen nog in beroep.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie