De behandeling van de persoonlijke omstandigheden van de verdachten is afgerond. Week twee begint met een vier uur durend relaas van de teamleider van het opsporingsonderzoek, die onder meer de ter zitting getoonde beelden van de bewakingscamera’s op de plaats delict toelicht. Het zijn gruwelijke beelden. Daarna komen de overlevenden en nabestaanden aan het woord (de zg. slachtofferverklaringen). Gezien het grote aantal slachtoffers worden daar dertien zittingsdagen mee gevuld. Deze volg ik op afstand, via de Franse pers. Le Figaro, le Monde, Charlie Hebdo, L’Express, Libération, Médiapart, Le Parisien, leesvoer tot diep in de nacht, want overdag wacht het ‘gewone’ advocatenwerk.

Mondkapjes

De mondkapjes blijven de gemoederen bezig houden. De voorzitter komt terug op zijn beslissing toe te staan dat deze mogen worden afgezet door degenen die het woord voeren. Dat is bij nader inzien niet conform het decreet van de Franse minister-president van 1 september. Daarin staat dat het dragen van een mondkapje in een gerechtsgebouw verplicht is, in alle zaken, onder alle omstandigheden en vooral tijdens het spreken. De voorzitter realiseert zich dat het lastig is, maar kan niet om het ministeriële decreet heen.

Schermfoto 2020-09-15 om 21.28.48

Het relaas van de slachtoffers is indrukwekkend. Zij beschrijven de geur van bloed en kruitdampen. Verschillende motieven om ter zitting te verschijnen passeren de revue: de nagedachtenis aan de slachtoffers levend houden, er achter komen wat er precies gebeurd is en wat de ter zitting aanwezige verdachten daar mee te maken hebben, beschrijven wat voor afschuwelijk leed zware oorlogswapens aanrichten en het vrije woord verdedigen.

Behalve een beschrijving van veel menselijk leed vormen sommige verklaringen ook een politiek statement. Laurent Sourisseau (aka ‘Riss’), hoofdredacteur van Charlie Hebdo verwoordt het treffend. ‘Wat is de reden van ons bestaan? Om zo vrij mogelijk te zijn. Dat komt niet uit de lucht vallen, daar moet voor gevochten worden.’
De ideologische tegenstelling tussen slachtoffers en aanslagplegers wordt in volle omvang duidelijk. Islam betekent letterlijk ‘onderwerping’ en wijst op het fundamentele, religieuze principe dat een aanhanger van de islam zich overgeeft aan Gods wil en wetten.

Teleurstelling

De Franse landelijk officier terrorismebestrijding relativeert op tv de alom geventileerde teleurstelling over de afwezigheid van de aanslagplegers zelf bij dit ‘historische’ proces. De ervaring leert hem dat terrorismeverdachten ter zitting nauwelijks van toegevoegde waarde zijn omdat ze meestal ‘zwijgen, zich beperken tot ontkennen van het terroristisch oogmerk of louter provoceren’.
Dit patroon lijkt ook van toepassing op hun vermeende handlangers. Polat is daar een voorbeeld van. Zijn verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis, wegens vermeend gebrek aan bewijs voor terroristisch oogmerk, terwijl hij al bijna zes jaar in voorarrest zit, wordt afgewezen. Onder verwijzing naar zijn antwoord op de ter zitting gestelde vraag of hij zijn leven, terugkijkend, anders had willen inrichten, zei hij: ‘Je ferais pire’. ‘Ik zou een nog grotere boef willen zijn.’ Het recidivegevaar wordt onder verwijzing naar die opmerking als vaststaand aangenomen.
De ideologische drijfveren van de aanslagplegers worden in week vier van het proces behandeld. Op de rol staan diverse getuigen, waaronder familieleden en eerder veroordeelde jihadisten die met de aanslagplegers in contact zouden zijn geweest. Ik doe daarvan verslag in het volgende blog.

Tribunal de Paris 040920

Charlie Hebdo (2)

De Amersfoortse strafrechtadvocaat Elpiniki Kolokatsi woont in Parijs de zaak Charlie Hebdo bij. Voor het Advocatenblad verzorgt ze een blog. In de…

Advertentie