In eerste instantie stond de advocaat de heer A. in 2017 bij in een zaak rond de verkoop van gerestaureerde auto’s. De heer A. had aangifte gedaan tegen de heer B. wegens oplichting danwel verduistering. In het daaropvolgende strafonderzoek werd een auto in beslag genomen waarna A. de raadsman inschakelde voor opheffing van het beslag. In 2018 ging de raadsman in dezelfde zaak optreden namens de heer B., opponent van de heer A: hij diende een conservatoir beslagrekest in ten laste van A. Tegen deze gang van zaken heeft de A. per mail bezwaar gemaakt bij de advocaat, die dit negeerde.

De heer A. heeft vervolgens een klacht ingediend bij de Orde van Advocaten in Rotterdam. De Deken oordeelde dat de advocaat in strijd met de regels handelde en legde de klacht voor aan de Raad van Discipline. Ondertussen was de betreffende raadsman namens de heer B. een artikel 12-procedure gestart bij het gerechtshof in Den Haag. Daar verscheen de raadsman in april 2019 op zitting. Hier stelde hij onder meer dat de heer A. meerdere huurwoningen in het buitenland bezit.

Voorbeeldfunctie

Enkele maanden later werd de advocaat door de Raad van Discipline berispt in de zaak van het conservatoir beslag. Vlak daarna diende A. een klacht in over het optreden van de advocaat in de Artikel 12-procedure, waarvoor de Raad hem zes weken schorste. In de mailwisseling met de deken in de laatste zaak stelde de raadsman dat deze kwestie al was behandeld en niet opnieuw aan de orde diende te komen. In een later stadium schreef de advocaat aan de deken: ‘Dat de Raad van Discipline niet onafhankelijk is, is ondertussen overduidelijk. U bent degene die wederom ernstig tekortschiet in het naleven van een gedragsregel. Hetgeen voor iemand met uw voorbeeldfunctie niet zou mogen.’

Met deze uitlatingen gaf de advocaat volgens het Hof van Discipline ‘geen blijk van respect en gevoel voor de onderlinge verhoudingen en de toezichthoudende taak van de deken’. Tevens heeft hij de onjuistheid van zijn handelen ‘in het geheel niet’ ingezien. Tuchtrechtelijk heeft de raadsman de basisregel overtreden dat hij als raadsman niet voor twee conflicterende partijen mag optreden in een zaak met hetzelfde feitencomplex. Het hof acht de optelsom van deze gedragingen dermate ernstig dat het de advocaat in hoger beroep een voorwaardelijke schorsing oplegt van 26 weken, met een proeftijd van twee jaar.

Redactie Advocatenblad

Profiel-pagina
Advertentie