Mr. X is huisadvocaat van E. B.V. Als de algemeen directeur K. privé met financiële problemen kampt, gaat mr. X ook voor hem optreden, met medeweten van het bestuur van het bedrijf.

In juni 2016 blijkt dat de financieel directeur grote bedragen van de onderneming heeft overgeboekt naar derden zonder dat hij daarvoor een goede verklaring kan geven. Het gaat om speculatieve deals voor in totaal bijna negen ton.

In plaats van de directeur te ontslaan, houdt E. B.V. hem in het zadel om argwaan bij derden te voorkomen. Men geeft de directeur de kans om, met hulp van mr. X, het verloren geld terug te halen.  Wel tekent de directeur een door mr. X opgestelde schuldbekentenis.

Terugbetalingen

Van echte terugbetalingen komt niets terecht. De directeur leent wel € 235.000 van een bedrijf dat in handen is van een zekere V. Die meneer V stort het bedrag op de derdenrekening van mr. X, die het weer overmaakt naar de derden bij wie de directeur geld zou moeten terughalen. Vanaf die rekeningen wordt het door de directeur geleende bedrag doorbetaald aan E. B.V. Voor E. B.V. ziet het er dus uit alsof de directeur slaagt in zijn pogingen de zaken recht te zetten. Dat het geld afkomstig is van V blijft onzichtbaar.

Kort nadien sluit de directeur namens E. B.V. een deal met diezelfde V van wie hij net geld heeft geleend. Daarin gaat E. B.V. een langdurige samenwerking aan met een bedrijf van V. Mr. X helpt de overeenkomst op te stellen. Het bestuur van E. B.V. weet van niets.

Onbeperkte bevoegdheid

E. B.V. klaagt bij de Amsterdamse raad van discipline onder meer dat mr. X haar had geadviseerd de onbeperkte bevoegdheid van de directeur in het handelsregister aan te houden. Volgens mr. X had hij het tegenovergestelde geadviseerd, maar dat advies lag niet schriftelijk vast. Die nalatigheid komt – conform vaste jurisprudentie – voor rekening van mr. X. Zeker zo’n belangrijk advies waaraan gezien de malversaties van de directeur grote risico’s kleefden moet worden vastgelegd. Bij gebreke daarvan gaat de tuchtrechter uit van de versie van de cliënt.

Verder had mr. X volgens de tuchtrechter zich zeker na 16 juni als advocaat moeten terugtrekken. Hij behandelde (potentieel) tegenstrijdige belangen en had zelfs de zaak van het bedrijf tégen de directeur aangenomen. Als advocaat van de onderneming had hij niet mogen zwijgen over de financiële perikelen van de directeur en de deals met V.

Schorsing

Ook had mr. X zijn derdenrekening (onder andere) laten gebruiken voor een constructie die kennelijk was bedoeld was om de herkomst van het geld te verdoezelen. Hij had vragen van de onderneming veel te laat beantwoord en op zijn minst de schijn gewekt dat hij betrokken was bij een aantal deals. En dan had hij ook nog werkzaamheden voor de directeur in privé aan het bedrijf in rekening gebracht.

Mr. X kreeg in eerste instantie slechts een schorsing van acht weken waarvan twee onvoorwaardelijk. Hij ging in appel, maar trok dat weer in – en deed zichzelf daarmee waarschijnlijk een plezier. Te meer daar hij volgens de tuchtuitspraak al eerder maatregelen had gekregen voor soortgelijke kwesties en het op zitting leek of hij nog altijd niet vatte hoe verkeerd hij bezig was geweest. Vandaar dat er geen inhoudelijke behandeling volgde, maar slechts een bekrachtiging. Het Hof van Discipline bepaalde de ingangsdatum van de schorsing op 1 mei jongstleden.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie