Rechtbanken, politiebureaus en gevangenissen worstelen met beschermingsmaatregelen om besmetting van het coronavirus te voorkomen. Verdachten en slachtoffers zijn de dupe en advocaten kunnen hun werk naar eigen zeggen niet naar behoren uitvoeren.

De Raad voor de rechtspraak heeft de gerechtsgebouwen de afgelopen weken aangepast aan een samenleving waar anderhalve meter afstand de norm is. Sinds 11 mei wordt het aantal fysieke zittingen weer langzaam opgeschaald. Hierbij krijgen strafzaken, jeugd(straf)zaken en familiezaken voorrang. Het uitgangspunt blijft dat andere rechtszaken zo veel mogelijk met een videoverbinding of telefonisch worden behandeld of schriftelijk worden afgedaan.

Pro­formazittingen, zoals de zittingen van deze maand in het Marengo­proces, vallen niet onder de prioriteitszaken voor fysieke aanwezigheid, liet de Rechtspraak in april weten. Resultaat zou zijn dat verdachten niet worden toegelaten tijdens de zitting, maar dat ze alleen tijdens de behandeling van hun eigen zaak zouden kunnen inbellen via een videoverbinding.

Dat past volgens de advocaten van Ficq & Partners niet bij het omvangrijke Marengo-proces. ‘Het gevolg is namelijk dat gedetineerde verdachten slechts voor de duur van maximaal zestig minuten hun eigen zaak kunnen bijwonen en dat binnen die korte tijd alle relevante feiten, ontwikkelingen en verzoeken behandeld moeten worden. In Marengo is dat onwerkbaar. Daarnaast is vertrouwelijk overleg met cliënten op deze manier niet mogelijk. In strijd met het beginsel van gelijke wapenen worden slechts de rechten van de verdediging beknot.’

De rechtbank in Amsterdam liet 13 mei weten dat de verdachten in het liquidatieproces Marengo toch fysiek aanwezig mogen zijn bij de rechtbank in Amsterdam. Tijdens de ‘uitloopdagen’ op 27 en 28 mei mogen de verdachten de zitting wel fysiek bijwonen. In reactie hierop hebben hun advocaten laten weten bij deze zitting aanwezig te zijn, om ‘de verdediging op de gebruikelijke en door ons gewenste wijze te voeren.’

Over de maatregel dat raadslieden geen zaken van medeverdachten kunnen bijwonen, tenzij sprake is van een uitzondering, is Ficq & Partners niet te spreken. ‘Advocaten behoeven niet te motiveren waarom zij in het belang van hun cliënten aanwezig wensen te zijn bij de behandeling van de zaken tegen de andere Marengo-verdachten. Alleen al het feit dat het Openbaar Ministerie alle zaken zal bijwonen, zou voldoende moeten zijn.’

Ook de maatregelen met betrekking tot het uitwisselen van pleitnota’s stuit op bezwaren van de advocaten van Ficq & Partners. Na kennisname van het betoog van het OM in het Marengo-proces hadden de advocaten nog een week de tijd om de pleitaantekeningen te verstrekken aan de rechtbank en officieren van justitie. ‘Deze aanwijzing illustreert dat geen rekening wordt gehouden met de agenda van raadslieden.’

Overleg

Ook tbs-advocaat Job Knoester (Knoester Van der Hut Alberts & Korteling Advocaten in Den Haag) hekelt het gebrek aan overleg. ‘De ene pro-formazitting is de andere niet en dat geldt ook voor zittingen over de verlenging van tbs. De ene tbs-verlenging vereist fysieke aanwezigheid en de andere kan goed via Skype. Een belangrijke voorwaarde is dat er goed overleg is met de rechtbank en je het laat afhangen van de aard van de cliënt en zaak. Dat overleg is er lang niet altijd, hoor ik van veel collega’s. De Rechtspraak heeft een tijdelijk reglement de lucht in geslingerd, zonder veel overleg met de advocatuur. Zo worden er zonder overleg familiezaken ingepland op bepaalde gerechten. Dan heb je mij in de hoogste boom. Dan heb je als rechtspraak geen flauw benul van je centrale positie in het systeem.’

corona_rechtbank_DenBosch_AS_4681 s

Sommige rechtbanken plegen volgens Knoester wel ruggespraak met de advocatuur. ‘Dat wordt georganiseerd door de administratie, of anders belt de zaakgriffier of de rechter zelf om de opzet te bespreken. Wat is daar nou zo ingewikkeld aan? Met het Hof Arnhem-Leeuwarden heb ik deze weken alleen maar goede ervaringen. Er is onvoldoende centrale regie in de Rechtspraak die het beleid van de afzonderlijke gerechten op één lijn brengt.’

Strafpleiters vinden dat de rechten van verdachten worden geschonden, maar de slachtofferadvocatuur is evenmin te spreken over de manier waarop de Rechtspraak omgaat met de rechten van slachtoffers. Stichting LANGZS (Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zeden Slachtoffers) zegt dat er nooit overleg met de beroepsgroep heeft plaatsgevonden over de getroffen coronamaatregelen. In een open brief aan de Rechtspraak stelt de stichting dat slachtofferrechten niet altijd worden geëerbiedigd. ‘Slachtofferrechten zijn tot een zogenoemde sluitpost verworden.’

Als voorbeeld noemt de stichting dat sommige slachtoffers in ‘zeer ernstige en urgente zaken’ de toegang tot zittingen wordt ontzegd en anderen die wel welkom zijn mogen hun partner niet meenemen. ‘Ze worden niet of uiterst laat op de hoogte gesteld van uitstel van zittingen en het beleid van de arrondissementen en ressorten is niet eenduidig. Ook maakten we mee dat slachtoffers werd aangeboden de zitting te volgen via een telefoonverbinding, dus enkel met geluid. Dan dreigt het slachtoffer in plaats van op te treden als procespartij tot toeschouwer van diens eigen zaak gedegradeerd te worden.’

Aanwezigheid

De slachtofferadvocatuur roept de Rechtspraak op ervoor te zorgen dat rechters hun werk op zo’n wijze kunnen doen dat slachtofferrechten ook daadwerkelijk uitgeoefend kunnen worden. ‘Slachtoffers, nabestaanden daaronder begrepen, en hun gemachtigden moeten als volwaardige procespartij worden gezien. Een slachtoffer dat zijn spreekrecht wil uitoefenen, heeft het recht dat ten overstaan van de rechter en verdachte te doen. En dus ook het recht de zitting bij te wonen en zich daarbij te laten ondersteunen door minstens één vertrouwenspersoon en hun advocaat. Daarvoor is nodig dat de Rechtspraak die vertrouwenspersoon niet langer aanmerkt als “publiek” maar als bijstand van het slachtoffer.’

Politiebureaus

Er is ook kritiek op de manier waarop politiebureaus en gevangenissen maatregelen treffen. Volgens Knoester is het op de meeste politiebureaus niet goed geregeld. Zo staan er tijdens verhoor wel glasschermen tussen de verdachte en de rechercheur, maar niet tussen de advocaat en de verdachte. ‘Dan moet je of naast de verdachte gaan zitten of naast de rechercheur. Dat is allebei onwenselijk. De politie denkt primair aan de eigen mensen. Dat hebben ze in de media ook gezegd. Op ons kantoor denken we aan onszelf én aan anderen.’

NVSA-voorzitter Jeroen Soeteman heeft dezelfde ervaring. Ook volgens hem is het een bewuste keuze van de politie om geen tweede scherm neer te zetten. ‘De politie heeft laten weten dat ze bij het plaatsen van de schermen voorrang hebben gegeven aan eigen personeel en burgers die aangifte komen doen. Daarmee wordt er bewust voor gekozen om de verdachte en de advocaat minder te beschermen.’
Ook in een deel van de spreekkamers van de politiebureaus laten de omstandigheden volgens Soeteman te wensen over. ‘Sommige spreekkamers hebben bijvoorbeeld geen spatschermen, zodat je moet bellen. Maar de intercomtelefoons die gebruikt worden galmen, zodat bewaarders of andere gedetineerden bewust of onbewust kunnen meeluisteren. Zo kun je geen vertrouwelijk gesprek voeren.’

Het principiële bezwaar vindt Soeteman dat advocaten nu te vaak worden gedwongen een keuze te maken tussen het verlenen van bijstand en de gezondheid van hun cliënt en henzelf. ‘Of je komt te dichtbij en veroorzaakt gezondheidsrisico’s, of je bent verstandig en je laat je cliënt in de steek. Zo worden rechtshulp en gezondheid communicerende vaten en dat mag niet. Het is fout om die keuze bij de advocaat te leggen.’

In de PI’s is de ervaring wisselend. Knoester: ‘Zelf ben ik in Alphen aan den Rijn en in Zaanstad geweest. Beide hadden hun best gedaan door bijvoorbeeld plexiglas aan te brengen. Maar het viel me op dat de bewaarders niet genoeg afstand van elkaar en van mij hielden. Toen een bewaarder de tolkentelefoon installeerde, hing hij helemaal over mijn schouder. Terwijl in het hele gebouw anderhalvemeter-bewijzering was aangebracht.’

Zittingscapaciteit rechtbanken

Waar de rechtspraak normaal gesproken tienduizend zaken per week behandelt, is er de afgelopen weken zo’n 75 procent van dat aantal gehaald, meldde de Raad voor de rechtspraak op 11 mei.
Stapsgewijs worden sinds die dag vaker zittingen in fysieke aanwezigheid van partijen behandeld. In gerechtsgebouwen zijn looplijnen aangebracht, plexiglasschermen geplaatst en is de toegangscontrole aangepast. De gerechten hanteren ruimere openingstijden. Publiek mag zittingen nog altijd niet bijwonen.

Per gerecht verschilt de capaciteit. Zo is in Amsterdam ongeveer de helft van alle zittingszalen ‘coronaproof’ gemaakt en in gebruik genomen. In Den Bosch zijn alle zittingszalen (16 grote en 21 kleinere) ingericht volgens de anderhalve-meternorm. Bij de Rechtbank Leeuwarden zijn alle zeven zittingszalen beschikbaar voor fysieke behandelingen. In Groningen zijn dat er negen van de achttien. Bij de Rechtbank Assen worden er in vier van de vijf zalen zittingen gehouden.

De Rechtbank Rotterdam heeft de afgelopen weken in ongeveer zeventig procent van de zaken uitspraak kunnen doen, meldt een woordvoerder. ‘Dat is in alle rechtsgebieden behalve straf-, jeugd- en familierecht. In die rechtsgebieden zijn de afgelopen weken geen inhoudelijke behandelingen geweest, enkele supersnelrechtzaken daargelaten. Voor die zaken is het belangrijk dat partijen fysiek aanwezig zijn.’ Deze zittingen zijn vanaf 11 mei weer van start gegaan.

De Rechtbank Overijssel volgt vanaf 11 mei weer grotendeels de reguliere zittingsroosters als het gaat om strafzittingen en ook deels voor wat betreft familie en jeugd. ‘Dat betekent ook dat we de zaken inhoudelijk gaan behandelen als ze eerder (vóór corona) voor inhoudelijke behandeling in het rooster gepland stonden,’ laat een woordvoerder weten. ‘Voor deze zaken hebben we voldoende zittingszalen beschikbaar en in het publieke deel van onze gerechtsgebouwen is voldoende loopruimte. Voor wat betreft familie en jeugd geldt dat we capaciteit hebben voor ongeveer 25 zittingen per week.’

De afgelopen periode is er bij de Rechtbank Noord-Nederland zo’n zeventig tot tachtig procent van het normaal aantal zaken afgedaan. Deze zaken zijn schriftelijk afgedaan of via videoverbinding, telehoren of door middel van fysieke zittingen behandeld. ‘Vanaf 11 mei neemt dit aantal aanzienlijk toe,’ laat een woordvoerder van de Rechtbank Noord-Nederland weten. ‘Uitgangspunt blijft nog altijd dat zaken schriftelijk of via Skype worden afgedaan waar dat kan.’

crona

Deel van Dossier

Coronacrisis

De uitbraak van het coronavirus heeft ingrijpende gevolgen, ook voor de advocatuur. Volg hier de belangrijkste ontwikkelingen.

Coronacrisis
F3I2124-kleiner

Francisca Mebius

Redacteur

Profiel-pagina
foto-Stijn-Dunk

Stijn Dunk

Redacteur Advocatenblad

Profiel-pagina
Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie