Schaderegelingskantoor SRK in Den Haag, het bedrijf achter BrandMR, had de ACM gevraagd op te treden tegen de NOvA omdat twee artikelen in de Verordening op de advocatuur (Voda) in strijd zouden zijn met mededingingsregels. Concreet gaat het om bepalingen in de Voda-artikelen 5.9 en 5.11. Die stellen dat een advocaat in dienst van een verzekeraar alleen maar verzekerden mag bijstaan. SRK wil met BrandMR juist onverzekerde rechtzoekenden bijstaan, voor een fixed fee. Het bedrijf mikt op een groeiende groep ‘rechtmijders’, die te veel verdient voor gesubsidieerde rechtsbijstand maar de commerciële tarieven niet kan of wil betalen.

Op 10 februari maakte de ACM bekend het verzoek van SRK voorlopig af te wijzen. Reden daarvoor is dat de NOvA zelf de bewuste Voda-artikelen tegen het licht gaat houden. Volgens de ACM heeft de NOvA laten weten daarbij ‘een breed perspectief’ te hanteren.

Alternative business

De orde buigt zich niet alleen over de advocaat in loondienst van een verzekeraar, maar kijkt ook naar zogeheten alternative business structures (niet-advocaten als aandeelhouders) en naar de samenwerking met andere beroepsgroepen. ‘De NOvA is zich bewust van veranderende marktomstandigheden en voelt zich verantwoordelijk om regels bij de tijd te houden. Zij geeft aan dat bij elke beoordeling van nieuwe vormen van dienstverlening door advocaten het uitgangspunt is de vraag of die dienstverlening de toets aan de wettelijke kernwaarden (onafhankelijkheid, integriteit, deskundigheid, partijdigheid en vertrouwelijkheid) kan doorstaan’, zo citeert de ACM.

Het kan nog enige maanden duren, voordat de NOvA tot een oordeel komt. Als de algemene raad van de NOvA snel de knoop doorhakt, krijgt het college van afgevaardigden eind maart 2020 al een voorstel voorgelegd tot aanpassing van de Voda. ‘Bij een bredere consultatie dan gebruikelijk heeft de NOvA meer tijd nodig en zal bespreking van een voorstel plaatsvinden in de vergadering van het college van afgevaardigden eind juni 2020’, zegt de ACM in haar toelichting.

Dekker

De kwestie geniet ook de aandacht van de Haagse politiek. Tijdens een overleg met de Tweede Kamer begin februari maakte minister Dekker nog eens duidelijk gecharmeerd te zijn van BrandMR. ‘Dit soort vernieuwende vormen van dienstverlening vind ik heel erg aantrekkelijk’, aldus de bewindsman. Hij wees er daarbij op dat BrandMR zich niet richt op de gesubsidieerde rechtsbijstand, maar juist op de inkomensgroep daarboven. ‘Die kan geen aanspraak maken op gesubsidieerde rechtsbijstand en gaat dus naar een particuliere advocaat met commerciële tarieven en uurtje-factuurtje. Dat geeft best onzekerheid over wat zoiets gaat kosten. Ik vind het interessant om dat in eenduidige blokken te doen, zodat je weet wat je krijgt, voor welke prijs.’

Als de NOvA wijziging van de verordening niet mogelijk acht ‘dan moeten we naar hun argumenten luisteren en kijken of dat actie vraagt van de ACM of van ons als wetgever’, zei Dekker. Ook de ACM benadrukt dat de afwijzing van het SRK-verzoek een voorlopig karakter heeft. ‘Dit laat onverlet dat haar afweging op een later moment anders kan uitvallen.’

Voorkeur liggend_DaniellevdBerg_05

Strijder voor een open markt

SRK wil met BrandMR de markt op, maar stuit op de Voda. SRK-advocaat Danielle van den Bergh legt uit wat haar drijft.

Kees_Pijnappels-16-07-14-51a

Kees Pijnappels

Hoofdredacteur

Profiel-pagina
Advertentie