Direct nadat twee BV’s van de cliënt in totaal zo’n 1,2 miljoen op de derdenrekening van mr. X hadden overgemaakt, legde de gemeente beslag op de ING-rekeningen van die BV’s. Mispoes dus.

De Rechtbank Gelderland oordeelde op 13 december 2018 dat mr. X onrechtmatig had gehandeld jegens de gemeente door de cliënt misbruik te laten maken van de derdenrekening, met de opzet de gemeente te benadelen. Mr. X ging in beroep.

Op 28 mei 2019 diende de deken bezwaren in tegen mr. X en zijn kantoorgenote mr. Y, die samen met mr. X de derdenrekening beheerde. Volgens de deken was hun handelen in strijd met de kernwaarde integriteit en met de artikelen 6.22 lid 3 en 6.19.2 Voda (derdenrekening niet voor andere doelen gebruiken dan het beheer van derdengelden, respectievelijk gelden niet zonder noodzaak daar laten staan).

Liquidatie

Maar mrs. X en Y zeiden dat de stalling op de derdenrekening een redelijk doel diende, namelijk een ordentelijke liquidatie van het bedrijf. Het geld was direct te relateren aan een zaak die zij voor de cliënt in behandeling hadden. En de gemeente was niets tekort gekomen, want de cliënt had haar zekerheid verschaft, aldus de advocaten. Er was geen sprake van ‘verbergen’ maar van ‘reserveren’ voor de liquidatie van de onderneming.

De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden overweegt dat Afdeling 6.5 van de Voda als doel heeft te voorkomen dat advocaten met hun derdenrekening betrokken raken bij criminele activiteiten, dat ze gaan bankieren of gelden van derden gaan parkeren. Daarom geldt ook het twee-handtekeningenvereiste.

Mr. X handelde volgens de raad in strijd met de strekking van die regeling door zijn cliënt toestemming te geven voor de storting. Er was op dat moment geen gerechtelijke rangregeling of akkoord ophanden en de raad zag geen functioneel verband met een lopende zaak. De storting bemoeilijkte het verhaal van schuldeisers op de onderneming. Of er uiteindelijk een nette liquidatie had plaatsgevonden vindt de raad niet relevant.

Mr. X handelde niet integer én in strijd met de kernwaarde onafhankelijkheid, want nu wist de cliënt iets wat tegen hem gebruikt zou kunnen worden.

Strafverzwarend

Volgens de deken werkte ‘strafverzwarend’ (eigenlijk een term die in het tuchtrecht niet thuis hoort, het gaat om ‘maatregelen’, niet om ‘straf’) dat mr. X de bedoeling had het geld voor de schuldeisers te verbergen. Maar volgens de tuchtrechter was dit niet relevant: hij had zijn cliënt geen toestemming mogen geven, punt uit.
Wel ‘verzwarend’ vond de raad dat mr. X veel te lang had gewacht met terugbetalen en dat hij de bedragen anders over de vennootschappen had verdeeld dan hij ze van hen had ontvangen. En dan had mr. X ook nog eens zijn kantoorgenote mr. Y in dit geheel meegesleept.

Mr. Y had volgens de raad moeten onderzoeken waarom dat geld er stond en moeten aandringen op snelle terugboeking. Ook had zij niet mogen instemmen met die andere verdeling van het geld. Net als mr. X had ze niet integer gehandeld en haar onafhankelijkheid in gevaar gebracht.

Mr. X krijgt vier weken voorwaardelijke schorsing, waarbij onder meer rekening is gehouden met de media-aandacht die de zaak al had gekregen en het feit dat mr. X inzicht had getoond. Mr. Y, die spijt betuigde, krijgt een berisping. Appel staat nog open.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie