‘Vijf minuten nadat ik de concept dagvaarding heb gestuurd, kwam per mail het bericht van het gratiebureau van het ministerie van Justitie en Veiligheid binnen dat er is beslist de straf van mijn cliënt op te schorten,’ zegt Micha Jonge Vos (Van Gessel Advocaten, Amsterdam) woensdagmiddag. ‘Ik ben heel blij voor cliënt dat dit eruit is gekomen. Maar ik vind het heel triest dat het gratiebureau pas in dit stadium tot deze beslissing is gekomen.’

Bij zijn cliënt werd begin april een uitgezaaide tumor geconstateerd. De prognose van de betrokken oncoloog is dat hij minder dan drie maanden te leven heeft. Jonge Vos: ‘De PI Lelystad heeft dit heel voortvarend opgepakt en om een strafonderbreking gevraagd. Daar verzette het Openbaar Ministerie zich niet tegen. De selectiefunctionaris van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) oordeelde dat hij niet in aanmerking komt voor strafonderbreking omdat hij niet detentieongeschikt is. Dat ben je als je niet binnen detentie behandeld kunt worden. Maar ik vind dat de selectiefunctionaris het verkeerd heeft uitgelegd. De strafonderbreking is met name gevraagd op sociale gronden.’

De strafrechtadvocaat diende op 3 april een verzoek tot opschorting van de straf van zijn ongeneeslijk zieke cliënt, gedetineerd in de gevangenis in Lelystad, bij het gratiebureau in. ‘Een beslissing op een gratieverzoek duurt zes maanden. Daarom diende ik tegelijkertijd een verzoek tot opschorting van de straf in.’ Jonge Vos liet het verzoek volgen door tientallen mailtjes en telefoontjes.

Schrijnend

Een medewerker van het gratiebureau zei hem maandag dat er waarschijnlijk binnen twee weken een beslissing zou komen, vertelt Jonge Vos. ‘Dat zou betekenen dat mijn cliënt een maand moet wachten op een beslissing van het ministerie, terwijl zijn levensverwachting minder dan drie maanden is,’ zegt Jonge Vos. ‘Je moet wel een heel onredelijk mens zijn om te denken: laten we hier nog eens twee weken over gaan vergaderen.’
Jonge Vos kondigde schriftelijk aan dat, als het gratiebureau niet uiterlijk de dag erop, 21 april, contact op zou nemen, hij niet anders kon dan een kort geding aanspannen.

Jonge Vos’ cliënt (1961) werd in 2015 in Noorwegen veroordeeld voor een gevangenisstraf van twaalf en een half jaar voor de invoer van verdovende middelen. Twee jaar geleden werd hij vanuit Noorwegen naar de gevangenis in Lelystad overgeplaatst. Jonge Vos: ‘In de gevangenis heeft hij zich altijd goed gedragen. Zijn vrijlating zal geen maatschappelijke onrust veroorzaken. In mijn beleving zou iedere ambtenaar beslissen dat deze man zijn laatste dagen thuis, bij zijn familie mag doorbrengen. Die beslissing kun je binnen vijf minuten nemen. Maar het gratiebureau van het ministerie van Veiligheid en Justitie bleef muisstil.’

Jonge Vos zag daarom geen andere mogelijkheid dan een kort geding aanspannen. ‘Vanwege de coronamaatregelen kon cliënt ook geen familiebezoek ontvangen. Dat maakte het extra schrijnend voor deze man die in detentie alleen via Skype zijn familie kon spreken.’

Een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie geeft aan geen commentaar te kunnen geven op deze individuele zaak.

Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie