Op 6 oktober 2019 nam mevrouw M ontslag op staande voet. Haar advocaat, mr. X, diende namens haar een verzoekschrift in om schadevergoeding te krijgen op grond van artikel  7:677 BW (zie lid 2), en wel op 6 december, de laatste dag van de vervaltermijn (7:686a BW). Hij schreef de rechter dat hij een kopie zond aan de werkgever en haar advocaat. Feitelijk stuurde mr. X die kopieën pas op 9 december.

De advocaat van de werkgever maakte bezwaar bij mr. X, waarop die zijn excuses aanbood. Hij had inderdaad direct na indiening een kopie moeten sturen. Maar mevrouw M en haar advocaat hadden van dit verzuim geen nadeel ondervonden, zo zei hij.

Verantwoordelijkheid

De werkgever en diens advocaat beklagen zich bij de raad van discipline Den Bosch. Als mr. X het verzoekschrift per gelijke post aan hen had verstuurd, had de advocaat van de werkgever ook van haar kant nog een verzoekschrift kunnen indienen (zie 7:677 lid 4). Dat was nu door het verstrijken van de termijn niet meer mogelijk.

De raad ziet het anders. Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat zelf om te waarborgen dat een vervaltermijn niet ongebruikt verstrijkt. De advocaat van de werkgever had bijvoorbeeld zekerheidshalve een verzoekschrift kunnen indienen en dat kunnen intrekken als was gebleken dat mevrouw M het er verder bij liet. Dat de advocaat van de werkgever die keuze niet heeft gemaakt, kan mr. X niet worden aangerekend, aldus de tuchtrechter. Van schending van Gedragsregel 20  (eerlijk proces) was mede gezien het voorgaande geen sprake, en regel 21 (mededelingen aan de rechter tegelijk naar wederpartij en zo tijdig dat die ook nog kan reageren) ging niet op omdat dat alleen geldt voor gedingen die al aanhangig zijn.

Schaken

Restte nog Gedragsregel 24 (welwillendheid en vertrouwen). Omdat het daarbij gaat om de onderlinge verhouding tussen advocaten kwam de werkgever op dat punt geen klachtrecht toe. Maar ook de klagende advocaat trekt op dit punt aan het kortste eind. Drie dagen wachten met het toesturen van het verzoekschrift bevordert niet het oplossen van het geschil en levert ook geen bijdrage aan welwillendheid en vertrouwen. Maar om daar nou een tuchtrechtelijke tik voor uit te delen…. De raad van discipline Den Bosch vindt het daarvoor een té klein dingetje. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Je mag hier dus best een beetje schaken, en het is zaak met je cliënt te overleggen dat afwachten of de wederpartij actie onderneemt riskant kan zijn. Maar wel jammer als iedereen maar vast begint uit vrees dat de ander begint, met alle proces-ellende en -kosten van dien.

De appeltermijn loopt nog.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie