André Verburg, staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en zeven andere advocaten, rechters en officieren van justitie roepen u op om de juridische taal meer inclusief te maken. De non-binaire groep tracht het ondraaglijke leed van niet-inclusief, masculien juridisch taalgebruik om te katten met de hashtag ‘mannelijketaalisnietneutraal’.

Welke begrippen staan op de cancellijst? Denkt u aan ‘raadsheer’, ‘goed huisvader’, ‘raadsman’ en ‘rentmeester’? Alternatieven zijn ‘goed huismens’, ‘raadspersoon’ en ‘wijs mens’. Denkt u aan confrère, amice of amica? Dat wordt ‘Beste Henny’ of ‘collega’. Voorgaande heet de-escalerend taalgebruik. De Hoge Raad laat in een reactie weten ‘aangenaam verrast’ te zijn. In mijn optiek is dit politiek correct betuttelend geleuter, alsof alle juristen kleine kinderen zijn.

Begrijp mij niet verkeerd. Dat wetgeving genderneutraal wordt weergegeven, is een prima ontwikkeling. Denkt u aan wetgevingsjuristen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid die in de Aanwijzingen voor regelgeving als instructie lezen dat persoonsaanduidingen zo veel mogelijk sekseneutraal zijn. Maar dit is van een andere orde dan het simplificerende initiatief van Verburg c.s.

Wie op Google snuffelt, ontdekt dat een brede taalkundige genderbenadering een geschakeerd, ingewikkeld taalwetenschappelijk landschap is. Sommige stijlfiguren bewerkstelligen afstand, andere juist niet. Welke verwachting heeft welke groep bij een woord? Is sprake van afstand scheppend taalgebruik of niet en voor wie en om welke reden?

Zijn er geen evidentere gelijkheidsproblemen waarover Verburg c.s. zich druk kunnen maken? Denk aan genderneutraliteit in de geboorteakte. Momenteel is het op grond van artikel 1:119 BW alleen mogelijk om aan te geven dat het geslacht niet kan worden vastgesteld. In 2018 heeft de Rechtbank Roermond aangegeven dat het tijd is voor een wettelijke erkenning. Waar blijft de wetgever?

En waarom zetten Verburg c.s. zich niet in voor gelijkheid van lhbti-ouders in het familierecht? Een kind krijgen is voor lhbti-stellen in het traditionele man-vrouw-familierecht behoorlijk lastig. Het duurt minstens een jaar voordat beide lhbti-ouders als zodanig juridisch worden aangemerkt. Zij moeten veel langer knokken en kosten maken voor een juridische status die een heterostel van rechtswege krijgt.

Of wat denkt u van grondwettelijke vastlegging van een verbod op homodiscriminatie? Artikel 1 Gw noemt homodiscriminatie niet expliciet. Dat wordt overgelaten aan lagere wetgeving zoals het Strafrecht of de Algemene wet gelijke behandeling. Zijn lhbti’ers soms children of a lesser law? We willen toch geen tweederangs discriminatieverbod? Het siert Verburg c.s. om te bewerkstelligen dat discriminatie wegens godsdienst (wel genoemd in de Gw) en seksuele identiteit (niet genoemd in Gw) grondwettelijk even zwaar te laten wegen.

Als deze aspecten zijn geregeld, is het prima om na te denken over amice/amica/collega of Beste Gerrie.

Harry Veenendaal

Columnist

Profiel-pagina
Advertentie