Kobossen 2

Na zijn rechtenstudie ging Joop Kobossen in mei 1970, op 27-jarige leeftijd, de advocatuur in. Hij begon als advocaat-stagiair bij een kantoor met een algemene praktijk in Deventer. Er werkten twee advocaten. ‘Mijn toenmalig patroon werd na drie maanden al benoemd tot raadsheer aan het gerechtshof in Leeuwarden. Al gauw werkte ik met één andere advocaat, mijn tweede patroon.’ Toen deze op zomervakantie ging, stond Kobossen er alleen voor en beleefde hij zijn eerste kort geding. ‘Ik wist bij god niet hoe je dat moest doen. Dus ik belde de advocaat van de wederpartij op, die ik kende. Ik vroeg hem wat hij ging zeggen en hoe het in zijn werk ging. Dat legde hij me uiterst vriendelijk uit. Vervolgens heb ik mijn argumenten bedacht, we hadden het kort geding en ik kreeg het gelijk aan mijn zijde.’

Niet zozeer aan deze overwinning, maar vooral aan de wijze waarop advocaten met elkaar omgingen, heeft Kobossen bijzondere herinneringen. ‘Heel confraterneel, in de volledige zin des woords. In heel Deventer werkten toen zeven advocaten. Je kende elkaar, je kon het veld overzien.’

Een jaar of zes later stapte hij over naar zijn huidige kantoor, De Mul Zegger advocaten en notarissen in Nijmegen. Daar specialiseerde hij zich in vastgoedrecht en erfrecht, rechtsgebieden waar hij nog altijd veel plezier aan beleeft. ‘De verschillende soorten mensen die je tegenkomt, interessante zaken, met veel zorg aan processtukken werken, de spanning van de zitting en de successen die je haalt. De negatieve zaken vergeet je…’

Waar mogelijk brengt Kobossen partijen bij elkaar. ‘Soms verwondert het waarom mensen zich zo druk maken, met name in erfrechtzaken. Een heel onverwerkt verleden komt dikwijls naar boven.’ De kunst is rustig luisteren en goed begrijpen wat iemand zegt en eigenlijk bedoelt, vertelt hij. ‘Het gelijk ligt regelmatig voor een deel aan de andere kant. Ik probeer dan aan te sturen op een vergelijk.’

De digitalisering van de rechtspraak ziet Kobossen als een belangrijke ontwikkeling voor de advocatuur. Door het stranden van de KEI-wetgeving is de ontwikkeling vertraagd, maar digitaal procederen is onontkoombaar, verwacht hij. In het kader van KEI voerde Kobossen de afgelopen jaren enkele digitale procedures bij de Rechtbank Gelderland. ‘Het voordeel is dat je geen reistijd hebt. Met name in sjabloonzaken kan dat heel praktisch zijn.’

Kobossen, inmiddels 78 jaar, is niet van plan op korte termijn te stoppen als advocaat. ‘Ik ben ongeveer net zolang getrouwd als dat ik advocaat ben. Ik weet niet wat ik anders zou moeten doen.’ En dan lachend: ‘Je kunt het ook beroepsdeformatie noemen. Veel dingen die ik zie of meemaak, plaats ik direct in een juridisch kader.’

Het werk houdt hem fit, zegt hij. ‘Het scherpt mijn geest, ik blijf geïnteresseerd. En digitaal kom ik ook aardig mee. Gewoon omdat ik ermee bezig blijf.’

Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie