De eind oktober ingelaste schorsing van de zitting, vanwege een geconstateerde Corona-besmetting bij hoofdverdachte Ali Riza Polat en twee medeverdachten, is uitgelopen. De zitting zou aanvankelijk op 16 november hervat worden, maar dat lukt niet. De zaak wordt uiteindelijk tot 3 december uitgesteld. In de tussentijd wordt (op 18 november) een presidentiële noodverordening uitgevaardigd ‘ter waarborging van de continuïteit van de rechtsgang in strafzaken’. Die maakt het mogelijk (tijdens de Corona-crisis) alle hoorzittingen in strafzaken, ook zonder instemming van procespartijen, middels een videolink met de verdachte op zijn ziekbed in de gevangenis te laten plaatsvinden. Voor Assisenprocessen geldt daarbij de uitzondering dat dit is toegestaan vanaf de pleidooien van benadeelde partijen en verdediging, requisitoir (dat na de pleidooien van de slachtoffers en voor die van de verdachten uitgesproken wordt in Frankrijk) en het laatste woord.

Niet fit

Aanvankelijk maakt voorzitter Régis de Jorna per mail aan de procespartijen kenbaar dat hij voornemens is van deze mogelijkheid gebruik te maken als Polat niet uiterlijk 23 november fit genoeg is om de zitting bij te wonen. Gezien de storm van protest die losbarst gaat dat niet door. Alle advocaten (ook die van de slachtoffers) publiceren een open brief in Le Monde tegen deze ‘flagrante schending’ van de rechten van de verdachte, die wat hen betreft in een Assisenproces in persoon aanwezig moet kunnen zijn en niet gedwongen kan worden om vanaf zijn ziekbed in de gevangenis via een videolink bij de zitting ‘aanwezig’ te zijn. Zij kondigen aan gezamenlijk de verdediging neer te leggen als de voorzitter zijn voornemen gestand doet. De Franse Orde van Advocaten spant een voorlopige voorziening aan bij de Conseil d’État (Raad van State) over de rechtsgeldigheid van de verordening, die zij ‘onrechtvaardig en een rechtsstaat onwaardig’ noemt en de Parijse deken komt op 23 november zelf naar de zitting om dit standpunt kracht bij te zetten. Polat is nog steeds ziek. De Jorna beslist na enkele uren vuurwerk in de zaal om de zitting nogmaals aan te houden, mede het oog op de uitspraak van de Conseil d’État, die op 28 november beslist dat de verordening een ernstige en kennelijk onrechtmatige inbreuk maakt op de rechten van de verdediging en op het recht op een eerlijk proces. De Conseil d’État schort de betreffende bepaling uit de verordening dan ook op.

Aangezien Polat op 3 december weer beter is, maken de advocaten van de slachtoffers in week 10 van het proces hun pleidooien af. Polat is nog gammel en verzoekt om de zitting liggend op de beklaagdenbank te mogen bijwonen. Zijn verzoek wordt afgewezen. Polat begint te mopperen en maakt de voorzitter uit voor leugenaar. Hij wordt voor de rest van de dag uit de zaal verwijderd. Op 8 en 9 december vindt het requisitoir plaats. Polat hoort levenslang tegen zich eisen voor medeplichtigheid aan de aanslagen op Charlie Hebdo en de Joodse supermarkt. Hij was volgens de aanklagers gezien zijn zeer intensieve contact met Amedi Coulibaly zonder enige twijfel op de hoogte van diens jihadistisch gedachtengoed, die op zijn beurt in nauw contact stond met de gebroeders Chérif en Saïd Kouachi. Bovendien was Polat betrokken bij zo’n beetje alle logistieke voorbereidingen ten behoeve van de aanslag van Coulibaly: van het (laten) regelen van een schuilplaats, een auto, financiering, tasers, kogelvrije vesten en wapens aan toe. Tegen de rest van de aanwezige verdachten worden straffen van 13 tot 20 jaar cel geëist voor deelneming aan een terroristische organisatie. Het OM laat het bestanddeel ‘terroristisch’ bij twee verdachten vallen wegens gebrek aan bewijs, tegen hen wordt 7 respectievelijk 5 jaar geëist.

Observatie

De rest van week 11 wordt gevuld met de pleidooien van de verdediging. Isabelle Coutant-Peyre bijt het spits af voor Polat. Haar pleidooi richt zich voornamelijk op de falende Franse inlichtingen- en opsporingsdiensten die enkele maanden voor de aanslagen de observatie van de aanslagplegers stopzetten wegens gebrek aan verdachte waarnemingen. Plus het feit dat de wapens van Coulibaly afkomstig waren van een voormalig militair (Claude Hermant) die zijn gang kon gaan omdat hij fungeerde als informant. De ware handlangers staan volgens Coutant-Peyre ten onrechte niet terecht voor het Assisenhof in deze zaak. Zij vindt het een schande. De aanklacht tegen Polat is volgens zijn advocaat gebaseerd op louter hypotheses. Polat is niet de rechterhand van Coulibaly en geradicaliseerd is hij evenmin ooit geweest. Na de aanslagen heeft hij nog twee maanden vrij rond mogen lopen voor hij werd opgepakt, hetgeen bewijst dat de opsporingsdiensten weten dat Polat niet de man is die een centrale rol heeft gespeeld in de voorbereiding van de aanslagen. Zijn advocaat vraagt om vrijspraak.

Op 14 december rondt Marie Dosé, advocaat van de verdachte Nezar Mickaël Pastor Alwatik in week 12 van het proces de pleidooien af met een vlammende aanklacht tegen de manier waarop Frankrijk  het terrorisme van eigen bodem aanpakt. Het is hard tegen hard. Terrorismeverdachten zitten gemiddeld 5 jaar in voorarrest, al die tijd in isolement, niet gehinderd door enige rechterlijke motivering van betekenis, louter copy paste werk. Zij zitten vrijwel de hele dag op cel en worden met extreme veiligheidsmaatregelen omgeven. Er is nul privacy. Overal lopen under-covermedewerkers van de Franse penitentiaire inlichtingendienst rond, die iedere zucht in kaart brengen. Zelfs de psychologen en andere hulpverleners uit het gevangeniswezen worden verplicht hun (vertrouwelijke) informatie met hen te delen, die tegen hen gebruikt wordt als zij pleiten voor een humaner regime. Volgens Dosé is dit de voedingsbodem waarop het islamitisch extremisme welig tiert. De Franse regering kan wat haar betreft beter inzetten op maatregelen die de verharding keren, perspectief bieden aan de kanslozen in de Franse cités. Zij zet ook vraagtekens bij de in Frankrijk tot in extremo doorgevoerde laïcité, die zelfs het geven van godsdienstonderwijs op scholen in de weg staat en pleit ervoor juist aandacht te besteden aan de belangrijkste wereldgodsdiensten, met aandacht voor overeenkomsten in plaats van verschillen.

Raadkameren

Na een dag lang raadkameren volgt de uitspraak op 16 december. In Franse Assisenprocessen moeten de rechters zich na afloop van de zitting meteen gezamenlijk terugtrekken. Zij mogen de raadkamer (op pauzes om te eten en te slapen na) pas weer verlaten als het oordeel gereed is. De zaal en het auditorium zitten afgeladen vol. De lockdown is in Frankrijk per 15 december opgeheven, (er is alleen nog een avondklok vanaf 20:00 uur). De Jorna noemt eerst de feiten waaraan de verdachten zich volgens de ‘intime conviction’ (innerlijke overtuiging) van de rechters schuldig hebben gemaakt. In Frankrijk geldt de vrije bewijsleer. Daarna moeten de verdachten gaan staan om de bijbehorende straf aan te horen.

Polat wordt veroordeeld voor medeplichtigheid aan de aanslagen van Coulibaly én de gebroeders Kouachi. Dat laatste via schakelbewijs, omdat zij en Coulibaly de aanslagen overduidelijk met elkaar afstemden. Hij wordt gezien als de spil in het netwerk van logistieke ondersteuning van de aanslagen, die initiatief nam, opdrachten aan anderen gaf en zelf op pad ging om alles te regelen wat Coulibaly nodig had voor het plegen van diens aanslag. Hij had tot het laatste moment zeer veelvuldig contact met Coulibaly en was ook betrokken bij het (middels oplichting) financieren van de aanslag en het wegmaken van bewijs. Hij wist dat Coulibaly eerder voor een terroristisch misdrijf had vast gezeten. Bovendien achten de rechters bewezen dat hij na de aanslagen eerst via Beiroet en daarna via Thailand naar IS heeft willen vluchten en dat hij zelf een steeds radicalere geloofsovertuiging ten toon spreidde. Daarop baseren de rechters hun overtuiging dat Polat wetenschap had van de aanslagen en de wil om hier aan mee te werken. Polat krijgt geen levenslang, maar 30 jaar gevangenisstraf opgelegd.

Terroristisch

Drie van zijn medeverdachten, Amar Ramdani, Nezar Mickaël Pastor Alwatik (goede kennissen uit de gevangenis) en Willy Prevost (evenals Polat een buurtvriend van Coulibaly uit de cité) worden veroordeeld voor deelneming een terroristische organisatie. Zij leverden ieder hun bijdrage aan de benodigde logistieke ondersteuning voor Coulibaly, waren op de hoogte van zijn eerdere veroordeling voor terrorisme en zijn jihadistisch gedachtengoed en wisten dat hij dat in de praktijk ging brengen, zij het vermoedelijk niet tot in detail. Daarnaast was Pastor Alwatik zelf geradicaliseerd en neemt de rechtbank bij Ramdani en Prévost een toenemende interesse in die richting waar. Zij krijgen respectievelijk 20, 18 en 13 jaar gevangenisstraf opgelegd.

De overige zeven van de in totaal elf aanwezige verdachten worden vrijgesproken van het terroristisch oogmerk. Zij hebben Coulibaly niet of slechts vluchtig ontmoet en kenden de Kouachi’s niet. Ook zijn zij geen van allen geradicaliseerd of iets wat daarop lijkt. De rechtbank acht niet bewezen dat zij weet hadden van de terroristische misdrijven die in het verschiet lagen en legt hen straffen van 4 tot 10 jaar gevangenisstraf op voor deelneming aan een criminele organisatie. Hiermee draagt het Assisenhof in belangrijke mate bij aan het intomen van de neiging van het Franse Openbaar Ministerie om het bereik van de deelneming aan een terroristische organisatie steeds verder te laten uitdijen.

Levenslang

Van de drie afwezige verdachten krijgt de geestelijk vader van Coulibaly, Mohamed Belhoucine, levenslang wegens medeplichtigheid bij de aanslagen. De zaak van zijn broer Mehdi Belhoucine wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een eerdere berechting in januari 2020 deelneming aan een terroristische organisatie bestaande uit het zich aansluiten bij IS. Het vergezellen van de vrouw van Coulibaly naar IS kort voor het plegen van de aanslagen wordt gezien als hetzelfde feit. Beide broers zijn overigens hoogstwaarschijnlijk gesneuveld in de strijd.

Hayat Boumedienne, de vrouw van Coulibaly, krijgt 30 jaar voor deelneming aan een criminele organisatie en financiering terrorisme. Zij zat volgens haar familie in ieder geval tot oktober 2019 onder een valse identiteit vast in kamp Al-Hol in Syrisch Koerdistan. Daarna is zij uit beeld verdwenen.

Onvergetelijk

De zaak Charlie Hebdo zit erop. Wat mij betreft een inspirerende en onvergetelijke ervaring. In een later artikel in het Advocatenblad ga ik aan de hand van mijn ervaringen in deze en andere grote Franse terrorismeprocessen (waaronder de zaak van de aanslag op de Thalys Amsterdam-Parijs) dieper in op de verschillen tussen het Nederlandse en Franse strafproces.

Elpiniki Kolokatsi 4mp

Elpiniki Kolokatsi

Strafrechtadvocaat in Amersfoort

Profiel-pagina
Advertentie