Mr. X treedt op voor een voetbalclub in een conflict met de gemeente over de huur van een voetbalveld, en het gaat van-dik-hout-zaagt-men-planken. De wethouder liegt, het gemeentebestuur veegt de billen af met de waarheid, men maakt misbruik van recht en positie en is hypocriet – nee, ingetogen is het allemaal niet.

De voorzieningenrechter die de zaak in kort geding behandelt zegt er wat van in zijn vonnis: ‘Afgezien van de diffamerende bewoordingen aan het adres van de gemeente, waarvan [mr. X] zich bij tijd en wijle bedient…,’.

De gemeente, het college van B en W, de burgemeester en de betrokken wethouder dienen met zijn allen een klacht in.

Emoties

Zoals bekend heeft een advocaat grote mate van vrijheid bij de belangenbehartiging, maar mag hij zich volgens vaste jurisprudentie niet onnodig grievend uitlaten over de wederpartij. De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat mr. X die grens niet heeft overschreden: ‘De raad is van oordeel dat de litigieuze passages scherp van toon en inhoud zijn, zoals onder meer de zinssnede dat het gemeentebestuur “de billen afveegt met de goede trouw” en “in strijd handelt met het bepaalde in artikel 3:14 BW, in allerlei pogingen om IJ. te elimineren”, terwijl klagers veelvuldig worden beschuldigd van onder meer het uiten van leugens. Verweerder vertolkt daarmee het standpunt van zijn cliënt in een zaak waarin de emoties aan de kant van zijn cliënt kennelijk hoog zijn opgelopen. Als advocaat van de wederpartij van klagers heeft hij daarmee echter niet de hem toekomende ruime mate van vrijheid overschreden.’ Daar komt bij, zegt de raad, dat publieke organen en de mensen die daar werken ‘tegen een stootje moeten kunnen’.

Toch is het daarmee niet klaar: ‘Ieder afzonderlijk zijn de litigieuze passages weliswaar niet (allemaal) onbehoorlijk, maar in onderlinge samenhang gezien en mede gelet op het veelvuldig gebruik van de soms forse beschuldigingen, is er sprake van een handelen in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt,’ aldus de tuchtrechter.

Níet onnodig grievend, wél onbehoorlijk – waarom koos de tuchtrechter hiervoor? Het standpunt van mr. X dat de burgemeester valsheid in geschrifte had gepleegd was volgens de raad niet op voorhand van elke grond ontbloot. Misschien is in zo’n geval een ‘onnodig grievend’-stempeltje voor de klagers te veel eer?

Mr. X kreeg een waarschuwing, maar er loopt inmiddels hoger beroep. Misschien komen we dan meer te weten over dat subtiele onderscheid.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie