‘Als ik geïnterviewd word voor televisie en ik ben niet tevreden over mijn eigen antwoord dan steek ik mijn hand op,’ vertelt Carel Erasmus van Advocaten van Oranje. ‘Dit wil ik graag anders doen, zeg ik dan. Het trucje is dat je dat midden in je antwoord moet zeggen en niet achteraf. Tijdens het editen is je eerdere antwoord dan namelijk niet meer bruikbaar.’

Ook Ingrid Vledder, familierechtadvocate bij Reach Advocaten, heeft zo haar manier gevonden om met de media om te gaan. ‘Ik bereid me altijd heel goed voor,’ zegt ze. ‘Voordat ik een interview inga, weet ik precies wat ik wil zeggen. De kunst is wel om het niet gekunsteld over te latenkomen.’

Omgaan met de media: het is een vak apart. Niet alleen wil je als advocaat inhoudelijk goed overkomen, maar je wilt ook overtuigend zijn. Deskundig. En wat te doen als het kantoor negatief in het nieuws komt?

marianne-de-raad
Marianne de Raad

Mediatrainers van DERAAD Trainingen, Marianne de Raad, specialist in presentatie en effectieve communicatie en journalist Robert Heukels worden regelmatig door advocatenkantoren gevraagd voor een training. Hun programma blijkt een eyeopener. ‘Wij worden doorgaans ingeschakeld als advocaten spraakmakende zaken hebben die door de media zijn opgepikt of als er sprake is van imagoschade van kantoor,’ zegt Marianne de Raad. ‘In het laatste geval is de vraag hoe de schade zo goed mogelijk hersteld dan wel beperkt kan worden. In het eerste geval, bij spraakmakende zaken, ligt de focus op het geven van interviews.’

Iets dat volgens de mediatrainers nogal eens onderschat wordt. Robert Heukels: ‘Advocaten zijn goede sprekers. Sommigen komen de eerste trainingsdag dan ook vol bravoure binnen. Je ziet ze denken: wie maakt mij wat? Maar een interview geven is iets heel anders dan pleiten in de rechtszaal. Er is een andere focus, er komt veel meer bij kijken. Vaak wordt er lachend gereageerd als ik na het oefenen van het eerste interview herhaal wat de betreffende advocaat allemaal heeft gezegd. “Je hebt me!” zeggen ze dan. Veel te veel informatie geven kan funest zijn voor de boodschap die je wilt vertellen. Zeker in deze tijd waarin ook social media aan de haal kan gaan met uitspraken.’

De regie in eigen handen

Robert Heukels door Clemens Boon
Robert Heukels, beeld: Clemens Boon

In de tijd dat Robert Heukels journalist was voor Nieuwe Revu belde hij vaak naar een selecte groep bekende advocaten als hij duiding voor een artikel nodig had. ‘Die mannen ratelden maar door. Ideaal voor een journalist. In no time had ik een schat aan informatie. Maar dit was begin jaren negentig, een heel andere tijd met alleen nog oude media. In dit nieuwe medialandschap is het spel in de media vele malen uitdagender en ingewikkelder. Dé essentiële ingrediënten voor het geven van een goed interview? Weten wat je kernboodschap is, soms terughoudendheid en altijd focus. Het is topsport.’
Dat is iets dat Carel Erasmus ook leerde tijdens mediatrainingen toen hij nog woordvoerder was van verschillende organisaties. ‘Ik ben pas op mijn 46ste advocaat geworden,’ vertelt hij. ‘De lessen die ik geleerd heb tijdens de mediatrainingen kan ik nu ook goed toepassen als advocaat. Zo heb ik bijvoorbeeld altijd een blocnote bij me –of voor me liggen– met oneliners. Goede pakkende en spraakmakende voorbeelden die het verhaal dat ik wil vertellen ondersteunen. Door daar op terug te vallen houd je a) de regie in eigen handen en b) het geeft zekerheid dat je je verhaal goed vertelt. Ook als er geknipt wordt –bij nieuwsuitzendingen zie ik mezelf soms maar zes seconden terug– weet ik dat er doorgaans één van die oneliners gebruikt zal worden.’

De regie in eigen handen houden en focus op de kernboodschap: dat is ook waar Ingrid Vledder zich bewust van is. ‘Van tevoren bedenk ik: wat is de doelgroep van het betreffende dagblad of programma? Hoe ga ik mijn verhaal begrijpelijk vertellen? De voorbereiding lijkt op dat van een pleidooi, maar is wezenlijk anders. Bij een pleidooi schrijf ik alles op en lees ik het voor in de rechtszaal, bij een interview schrijf ik wat steekwoorden op en leg het vervolgens weg. Het is belangrijk om in het moment te zitten bij een interview, goed te luisteren naar de vragen van de journalist zodat het interview niet onnatuurlijk wordt. Maar doordat ik één en ander heb voorbereid, kan ik daar makkelijker op terugvallen.’

Advocaten vergeten volgens mediatrainers De Raad en Heukels nog weleens dat ze hun toga uit mogen doen tijdens het geven van een interview. ‘En dat bedoel ik figuurlijk,’ legt Heukels uit. ‘Probeer niet te verzanden in wollig en juridisch taalgebruik. Dat is voor een leek doorgaans niet te volgen. Blijf ook ver van voorgeprogrammeerde antwoorden. Onze focus tijdens de training ligt op het zorgvuldig, accuraat en helder formuleren van je verhaal en je antwoorden. Niet zelden krijgen wij te horen dat hetgeen advocaten geleerd hebben ook van pas komt in andere situaties zoals bijvoorbeeld het leiden van een ingewikkelde maatschapsvergadering.’

Carel Erasmus
Carel Erasmus

Lastige vragen van journalisten, ook iets waar je rekening mee moet houden. Wat als je niet wilt antwoorden? Carel Erasmus weet daar wel raad mee. ‘Pak het aan zoals een politicus het zou doen,’ legt hij lachend uit. ‘Dus je geeft eerst een heel klein beetje antwoord en vervolgens draai je je antwoord zo dat je weer bij je eigen verhaal uitkomt. Veel journalisten laten het er dan vervolgens bij. Bij live-uitzendingen –voor de radio bijvoorbeeld– kan het soms wat ingewikkeld zijn als de journalist blijft aandringen. Op zo’n moment kun je dan het beste eerlijk zijn: ik kan daar geen uitlatingen over doen om die en die reden. “Geen commentaar” kun je beter niet zeggen. Dat klinkt bot en getuigt van onmacht.’

Gedragsregels advocaat & media  

Bij mediaoptredens gaat het er niet alleen om hoe een advocaat zichzelf profileert, maar hij draagt ook verantwoordelijkheid naar zijn cliënt, stelt Britta Böhler in De goede advocaat (Cossee, 2017) waarin ze de gedragsregels interpreteert.

Het uitgangspunt bij mediaoptredens in eigen zaken is dan ook dat hiervoor toestemming van de cliënt vereist is. Deze toestemming is de conditio sine qua non voor welke media-activiteit dan ook die verband houdt met de zaak van een cliënt. Toestemming alleen is niet voldoende. Ook als de cliënt instemt, dient de advocaat een eigen afweging te maken en die hoort enkel en alleen gebaseerd te zijn op het belang van de cliënt. De advocaat moet zich dus steeds afvragen of het mediaoptreden relevant is voor de zaak van de cliënt. Met andere woorden: het is niet voldoende dat het optreden goed is voor het kantoor van de advocaat en de zaak van cliënt niet schaadt. Het mediaoptreden moet het belang van de cliënt dienen, en dus niet slechts neutraal zijn of geen schade toebrengen. Dat betekent dat mediaoptredens als bijkomstigheid weliswaar ook reclame mogen zijn voor de advocaat en diens deskundigheid, maar dat dit aspect volledig ondergeschikt is aan het belang van de cliënt.

Imagoschade

Eerlijk zijn, dat is ook het devies als kantoor imagoschade heeft geleden en de pers flink aan de haal gaat met hetgeen er gebeurd is. ‘Voorkomen is altijd beter dan genezen,’ zegt Marianne de Raad. ‘Wij worden soms als crisismanagement ingeschakeld en moeten dan in een kort tijdsbestek, van soms maar vier uur, de schade zo veel mogelijk zien te beperken. Er is niet een éénduidig antwoord te geven als er sprake is van imagoschade. De ene keer is het beter om even niets te zeggen, stilzitten als je geschoren wordt, maar de andere keer kun je de schade beperken door eerlijk te zijn en daar dan meteen iets tegenover te stellen. In de trant van: wij betreuren wat er gebeurd is, en hebben nu die en die maatregelen getroffen. Wat je in ieder geval nóóit moet doen, is liegen.

Ontkennen, terwijl het wel gebeurd is, is uiteindelijk veel schadelijker voor je imago. Dan kom je onbetrouwbaar en ongeloofwaardig over.’
Non-verbale communicatie is volgens de mediatrainers overigens net zo essentieel als de boodschap die je wilt vertellen. ‘Het is belangrijk dat je lichaamstaal congruent is aan de boodschap en dat je sympathiek, betrouwbaar en deskundig overkomt,’ zegt De Raad. ‘Een bozig imago is niet aantrekkelijk. En als je betweterig overkomt dan zal de journalist er alles aan doen om je een uitspraak te ontlokken over iets wat je níét weet.’

Carel Erasmus heeft dat advies tijdens zijn trainingen ook ter harte genomen en zit om die reden altijd rechtop, legt zijn handen op tafel en geeft vriendelijk en rustig antwoord op de vragen. ‘Ik let ook altijd op de achtergrond. Waar ga ik zitten en wat is er voor de kijker achter mij te zien? En uiteraard let ik op mijn kleding. Met name op mijn bovenkleding, omdat dat tijdens een interview tezien is.’

portret Ingrid Vledder groot
Ingrid Vledder

Hij is na het geven van zo’n honderd interviews niet meer zenuwachtig, zegt hij. ‘Alles went, ik voel nu alleen nog een gezonde spanning. Maar iemand moet mij niet influisteren hoeveel kijkers het NOS-journaal heeft vlak voordat ik het interview inga. Het is beter om je daar niet ál te bewust van te zijn.’

Ingrid Vledder heeft nog een laatste tip: ‘Vraag altijd als je een interview voor print geeft of je het interview even mag checken op feitelijke onjuistheden. Journalisten zijn daar heel welwillend in en op die manier kun je nog kleine foutjes uit de tekst halen.’

‘En doe, als het even kan, het interview face to face,’ vult Carel Erasmus aan. ‘Dan kun je de journalist in de ogen kijken. Dat werkt vaak beter. Als ik door BNR geïnterviewd word dan vraag ik of ik naar de studio kan komen. Je zit dan in de juiste setting, de juiste sfeer. Dat komt je verhaal ten goede en, daar heb je ’m weer: op die manier houd je de regie in eigen handen en kun je het interview betersturen.’

Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie