Eind 2018 kwam de zaak al een keer voorbij in deze rubriek: mr. X bleef zijn cliënt vertegenwoordigen in conflicten over de afwikkeling van een joint venture, terwijl de advocaat van de wederpartij inmiddels was overgestapt naar zijn kantoor (althans het Zwitserse deel van hetzelfde samenwerkingsverband). De Amsterdamse raad van discipline gaf mr. X toen een waarschuwing. Maar mr. X ging in appel – en met succes.

Het Hof van Discipline is het met de raad eens dat sprake is van een samenwerkingsverband in de zin van artikel 5.3 Voda
wanneer, zoals in dit geval, vestigingen van een internationaal samenwerkingsverband onder één naam opereren en daarbij niet rechtstreeks, maar via de band van het samenwerkingsverband zeggenschap en (beperkt) winst delen.

Maar dat betekent volgens het Hof niet dat de gedragsregels over belangenverstrengeling  op deze casus van toepassing zijn. Die regels gelden als er een nieuwe cliënt binnenkomt. Een advocaat mag een nieuwe zaak in beginsel niet aannemen als dat betekent dat hij tegen een (voormalige) cliënt van zijn kantoor/samenwerkingsverband gaat optreden – zie voor de uitzonderingen Gedragsregel 15. Ratio: een cliënt moet erop kunnen vertrouwen dat alles wat hij zijn advocaat toevertrouwt niet later tegen hem gebruikt wordt.

Geheimhoudingsplicht

In dit geval was echter geen sprake van een nieuwe cliënt, maar van een nieuwe advocáát op het kantoor van mr. X. Gedragsregel 15 is dan volgens het Hof alleen van toepassing als die advocaat zijn zaken meeneemt. Dan kunnen immers vertrouwelijke gegevens binnen dat nieuwe kantoor bekend raken. Als een cliënt niet is meegegaan (zoals hier het geval was), moet de advocaat die is overgestapt op zijn nieuwe kantoor de geheimhoudingsplicht nakomen.

Maar hoe bied je die oude cliënt voldoende rust en zekerheid, en houd je tegelijk rekening met de bestaande praktijk van samenwerkingsverbanden, gespecialiseerde advocaten, carrièrewisselingen én shoppende cliënten? Het Hof biedt houvast, met inspiratie uit de regels van de American Bar Association:

* Een advocaat mag niet al te lichtvaardig een cliënt afstoten als een wederpartij ‘belangenverstrengeling’ roept, zeker bij een hechte kennisintensieve relatie met een vaste cliënt (kernwaarde partijdigheid).
* Bij een mogelijke belangenverstrengeling moet hij wel alert en binnen de kaders van zijn geheimhoudingsplicht transparant optreden om elke schijn te voorkomen dat gegevens van een (oud-)cliënt tegen hem kunnen worden gebruikt.
* Bij een overstap als de onderhavige moet de overstapper direct worden afgeschermd van alle informatie over de zaak waarbij hij voor de wederpartij betrokken was.
* Het verdient aanbeveling de overstapper aan de ex-cliënt te laten vragen of die ermee instemt dat een advocaat van zijn nieuwe kantoor tegen hem gaat optreden, met uitleg over de geheimhouding.
* Het verdient ook aanbeveling dat de overstapper niet (direct) deelt in de vergoeding in die zaak (anders dan zijn normale salaris of winstdeel).
* Weigert de oud-cliënt, dan kan men de deken om advies vragen, die als geheimhouder kan onderzoeken of er gegronde vrees is voor misbruik van vertrouwelijke informatie. Daarbij een rol spelen of men de aanbevelingen van het Hof heeft gevolgd.

Ongegrond

Mr. X had hier weliswaar niet aan alle (toen nog niet omschreven) aanbevelingen voldaan, maar zijn handelwijze was niet van dien aard dat hem tuchtrechtelijk iets viel te verwijten. De klacht wordt door het Hof alsnog ongegrond
verklaard.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie