Een demente mevrouw is huurster van een woning. Haar volwassen zoon en dochter wonen bij haar in; zij zijn zelf geen mede- of onderhuurders. Op grond van een beschikking van de rechtbank wordt mevrouw tijdelijk in een verpleeghuis opgenomen. Haar goederen worden onder bewind gesteld.

Kort geding

Aan het einde van het gedwongen verblijf in het verpleeghuis zegt de bewindvoerder namens mevrouw de huur van haar woning op. Als de kinderen de woning niet vrijwillig verlaten, vraag de bewindvoerder mr. X namens de moeder een kort geding te voeren tegen haar kinderen om ze te dwingen tot ontruiming. Dat doet mr. X.

De zoon dient, met een machtiging van zijn moeder, namens haar een klacht in tegen mr. X.

Ontruiming

In hoger beroep gaat het alleen nog over de klacht dat mr. X de belangen van mevrouw niet goed had behartigd: zonder die ontruimingsprocedure had zij na haar verblijf in het verpleeghuis met aangepaste zorg weer thuis kunnen gaan wonen. Verweerder wist best dat de ontruiming bedoeld was om mevrouw die mogelijkheid te ontnemen, aldus de zoon.

Net als bij de raad van discipline wordt die klacht ook in hoger beroep afgewezen. Volgens het Hof van Discipline verloor klaagster (lees: haar zoon) uit het oog dat de huurovereenkomst al was opgezegd toen mr. X bij de zaak betrokken werd. De verhuurder hield de huurster aan de opzegging. Hij wenste niet dat de kinderen in het huis bleven wonen en eiste dat zij de woning ontruimden. De opzegging was dus al onomkeerbaar toen mr. X bij de zaak betrokken raakte. Alleen al daarom kon de klacht niet slagen.

Belangen

Het ‘zou onder omstandigheden anders kunnen zijn’ als het voor mr. X evident zou zijn geweest dat de opdracht in strijd met de belangen van klaagster was, aldus het Hof van Discipline. Maar in dit geval was ontruiming wél in het belang van mevrouw, zij zou immers aansprakelijk zijn voor het niet leeg opleveren na het einde van de huur.

Het Hof bekrachtigt de uitspraak van de raad van discipline in Den Bosch, voor zover die in hoger beroep ter discussie stond.

Persoonlijk recht

Overigens had mr. X had in eerste instantie ook aangevoerd dat de zoon geen klacht namens zijn moeder kon indienen, omdat de bewindvoerder de zoon daarvoor geen toestemming had gegeven. De raad van discipline in Den Haag wijst erop dat het indienen van een klacht een persoonlijk recht is. Daar gaat een bewindvoerder niet over, die is er voor de centjes.

 

 

 

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie