Kort voor de kerstvakantie 2013 ontving mr. X het vonnis van de rechtbank: cliënte mevrouw W kreeg een taakstraf. Mr. X stelde beroep in om de termijn veilig te stellen en vroeg cliënte per brief na de vakantie contact op te nemen over haar wensen in de zaak.

Mevrouw reageerde echter niet. Ook niet toen mr. X haar per brief informeerde over de datum van behandeling.

Op de zitting verscheen noch mevrouw W, noch mr. X. Wel een stagiair van zijn kantoor, die verklaarde dat hij als waarnemer van mr. X namens mevrouw W verweer voerde. Het resultaat: het hof rekende het mevrouw W aan dat zij niet zelf was verschenen en de taakstraf werd een gevangenisstraf van 162 dagen.

Mr. X legde de schuld deels bij zichzelf, deels bij mevrouw en deels bij de stagiair, die volgens hem op de zitting nooit had mogen zeggen dat hij was gemachtigd. Hij probeerde cassatie en gratie – tevergeefs. Mevrouw gaat achter de tralies. Mr. X betaalt in de tussentijd haar huur.

Dat laatste siert mr. X, vindt de Amsterdamse raad van discipline. Maar de bezwaren van de deken tegen zijn verdere handelen acht de raad grotendeels gegrond.

In hoger beroep gaan zonder instructie van je cliënt kan onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn, zegt de raad, maar dan heb je als advocaat wel een extra zware verplichting om met je cliënt in contact te komen en hem of haar naar behoren te adviseren over de kansen en risico’s van hoger beroep en van de gevolgen als de cliënt niet verschijnt bij het hof. Dat moet je ook schriftelijk bevestigen. Mr. X had in dit opzicht volstrekt onvoldoende gedaan. Waarom geen brieven per aangetekende post, telefoontjes, e-mails, smsjes?

Mr. X meende volgens de raad bovendien ten onrechte dat er automatisch niet-ontvankelijkheid was gevolgd als de stagiair maar niet had gezegd dat hij gemachtigd was.

Over de waarneming door de stagiair zegt de raad dat je als advocaat in beginsel de zaak van je cliënt zelf hoort te behandelen. Bij waarneming blijf je ook zelf verantwoordelijk. En je moet je cliënt informeren – ook al ben je vooraf overeenkomen dat vervanging een optie is.

Mr. X had ook de plicht zijn vervanger expliciet op het scenario voor te bereiden dat mevrouw W niet zou verschijnen. De raad rekent mr. X zwaar aan dat hij dat niet had gedaan en gaat niet mee in de poging van mr. X om de verantwoordelijkheid achteraf voor een groot deel bij de stagiaire te leggen.

Mr. X had ook nog eens vier tot vijf maanden gedraald met het informeren van zijn verzekeraar, toen mevrouw W hem aansprakelijk stelde. Je bent als advocaat niet vrij om naar eigen goeddunken al dan niet van de verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering gebruik te maken bij een schadeclaim. Om de belangen van je cliënt veilig te stellen, moet je zo spoedig mogelijk een melding doen en je cliënt daarover niet in het ongewisse laten, aldus de raad.

En dan hebben we het maar niet over het uitstelgedrag van mr. X bij het voldoen aan verzoeken van de deken, tuchtrechtelijke antecedenten en volgens de raad een gebrek aan zelfinzicht… Al met al lijkt mr. X er met vier weken voorwaardelijke schorsing genadig vanaf te komen. Maar hij kán als hij wil nog in appel.

Het ging in deze zaak ook over de de vraag of de termijn voor het indienen van een dekenbezwaar niet was vervallen. Zie daarover de uitspraak, die voortborduurt op de lijn die werd uitgezet in een zaak uit 2016.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie