Mr. X nam in juli 2017 een zaak over van een collega. De cliënt was verdachte in een mega-drugszaak. In april waren de zittingsdagen bepaald op 18, 19 en 20 oktober 2017. Op 19 september schreef mr. X de rechtbank dat hij eerder niet op de hoogte was van die zittingsdagen en dat hij verhinderd was. De rechtbank stelde de behandeling uit tot 25 oktober.

Twee dagen voor de zittingsdatum vroeg mr. X om uitstel. Hij had nog een maand voorbereidingstijd nodig. De rechtbank weigerde het uitstel te geven – mr. X had al sinds juli kunnen voorbereiden en de zitting was al een keer op zijn verzoek uitgesteld. Toen trok mr. X zich terug, waarbij hij nog meldde dat hij een tweede dossier pas recent had ontvangen. De cliënt kreeg op de zitting van 25 oktober uitstel om een nieuwe advocaat te zoeken. Op 6 november stelde zich namens hem een advocaat. Het was…. mr. X.

Belang

Zowel de betrokken voorzitter van de strafkamer als de deken kloppen aan bij de raad van discipline Amsterdam. De rechter is echter niet-ontvankelijk wegens gebrek aan eigen belang. Zijn betoog dat door mr. X de planning van een grote zaak nodeloos en ernstig was belemmerd en schaarse zittingscapaciteit verloren was gegaan, betrof een belang van de rechtbank. De rechter, die inmiddels ook niet meer op de strafzaak zat, kon daarmee niet zonder toelichting worden gelijkgesteld.

De deken heeft meer succes. Mr. X had op de strafzitting moeten verschijnen en daar zijn verzoek om uitstel moeten toelichten. Hij had meer argumenten waardoor het volgens  raad ‘bepaald niet uitgesloten’ was dat hij dat uitstel zou hebben gekregen. Het neerleggen van de zaak was volgens de raad een disproportioneel middel om een aanhouding te bewerkstelligen. Dat was in strijd met de goede procesorde en schaadde het vertrouwen in de advocatuur. Door op voorhand en op zo korte termijn de zaak neer te leggen had mr. X de belangen van de overige procesdeelnemers nodeloos en ontoelaatbaar geschaad.

Waarschuwing

De deken had ook geklaagd dat mr. X de zaak vervolgens weer doodleuk was gaan behandelen. Maar dat vindt de raad niet onbegrijpelijk. Het was niet vast komen te staan dat mr. X dit van tevoren zo had bedacht. En bovendien heeft de cliënt vrije advocatenkeuze.

De raad vond het eigenlijk een berisping waard. Maar omdat mr. X inzicht had getoond dat zijn optreden niet gelukkig was geweest en zijn lange loopbaan verder smetteloos was, werd het een waarschuwing. Beroep staat nog open.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie