L4L – Nasrin Sotoudeh

Op 19 september hing Nasrin Sotoudehs leven aan een zijden draadje. Ze was al veertig dagen in hongerstaking toen de autoriteiten haar lieten overbrengen naar de IC van een ziekenhuis. Daar werd de uitgemergelde advocate rond de klok bewaakt. Zes cipiers bleken later met COVID-19 te zijn besmet.

Vier dagen later werd Sotoudeh alweer teruggebracht naar de gevangenis. Op 26 september stopte ze haar hongerstaking. Ruim twee weken later werd ze teruggeplaatst in haar cel.

In het ziekenhuis waren bij Sotoudeh ernstige hart- en ademhalingsproblemen geconstateerd, maar niet behandeld. De snelle terugkeer naar de gevangenis was volgens artsen dan ook een ‘moedwillige poging haar leven in gevaar te brengen’, schreef haar echtgenoot Reza Khandan op 13 oktober in een verklaring. Smeekbeden van de familie om haar op medische gronden verlof te verlenen, werden geweigerd. Terwijl de staat daartoe wel wettelijk is verplicht, zegt advocaat Mohammad Moghimi, die Sotoudehs belangen vanuit het buitenland behartigt. ‘Volgens artikel 502 van het Wetboek van Strafvordering moet een ernstig zieke gedetineerde worden vrijgelaten voor behandeling. Ze negeren de wet.’

Eerder gratie

Nasrin Sotoudeh is een uitgesproken tegenstander van het Iraanse islamitische regime. Ze werd in 2018 veroordeeld tot 33 jaar cel en 148 zweepslagen voor misdrijven als ‘het in gevaar brengen van de staatsveiligheid’ en ‘aanzetten tot corruptie en prostitutie’ – dat laatste vanwege haar verdediging van vrouwen die weigerden de verplichte hoofddoek te dragen. ‘Helaas ging één van die zaken over mij,’ vertelt de feministische schrijfster en activist Shaparak Shajarizadeh. Zij is inmiddels naar Canada gevlucht en richtte de organisatie Free Iranian Lawyers op om Sotoudehs zaak (samen met ngo’s als Amnesty en L4L) op de agenda van mensenrechtenorganisaties en politici te houden.

In 2011 was Sotoudeh ook al eens veroordeeld tot elf jaar cel. Maar in 2013 werd ze vrijgelaten door de pas aangetreden, gematigde president Rohani: een gebaar van goede wil naar het Westen om de weg te plaveien naar een nucleaire deal – en opheffing van de economische sancties tegen het land. Die deal kwam er en met de opleving van de economie leken de gematigde krachten in de Iraanse maatschappij meer ruimte te krijgen. Shajarizadeh: ‘Rohani beloofde ons een beetje vrijheid en respect voor mensenrechten. In 2017 en 2018 gingen we de straat op en was onze beweging heel sterk. Maar de zogenaamd gematigde machthebbers vervolgden ons net zo hard als de fundamentalisten. Ze zijn onderdeel van dezelfde dictatuur.’

Sancties

In 2018 trok president Trump de stekker uit de nucleaire deal en stelde opnieuw sancties in. Shajarizadeh hoopt dat die de regering ertoe zullen dwingen om Sotoudeh en andere activisten vrij te laten. Druk van Europese landen zou ook welkom zijn.

Maar de sancties hebben een tegengesteld effect, denkt Sico van der Meer, Iran-deskundige bij Instituut Clingendael. ‘De gematigden van Rohani hebben veel steun onder de bevolking verloren, dat zag je bij de parlementsverkiezingen afgelopen februari – de opkomst was extreem laag. Sindsdien hebben de militairen hun macht verstevigd. Probleem is dat de Revolutionaire Garde economisch belang heeft bij instandhouding van de sancties. Zij hebben grote bedrijven in handen en door hun politieke macht kunnen ze de sancties ontwijken.’

De kans dat het regime op korte termijn concessies zal doen op mensenrechtengebied is dan ook uiterst klein, zegt Van der Meer, omdat het Westen bepaald niet met één mond spreekt, en ook weinig heeft te bieden. ‘Europese diplomaten hameren wel op mensenrechten. En over de nucleaire deal roept Europa steeds: wij blijven erin, samen met China. Maar wij hebben niet de macht om Amerikaanse sancties te doorbreken. En onze invloed staat of valt daarmee. Mensenrechten lijden daaronder. Begrijpelijk: als wij niks kunnen leveren, waarom zouden zij dan naar ons luisteren?’

tat1

Tatiana Scheltema

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie