binnenwerk_Eva Gonzalez Perez 05
Eva González Perez Beeld door: Erik van der Burgt

Ze had een ‘prinsheerlijk leven’, zegt Eva González: gelukkig getrouwd, twee kinderen, hij een gastouderbureau, zij sociaal advocaat in Eindhoven. Alles liep op rolletjes, totdat op een kwade dag in 2014 haar man telefoontjes van klanten begon te krijgen: ‘Onze toeslag is stopgezet. Heb jij iets gedaan?’ Hij zei: ‘Mijn vrouw is advocaat, ik zal navragen of die brief wel klopt.’

Zo begon het, aan de keukentafel waar ze nu ook haar verhaal vertelt. ‘In die brieven stond dat de Belastingdienst onvoldoende gegevens had. Alle ouders moesten langskomen met bewijsstukken,’ vertelt González. ‘Het waren rare brieven: met rechtsgevolg, maar zonder inhoudelijke motivering en zonder bezwaarclausule. En waarom niet rappelleren als je gegevens mist? Waarom stopzetten, niet opschorten, conform de wet?’

Dat kon zo niet, maar als de ouders netjes de stukken lieten zien zou het vast goedkomen, luidde haar advies. Maar wat men ook aan arbeidscontracten, kinderopvangnota’s en betalingsafschriften inleverde, alle ouders kregen een definitieve negatieve beslissing. Uitbetaalde toeslagen moesten worden gerestitueerd. Waarom? Onduidelijk.

González: ‘We bleven de hele tijd bellen met de Belastingdienst: wat mist u nog? Het antwoord was: dat hoort u in bezwaar. Daar maak ik me nog steeds kwaad over. Dat past niet in mijn hoofd. Hoe kun je in bezwaar als je de reden niet kent? En dan hoor je de laatste jaren minister Dekker steeds zeggen: de overheid moet er samen met de burger uitkomen… Maar zij zeiden gewoon: we pakken je iets af, en die rechtsbescherming, die komt pas in bezwaar.’

Afgrond

‘Ik dacht eigenlijk,’ vervolgt González, ‘ik heb hier geen tijd voor. Maar je ziet die ouders de afgrond ingaan. Mijn man nam een eigen advocaat, anders kwam het te dichtbij. Voor de ouders maakte ik een model-bezwaarschrift: dat ze het dossier wilden zien en de exacte reden wilden weten.’

Wat zeggen anderen?

González werkte uiteindelijk intensief samen met journalisten en politici om een doorbraak te forceren. De deken was haar regelmatig tot steun. Een greep uit hun reacties.

Pieter Omtzigt (CDA-Kamerlid):
‘In het begin geloofde ik het eerlijk gezegd niet. We hebben haar aardig doorgezaagd, klopt het wel? Ze bleef altijd netjes antwoorden. Je kon haar om twee uur ’s nachts appen, en dan had je een kwartier later de informatie die je nodig had. (…)
Ze heeft een echte advocatenhouding, zoekt dingen tot de bodem uit. Als ik een advocaat nodig had zou ik haar graag inhuren.’

Jan Kleinnijenhuis (journalist Trouw ):
‘Het is begonnen bij haar, en dankzij haar is het boven tafel gekomen. Ondanks alle spelletjes en bedrog zette ze door, en bleef ze vrolijk en monter. Ze is de nachtmerrie van de Belastingdienst, en dat is een enorm compliment.’

Jan Frederik Schnitzler (deken Oost-Brabant):
‘Een echte advocaat. Zo’n dappere, vasthoudende houding, dat is wel de buitencategorie. Het moet ontzettend frustrerend geweest zijn, telkens het lid op de neus. Zij doet dat op toegevoegde basis en voor een deel helemaal voor niks.’

De bezwaarprocedures – normaal zes weken – duurden twee jaar. Intussen ontvingen de ouders niets, ze waren geblokkeerd dus konden niet opnieuw aanvragen. Alles wat ze ontvangen hadden, moest acuut worden terugbetaald. Afhankelijk van het aantal kinderen kon dat oplopen tot 40.000 euro. Mensen kregen loonbeslag, konden hun kinderen niet meer wegbrengen, stopten noodgedwongen met werken, werden hun huis uitgezet. ‘Maar het ergste was,’ zegt González, ‘om bij voorbaat te zijn veroordeeld. Sommigen zijn het vertrouwen in de Belastingdienst zo kwijtgeraakt dat ze zelfs geen zorgtoeslag meer durven aanvragen.’

Hoe kreeg ze de zaak uiteindelijk vooruit? ‘Bij toeslagzaken is de dwangsom geen 1.200 euro bij niet-beslissen, zoals in gewone bestuursrechtzaken, maar 60 of 70 euro. Dat zet geen zoden aan de dijk, ook na ingebrekestelling krijg je gewoon de beslissing niet. Ik ging klachten indienen, probeerde tevergeefs een voorlopige voorziening te krijgen en ben uiteindelijk naar de Nationale ombudsman gestapt.’

Toen de beslissingen op bezwaar eindelijk binnenkwamen, was Kafka compleet. De ouders kregen tegengeworpen dat ze geen gegevens hadden overgelegd over de periode ná de stopzetting op 1 juli. En tja, de Belastingdienst keek naar het hele jaar, dus hadden ouders over heel 2014 geen recht op de toeslag. González: ‘Ze gingen er dus vanuit dat je moest doorgaan met de volledige kinderopvang betalen, maar dat konden veel ouders juist niet omdat de toeslag ten onrechte was stopgezet. Ik had tegen cliënten kunnen zeggen: zo zit het nu eenmaal, ze kijken naar het hele jaar. Maar het ging er bij mij niet in, en als er iets niet klopt, kan ik dat niet laten zitten. Andersom zal ik ook nooit met cliënten meeliegen of meedraaien.’

Dilemma

De vraag om gegevens na 1 juli was voor González een van de vele dilemma’s. Ze wilde een principiële lijn trekken, want als cliënten het na de stopzetting niet meer hadden kunnen voortzetten, moest dat voor rekening van de Belastingdienst komen. Maar soms was het voor de cliënt gunstiger om de gegevens wel te verstrekken. ‘Ik heb heel vaak met de deken gebeld: Jan Frederik, ik weet niet meer wat ik moet doen…

Er kwam ook heel vaak een herziening vlak voor de zitting – u krijgt gelijk, dus u heeft geen belang meer. Vrees voor precedentwerking ja, dat kun je wel boven je stuk zetten. Maar ik wilde een uitspraak, ook voor de proceskosten, want het was geen vetpot… Dus ging ik op zoek naar belangen. Ik haalde het recht op opvang erbij uit artikel 18 lid 3 Verdrag inzake de Rechten van het Kind, en de redelijke-termijnoverschrijding…’

In november 2015 kwam het eerste inhoudelijke succes: González won een zaak bij de rechtbank. Maar toen ging de overheid in hoger beroep. ‘Ik zei tegen ze: doe nou gewoon niet! Het klopt toch niet? Los nou gewoon op!’

Op een dag had ze vijf zaken bij de Raad van State. ‘Dan zaten er achterin drie advocaten van de landsadvocaat, die losten elkaar af. En ik zit in mijn eentje die vijf mensen bij te staan. Ik geloof dat ik tegen ze gezegd heb: “Jullie berekenen dat toch niet allemaal door hè?”’

Waarom begon ze zelf geen team, of deed ze geen beroep op een procesfonds? ‘Ik heb heel veel mensen om advies gevraagd. En ik vind dat de overheid mijn kosten moet betalen, die heeft de schade gemaakt.’

Het waarom

De grote vraag was natuurlijk waarom alle klanten van haar man – en naar later bleek, van vele andere bureaus – zo werden aangepakt. Een eerste glimp van wat er aan de hand was, kreeg ze per post toegestuurd – van wie, dat zal wel altijd een raadsel blijven.

Wat is er gebeurd?

Juli 2014 – Ouders krijgen bericht stopzetting, moeten informatie aanleveren.

November 2015 – Eerste zaak bij rechtbank gewonnen; Belastingdienst in beroep.

2016 – Ombudsman benaderd: mensen krijgen geen beslissing.
Echtgenoot González ontdekt dat tweede nationaliteit wordt bijgehouden, Autoriteit Persoonsgegevens gaat na klachtprocedure onderzoeken.

Begin 2017 – González ontdekt dat Belastingdienst stukken achterhoudt.

17 maart 2017 – Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Juni 2017-  González benadert Kamerlid Pieter Omtzigt.

9 augustus 2017 – Rapport ombudsman ‘Geen powerplay maar fair play – Onevenredig harde aanpak van 232 gezinnen met Kinderopvangtoeslag’.

November 2019 en maart 2020 – Rapporten Donner: Belastingdienst zat fout, 28.000 gezinnen moeten gecompenseerd worden.

18 december 2019 – Staatssecretaris Snel treedt af.

19 mei 2020 – Opvolger Van Huffelen doet aangifte tegen Belastingdienst.

17 juli 2020 – Rapport Autoriteit Persoonsgegevens: werkwijze Belastingdienst in strijd met de wet en discriminerend.

16 november 2020 – Start Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

– Van de mensen aan wie opzet/grove schuld werd verweten, bleek 96 procent geen fraudeur.

– Overheid besteedde dit jaar 3,5 miljoen euro aan consultants en nam 501 mensen aan om het op te lossen.

– De benadeelden kregen tot nu toe 2 miljoen euro. Er werden 300 tot 600 gezinnen gecompenseerd. 26.000 ouders wachten nog.

‘In een beroepszaak kreeg ik niet alleen het voor mij bestemde dossier, maar ook het dossier voor de rechtbank en dat van de Belastingdienstmedewerker zelf. De dossiers voor de rechtbank en mij bleken kaalgeplukt. In dat andere dossier zaten bevindingen en een afvinklijst. Er stond in dat mevrouw netjes alles had ingeleverd, dat alles in orde leek. En toch was haar toeslag dus stopgezet!’

‘Boven aan dat dossier stond: Casus Hawaï, en verderop: CAF 11. Ik dacht: wat is dat? Ik ben gaan googelen en vond in een Wob-publicatie dat “mede gezien het gebrek aan handhavingsmogelijkheden” ze nog niet alle bureaus tot stoppen hadden kunnen bewegen, maar dat de “onderzochte dubieuze bureaus” inmiddels aanmerkelijk minder klanten hadden. CAF bleek te staan voor Combinatieteam Aanpak Facilitators.’ En Hawaï? ‘Degene die dat bedacht, hield zeker van verre oorden,’ zegt González.
Kennelijk vond men het bureau van haar man dus ‘dubieus’; naar later uit de rapporten Donner (zie kader) bleek was dit vooringenomenheid.

Vanaf toen ging González vissen. ‘Ik vroeg in andere zaken: “Is dit ook een CAF-zaak?”, alsof ik er alles van wist. En: “Zijn er geen telefoonnotities?” In één zaak heeft iemand mij de notities gegeven. Daarin stond dat alles in orde was. Er zitten bij de Belastingdienst mensen die integriteit bovenaan hebben staan. Daarom is mijn wereldbeeld ook niet veranderd.’

Net in die tijd nam Jan Kleinnijenhuis van Trouw contact met González op. ‘Ik zei: ga mee naar de zitting, en daar heb ik die notities geciteerd. De journalist viel denk ik wel van zijn stoel.’
Een andere aanwijzing kwam via haar man, die naast de Nederlandse ook de Turkse nationaliteit heeft. ‘Hij zag tijdens een gesprek met de Belastingdienst op een scherm achter de namen staan: Turks, Marokkaans, Marokkaans, Turks… Toen hij vroeg of ze dat bijhielden, werd het niet tegengesproken. We zijn daarmee naar de Autoriteit Persoonsgegevens gestapt, maar die wilde het niet onderzoeken omdat “tweede nationaliteit niet meer werd bijgehouden…”’

González diende een klacht in, er kwam toch een onderzoek, en op 15 juni 2019 kwam het eerste rapport: de Belastingdienst had deze gegevens tegen de regels in verwerkt, en had gediscrimineerd door tweede nationaliteit als risicofactor aan te merken.

Lostrekken

Op 8 maart 2017 kreeg González voor het eerst gelijk bij de Raad van State. Een doorbraak! Of toch niet? ‘Je wilt het lostrekken, maar wéér zeiden ze: “We gaan het niet hebben over de stopzetting. Lever alle gegevens in vanaf juli 2014.” ‘Ze maakt een gebaar alsof ze iemand de nek omdraait. ‘En dan krijg je te horen: “jij snapt het niet, en jij wilt niet luisteren.” Toen heb ik Pieter Omtzigt om twaalf uur ’s nachts een mail gestuurd. Binnen tien minuten had ik antwoord.’

CDA-Kamerlid Omtzigt stelde Kamervragen en beet zich met SP-collega Renske Leijten in de zaak vast. González benaderde ook RTL-journalist Pieter Klein, die Wob-verzoeken deed en samen met journalist Kleinnijenhuis de zaak in de media bracht. Ze werden er in 2019 Journalist van het Jaar mee. Ook Omtzigt en Leijten werden onderscheiden, zij leverden ‘De Politieke Prestatie van 2019’.

Maar de strijd is nog niet gestreden. González’ groep ‘CAF Hawaï’ heeft in december 2019 als eerste een vergoeding gekregen, maar veertig ouders gaan door voor een hoger bedrag. Op 16 november (na de deadline van dit nummer) verscheen González als eerste voor de parlementaire ondervragingscommissie die de affaire onderzoekt.

Bij kader_Eva met haar oma in Spanje
Eva met haar oma in Spanje

Heeft ze nog moed? ‘Mijn fijne gezin houdt me op de been, maar het is uitputtend hoor. Het beheerst ons al zes jaar. Mijn zoon riep toen hij nog klein was tijdens het spelen: “We gaan vergaderen, ik ben de ombudsman!” Het gastouderbureau van mijn man is bijna ter ziele, hij heeft vanaf 2016 met vertraging een kinderdagverblijf opgezet. De dag nadat mijn vader overleed, verscheen het rapport-Donner en zat ik bij het televisieprogramma Beau. Dat zou mijn vader ook hebben gewild…’

Even breekt ze. ‘Maar wacht, de landsadvocaat leest dit misschien ook – ik ben sterk! Ik wil er geen levenswerk van maken, maar dit kan niet. Ik maak het af voor mijn cliënten, en als ze me erg boos maken voor de rest van Nederland ook.’

‘Het zit in de familie’

Eva González Pérez (1973) bracht haar eerste levensjaren door in het Spaanse dorpje San Martín de Trevejo. Haar vader was net begonnen als gastarbeider in Eindhoven. Zes maanden na haar geboorte reisde haar moeder hem na. Terwijl haar ouders een bestaan in Nederland opbouwden, bleef Eva nog twee jaar bij haar opa en oma in Spanje wonen. ‘Mijn oma was heel vastberaden en standvastig, dat zit in de familie.’ Toen Eva naar Nederland kwam, vond ze haar vader maar een enge man met een baard.
Huishoudschool
Na de basisschool ging Eva naar de huishoudschool. ‘Toen ik thuis vertelde dat ik op school gekookt had, waren mijn ouders verontwaardigd. “Wat ís dat voor school?” Doorleren was belangrijk thuis, maar mijn ouders hadden geen idéé, ze hadden nog nooit van een Cito-toets gehoord.’
Eva wilde toen al advocaat worden. Ze klom van mavo naar havo naar vwo. ‘Omdat ik goed kon typen, zeiden leraren vaak: zou je geen secretaresse worden of zo? Maar er waren er altijd wel één of twee die in me geloofden.’
In 2000 studeerde ze af en begon ze als advocaat op een klein kantoor in Eindhoven. Later trad ze in dienst bij het Bureau voor Rechtshulp in Helmond. Aansluitend begon ze met enkele collega’s Advocatencollectief Trias in Helmond. Ze deed arbeids- en sociaal verzekeringsrecht en Bopz- (nu Wvggz)-zaken. Alleen die laatste zaken is ze blijven doen toen ze door de kinderopvangtoeslagaffaire werd opgeslokt. Kantoorruimte en -kosten heeft ze sterk moeten inperken.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie