Der Rechtsanwalt

van dijk
Anne-Marie van Dijk Beeld door: Erik van de Burgt

Anne-Marie van Dijk (29) is advocaat bij Boels Zanders Advocaten. In augustus 2020 haalde ze na een lang en intensief traject de Duitse staatsexamens, oftewel de Eignungsprüfung für die Zulassung zur Rechtsanwaltschaft. Binnenkort wordt ze beëdigd in Düsseldorf.

‘Toen ik het mailtje binnenkreeg met de uitslag van het eerste deel van de examens durfde ik hem niet te openen. Ik zat op kantoor en begon spontaan te trillen. ‘Ik ga even naar het toilet,’ zei ik tegen mijn collega’s. Op de wc opende ik het mailtje op mijn telefoon. Ik begon nog net niet te juichen, maar euforisch was ik wel!

Ik werk sinds zes jaar op de German desk van Boels Zanders Advocaten. Ik doe met name handelszaken tussen Nederland en Duitsland, vooral het Ruhrgebied. Steeds vaker liep ik er tegenaan dat, als een zaak bijvoorbeeld in Duitsland voor de rechtbank behandeld werd maar Nederlands recht van toepassing was, ik een Duitse advocaat moest inschakelen. En andersom. Omslachtig, voor mij maar met name ook voor cliënten. Zij moeten op zo’n moment dubbele kosten maken. In 2018 besloot ik daarom om de opleiding tot Rechtsanwältin te gaan doen. Normaal gesproken duurt een rechtenstudie in Duitsland acht jaar en dan mag je je daarna Volljurist noemen.

Door de huidige EU-regelgeving is er echter een mogelijkheid tot een verkort traject voor buitenlandse advocaten die minimaal drie jaar in hun eigen land zijn toegelaten. Eens in de twee weken ging ik met een groepje van twintig buitenlandse advocaten van donderdag tot en met zondag naar Frankfurt om me voor te bereiden op de examens. Vanuit kantoor werd ik gelukkig volop gesteund. Ik kreeg dan de maandag daarop vrij. Daarna volgde een periode van zelfstudie. Ruim een jaar studeerde ik elke avond en elk weekend. Ik kan niet anders zeggen: het was lood- en loodzwaar. Een privéleven had ik niet. Gelukkig ben ik heel gedisciplineerd en wist ik waarvoor ik het deed: mijn werk zou na mijn beëdiging zoveel makkelijker en efficiënter worden. In december 2019 deed ik het eerste examen: twee keer vijf uur civielrecht. In maart 2020 zou het tweede examen zijn, maar corona strooide roet in het eten. In augustus 2020 heb ik uiteindelijk strafrecht gedaan: een pleidooi voorbereiden van twee uur en een mondeling examen afleggen van vijf uur. Stond ik bij de uitslag van het eerste examen nog te trillen op mijn benen, bij de uitslag direct aansluitend op het tweede examen was ik met heel andere dingen bezig. Ik was duidelijk zwanger en in Berlijn was het 37 graden Celsius. Ik wil slapen, was het enige dat ik dacht. Na mijn zwangerschapsverlof laat ik me beëdigen in Düsseldorf. Ik ben ontzettend blij dat mijn harde werken beloond is, maar nu is het tijd om me te focussen op mijn kindje. Een “dubbelaar” zijn is fijn, maar er zijn nóg belangrijker dingen in het leven. Na het verlof gaan we aan de slag!’

The Lawyer

shawn
Shawn Conway Beeld door: Jiri Büller

Shawn Conway (64, Conway Advocaten & Attorneys-at-law) woont alweer 33 jaar in Nederland en is als advocaat toegelaten tot balies in de Verenigde Staten en Nederland. Hij is tevens internationaal arbiter en mediator. Zijn dubbele toelating zorgt voor efficiëntere communicatie met mede-arbiters.

‘Ik droomde als jonge advocaat om in het buitenland te wonen en te werken. In het laatste jaar van de middelbare school in Illinois deed ik mee aan een uitwisselingsprogramma met Honduras. Later, tijdens mijn studie, studeerde ik in Frankrijk. Beide ervaringen zorgden ervoor dat mijn horizon zich verbreedde. Nadat ik enkele jaren als advocaat in Washington had gewerkt, kreeg ik een baan aangeboden in Nederland. Ik greep die kans met beide handen aan. Ik deed in die tijd – we spreken over de jaren tachtig – met name internationale arbitragezaken en dat ging allemaal in het Engels, en vaak naar buitenlands recht. Kennis van het Nederlandse recht had ik dus eigenlijk niet nodig. Wel kreeg ik regelmatig vragen als “Hoe kun je de raad van commissarissen vergelijken met een Amerikaanse board of directors?” In het Amerikaanse en Nederlandse recht worden op het eerste gezicht vergelijkbare termen gehanteerd, maar er wordt iets anders mee bedoeld. In dat kader – maar ook als nieuw staatsburger – leek het me handig om tevens Nederlands recht te doen. Ik was niet van plan om lid te worden van de Nederlandse balie.

Het studeren hier viel me eerlijk gezegd mee. In Amerika was ik heel ambitieus en wilde ik altijd negens en tienen halen, bij de top 2% zitten van mijn jaar. Om dat te bereiken, zat ik regelmatig tot sluitingstijd in de bibliotheek. Nu er geen druk was – en minder tijd – vond ik een 6 of een 7 ook prima. Toen bekend werd dat ik stiekem in mijn vrije tijd meester in de rechten was geworden, zei de managing partner van kantoor, tevens landelijk deken in die tijd, echter tegen me: “Je móét echt toegelaten worden!” Zo ben ik begonnen aan de spoedberoepsopleiding: een net ingevoerde verkorte opleiding die toegankelijk was voor (bedrijfs)juristen met veel ervaring. In 1998 ben ik geslaagd.

Of er verschil is tussen de Nederlandse en Amerikaanse balie? Niet echt. In beide stelsels worden onder andere de gedragsregels gehanteerd, wordt gezorgd voor disciplinaire procedures en wordt de permanente opleiding gereguleerd. Het enige grote verschil is dat er in de VS geen landelijke balie is. Een toelating is beperkt tot een afzonderlijke staat. Men kwalificeert zich daarmee tevens om op te treden voor de federale rechtbanken, hoven en Supreme Court.

Wat me tijdens mijn studie Nederlands recht opviel, is dat het accent hier veel meer ligt op de theorie dan in de VS. In Nederland leer je niet hoe je moet optreden in de rechtszaal, terwijl dat in Amerika een wezenlijk onderdeel is van iedere rechtenstudie. Doordat ik het Nederlandse recht onder de knie heb, kan ik nu echter wel makkelijker verschillende invalshoeken voor argumenten bedenken. Ik houd mij nog altijd met name bezig met internationale arbitrage en werk vaak samen met mede-arbiters uit zowel common als civil law stelsels. In zulke situaties fungeer ik regelmatig als een “brug” tussen mijn collega-arbiters. Dat ik thuis ben in beide rechtstradities wordt door arbitrage-instituten en partijen die mij als arbiter benoemen als een onderscheidende asset gezien. Althans, dat vermoed ik. En daar ben ik uiteraard heel blij mee!’

The Solicitor

joost 2
Joost Maassen Beeld door: Jan Adelaar

Joost Maassen (52, Maassen Law) was eind veertig toen hij zijn QLTS haalde en zich – naast advocaat in Nederland – solicitor of England & Wales mocht noemen. Hij adviseert Nederlandse bedrijven die zakendoen met het Verenigd Koninkrijk en verwacht een forse toename van werk door de Brexit.

‘Daar zat ik dan: keer op keer in de Engelse rechtbank. Ik was de enige in pak en zonder tattoos. Dat viel de rechter ook op. “De rechter vraagt wat u hier doet,” zei de usher – de Engelse bode – nadat ik diverse zittingen had bijgewoond. Ik vertelde over mijn dubbele toelating, dat ik me aan het voorbereiden was op de QLTS en dat ik het onderschat had. Dat ik om die reden gratis stage liep bij diverse Engelse advocatenkantoren en regelmatig zittingen over allerlei onderwerpen bijwoonde. De usher kwam terug. “The judge would like to see you in chambers after the hearing,” zei hij. De rechter vond mijn verhaal zo uniek dat zij en haar collega’s aanboden om voor en na de zittingen extra uitleg te geven. Op die manier – en dankzij de stages – heb ik uiteindelijk de QLTS gehaald.

Mijn interesse voor het Engelse recht ontstond in de tijd dat ik in Indonesië woonde. Ik werkte als foreign legal consultant bij Baker & McKenzie en zag in Azië zowel de invloeden van common als civil law. Twee zeer verschillende rechtssystemen die met elkaar botsten. Zo werd in Indonesië nog veel Nederlands recht gebruikt, maar bij de modernisering van het recht na de “reformasi” werden er ook Angelsaksische elementen toegevoegd. Bovendien waren de buurlanden Maleisië en Singapore common law landen. Ik vond het ontzettend interessant en werd enthousiast van het idee dat je vanuit beide perspectieven kunt adviseren en daardoor een unieke meerwaarde kunt bieden.

In 2015 besloot ik daarom voor een dubbele toelating te gaan. De QLTS – oftewel Qualified Lawyers Transfer Scheme – bestaat uit twee examens: de MCT waarbij je een hele dag multiplechoicevragen over twaalf rechtsgebieden moet beantwoorden en de OSCE: meerdere praktijktesten waarbij je onder andere adviezen moet schrijven, moet pleiten en draften. Ik was inmiddels eind veertig en de meeste andere deelnemers waren English native speakers. Hoe moest ik dit aanpakken? Ik besloot om mezelf als gratis stagiair aan te bieden bij Engelse advocatenkantoren. De Engelsen zijn te beleefd om er een grapje over te maken, maar ziet u het voor zich? Een stagiair van bijna vijftig?

Het heeft zijn vruchten afgeworpen: begin 2017 ben ik in één keer geslaagd. Dat ik cliënten – bedrijven, bedrijfsjuristen, maar ook advocaten – nu simultaan kan adviseren in zowel Nederlands als Engels recht is zo’n verrijking. Als je een zaak vanuit twee rechtsstelsels bekijkt, zie je ook de mogelijkheden en/of gevolgen vanuit die twee, vaak heel verschillende, rechtsstelsels. Het perspectief en de mogelijkheden om een zaak op te lossen of tot een contract te komen, worden dan veel groter. Zakelijke klanten weten vaak al wat van Nederlands recht en vinden het prettig om binnen dit referentiekader over Engels recht geadviseerd te worden in hun eigen taal en ook nog door één en dezelfde persoon. Ik verwacht dat de Brexit dit jaar voor veel werk zal zorgen. Het op de valreep tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU gesloten handelsakkoord is zeer beperkt. Het zal het Verenigd Koninkrijk in een structureel andere verhouding met de EU zetten en de beide rechtssystemen zullen daardoor weer uit elkaar groeien. Ik kan dus niet anders zeggen: die dubbele toelating, dat was de beste beslissing ooit!’

Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie