Advocaten die het verwijt krijgen dat ze een beroepsfout hebben gemaakt zijn er niet altijd happig op hun verzekeraar te noemen, en verzekeraars zelf vragen vaak ook om geheimhouding – er zijn nogal wat ‘stalkende claimanten’, zo valt in dit stuk van Leonie Rammeloo te lezen.

De kwestie is nu voor de tweede keer aan de orde in een zaak die in eerste instantie draaide om een beroepsfout van een accountant bij de waardepaling van een vennootschap, maar die leidde tot een hele serie recht- en tuchtzaken. In 2018 oordeelde het Hof van Discipline dat een advocaat in beginsel de gegevens van de verzekeraar moet verstrekken. Het hof verwees daarbij naar artikel 6:24 Voda: een advocaat moet een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben bij een verzekeraar waarvan je mag aannemen dat hij solvabel is. Volgens de toelichting is het doel om het publiek tot op zekere hoogte een waarborg te bieden dat de advocaat verhaal biedt als hij een beroepsfout heeft gemaakt. Dat impliceert ook, aldus het hof toen, dat de advocaat in beginsel desgevraagd aan een benadeelde de gegevens van die verzekeraar moet verstrekken.

De zaak waar we het nu over hebben speelt in dezelfde context. De klagers wilden van twee (andere) advocaten, mrs. X en Y, weten wie hun verzekeraar was, maar ook zij weigerden. Bekendmaking van de verzekeraar zou de ‘olievlek aan klachten en persoonlijke aansprakelijkstellingen’ alleen maar erger maken, zo zeiden ze. De advocaten vroegen de deken om aan klagers te bevestigen dat ze netjes verzekerd waren, en die deed dat. Maar klagers namen daar geen genoegen mee.

In 2019 oordeelde de raad van discipline Amsterdam dat mrs. X en Y in de onderhavige zaak niet verplicht waren te zeggen wie hun verzekeraar was, en nu heeft het Hof van Discipline  zich daarachter geschaard. Volgens het hof kan een advocaat voldoen aan de waarborgfunctie van artikel 6:24 Voda door de gegevens van de verzekeraar te verstrekken, bijvoorbeeld door een kopie van zijn schademelding aan de (vermeend) benadeelde te verstrekken. Maar het kan ook door, bijvoorbeeld om de redenen die de advocaten hadden gegeven, de deken te vragen te bevestigen dat het goed zit met de verzekering.

Een advocaat moet ook helder communiceren na een ingediende claim, aldus het hof. In dit geval hadden de advocaten aansprakelijkheid afgewezen. De verzekeraar hoefden ze daarbij niet te noemen, want klagers hebben geen rechtstreekse aanspraak op de verzekeraar. Ze moeten procederen tegen de advocaten en als dat lukt, is het een zaak tussen de advocaten en hun verzekeraar wie uiteindelijk moet betalen.

Het hof vindt hierbij doorslaggevend dat de advocaten klagers niet in het ongewisse hebben gelaten over hun standpunt ten aanzien van de claim. Die zaak uit 2018, zegt het hof nu, ziet op de situatie dat de advocaat geen standpunt inneemt en zegt dat hij daarvoor afhankelijk is van het standpunt van de verzekeraar of dat hij de zaak aan de verzekeraar uit handen heeft gegeven. Dan moet de belanghebbende contact kunnen opnemen met de verzekeraar om duidelijkheid te krijgen over de afhandeling van de claim.

Dat artikel 6:24 Voda bleek dus toch niet zo’n goed aanknopingspunt om te bepalen of je de verzekeraar bekend moet maken. Voor de geruststelling dat de advocaat goed verzekerd is, heeft een belanghebbende de naam van de verzekeraar niet nodig. Misschien kun je het beginsel beter omdraaien: de advocaat hoeft de naam niet te geven, tenzij de weigering de benadeelde hindert in het effectueren van zijn claim.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie