Er was eens een chaletpark waar een poosje iets moois bloeide tussen twee chalet-eigenaren/erfpachters. Op enig moment ontdekte de exploitant een hennepkwekerij op de percelen van meneer. De elektriciteitsmeter bleek teruggedraaid. Daarop gooide de exploitant meneer én mevrouw eruit en sloot de percelen af van gas en elektra.

Mevrouw begon een kort geding, en kreeg gelijk: het was onvoldoende gebleken dat zij verantwoordelijk was voor het rommelen met de meterkast. De exploitant moest mevrouw weer toelaten.

Over het extra stroomverbruik voerde de exploitant een bindendadvies-procedure met de vereniging van erfpachters. Mr. X trad op namens de exploitant. Hij herhaalde dat mevrouw verantwoordelijk was voor het terugdraaien van de meter.
Verder schreef hij dat zij tweemaal op het kantoor van de exploitant ‘een rel met scheldkanonnade’ had gecreëerd. Ze had met deuren gegooid en een medewerkster voor ‘kankerhoer’ uitgescholden. ‘Dit soort gedrag en beledigingen van het personeel van cliënte accepteert zij niet. Daarnaast zijn er onregelmatigheden vastgesteld bij de elektrameter van het huisje van [klaagster]. (…) Een dergelijke persoon hoeft cliënte niet als gesprekspartner te accepteren,’ aldus mr. X.

Onnodig gegriefd

Volgens mevrouw had mr. X haar (onder andere) daarmee onnodig gegriefd. De voorzitter van de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden verklaarde de klacht kennelijk ongegrond, maar mevrouw ging in verzet en de raad was het deels met haar eens. Mr. X had gezien de kortgedinguitspraak niet mogen zeggen dat mevrouw geknoeid had met de meterstand en dat de cliënt ‘een dergelijk persoon’ niet hoefde accepteren als gesprekspartner. Mevrouw was dus ten onrechte neergezet als onbetrouwbaar individu.

De passage over ‘kankerhoer’ was wel oké, want mevrouw had toegegeven dat ze ‘klootzak’ had gezegd. Dan hoef je niet nader te gaan onderzoeken of je cliënt wel gelijk heeft met dat ‘kankerhoer’.
Mr. X ging in beroep tegen de hem opgelegde waarschuwing, en krijgt van het Hof van Discipline gelijk. Een advocaat heeft grote vrijheid bij de belangenbehartiging, maar mag de wederpartij niet onnodig grieven, feiten debiteren waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten dat ze niet kloppen of de wederpartij onevenredig schaden zonder redelijk doel.

Zakelijk

Mr. X had het standpunt van zijn cliënten zakelijk weergegeven, onnodig grievend was dat niet. Hij kon ook niet redelijkerwijs weten dat de feiten niet klopten. Die overweging van de voorzieningenrechter was een voorlopig oordeel en betekende niet dat mr. X de stelling dat mevrouw de boosdoener was als een onwaarheid terzijde moest leggen.
Mevrouw gaat met lege handen naar huis; mr. X is verlost van de waarschuwing en van de proceskostenveroordeling van 1250 euro.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie