201206-Claves-WilmarDik-012 Thirza 2
Thirza Dik Beeld door: mensen.photo, Wilmar Dik

Bij veel zaken kan ik mij identificeren met de situatie,’ zegt Thirza Dik van Claves Advocaten in Leiden. ‘Bij een echtscheiding bijvoorbeeld. Uit ervaring weet ik hoe het is als een relatie eindigt. Maar bij deze zaak was het anders. Het betrof een zedenzaak waarbij ik zes paar ouders bijstond van wie de kinderen seksueel misbruikt waren. Dit waren jonge kinderen, sommigen in de leeftijd tussen de vier en zeven jaar. Omdat mijn kinderen dezelfde leeftijd hadden, kwam het keihard binnen. De nachtmerrie van elke ouder. Ik merkte dat ik maar blééf herhalen tegen mijn kinderen dat niemand aan hun lichaam mocht zitten. Omdat de dader een vader was van een vriendinnetje – aan wie de ouders hun kind hadden toevertrouwd – merkte ik dat ik kritisch naar mijn eigen omgeving begon te kijken. Kon ik iedereen wel vertrouwen? En hoe weet je dat eigenlijk zo zeker? Mijn zoon zei op een gegeven moment: “Ja mam, nou weten we het wel!” Toen merkte ik dat ik een beetje aan het doordraven was.’  

Ook kantoorgenoot Rogier Kamphuis weet wat het is als je méér dan betrokken raakt bij een zaak. ‘Ik heb jarenlang een jonge cliënt bijgestaan, vanaf zijn zeventiende. Zijn vader was overleden, zijn moeder drugsverslaafd en iedere keer raakte hij weer in de problemen. Toen hij tijdens een politieverhoor aangaf dat hij niemand vertrouwde behalve zijn advocaat, brak mijn hart. We waren drie jaar verder en ook ik was inmiddels erg met hem begaan. Hij had zijn jeugd doorgebracht in jeugdinstellingen en doordat niemand hem de juiste hulp kon bieden, vertrouwde hij op veel gebieden volledig op mij. Ik was niet alleen zijn strafrechtadvocaat, maar ook als hij vragen had over geld, over een huis huren of over maatschappelijke hulpverlening kwam hij bij mij. Voor mij had dat tot gevolg dat als hij níét vastzat ik continu voorbereid was op telefoontjes van de politie over hem. Meerdere keren heb ik tijdens vakantie of in het weekend ook contact met hem en de politie gehad als er weer eens iets was voorgevallen. Als hij wél vastzat, zocht ik hem vaker op dan de gemiddelde cliënt. Doordat hij zo jong was en geen familie had om op terug te vallen, merkte ik dat ik er voor hem wilde zijn. Ik kreeg vaderlijke gevoelens.’  

Wouter Vrooland is bedrijfspsycholoog, verbonden aan Werkpsycholoog in Houten. Volgens hem is professionele distantie essentieel voor een goede uitoefening van het beroep van advocaat, maar is de scheidslijn tussen afstand en betrokkenheid dun. ‘We zijn allemaal mensen,’ legt hij uit. ‘Daarom is het verleidelijk in sommige zaken nét even iets meer betrokken te raken dan strikt noodzakelijk. Sterker nog: we zijn erop gebouwd altruïstisch te zijn en empathie voor elkaar te voelen. Dat zit in ons DNA. Als kudde bereik je nu eenmaal meer dan alleen. Daarom is het belangrijk beducht te zijn op té veel betrokkenheid. Niet alleen vanwege de gedragsregels waaraan een advocaat zich moet houden, maar ook omdat onvoldoende afstand juist een goede uitoefening van het beroep in de weg staat.’  

Schorsing

Artikel 10a van de Advocatenwet zegt dat advocaten onafhankelijkheid dienen te betrachten ten opzichte van cliënt, derden en de zaken waarin zij als zodanig optreden. Regel 2.1 van de gedragsregels Advocatuur stelt dat advocaten dienen te vermijden dat die onafhankelijkheid in de uitoefening van hun beroep in gevaar zou kunnen komen.  

Onlangs nog werd een advocaat gedeeltelijk geschorst die zich opwierp als klokkenluider tegen misstanden in de jeugdzorg. Zowel in de rechtszaal als op sociale media trok ze van leer, ook tegen de politiek en de Rechtspraak. De tuchtrechter oordeelde op 23 maart dat Nakad ‘niet langer in staat is om jeugdzorg gerelateerde zaken met een professionele, open blik en met oog voor alle betrokken belangen te bekijken en in die zaken adequate en effectieve rechtsbijstand te verlenen’. Er werd haar verboden nog langer jeugdzorggerelateerde zaken op zich te nemen.  

Volgens bedrijfspsycholoog Vrooland mag je van een professional verwachten dat, zodra een zaak hem raakt, hij nader onderzoek gaat doen. Dat kan aan de hand van drie stappen. ‘Allereerst kun je technisch onderzoek doen,’ zegt hij. ‘Wat zijn de regels en de gebruiken? Voor mij als psycholoog gelden er ook gedragsregels. Zo mag ik bijvoorbeeld niet de Facebookpagina van mijn cliënten bekijken en al helemaal geen vriendschapsverzoek sturen. Als een cliënt mij een verzoek stuurt, mag ik dat niet accepteren. Stap twee: bedenk wat je uitstraalt. Mailen met een cliënt is afstandelijker dan appen. Buiten kantooruren reageren kan ook de gewenste distantie in de weg staan. Dit is belangrijk om in de gaten te houden. Stap drie: praat met je collega’s als een zaak je raakt. Ten eerste lucht het op, maar ten tweede kunnen zij je adviseren. Wellicht is het beter de zaak over te dragen.’  

Waar de grens precies ligt is volgens de psycholoog een kwestie van aanvoelen. ‘Snikkend in de rechtszaal staan omdat je cliënt tijdens zijn spreekrecht zo goed verwoord heeft wat voor leed hij of zij is aangedaan is een no go, maar een brok in je keel hebben en de emotie – die iederéén waarschijnlijk voelt – juist gebruiken voor een goede verdediging is juist weer een absolute pré. Boos zijn op de wederpartij kan je nét even wat feller laten zijn wat je pleidooi ten goede komt, maar té boos zijn vertroebelt je blik en laat je dingen zeggen die je niet wilt zeggen.’

Even afkoelen

DSC_3218_Anis Boumanjal 2
Anis Boumanjal Beeld door: Kiki Groot

Anis Boumanjal van B&V Advocaten staat op dit moment een oudere heer van 80+ bij die jarenlang voor de AIVD heeft gewerkt. Een zaak die hem soms naar de keel grijpt. Vooral in de rechtszaal. ‘Mijn cliënt is de Nederlandse overheid jarenlang ten dienste geweest. En nu, terwijl hij hoogbejaard is en nog maar een schim van zichzelf, wordt hem ten laste gelegd dat hij bepaalde inkomsten niet opgegeven heeft aan de Belastingdienst. Dat heeft hij bewust niet gedaan, omdat hij dan zijn banden met de AIVD prijs zou geven. Maar het OM lijkt geen genade te hebben en gaat er met gestrekt been in. De menselijke maat is ver te zoeken. Als ik zo’n oude weerloze meneer tegen beter weten in zie strijden dan raakt dat me. Niet alleen omdat ik de aanpak buiten proportie vind, maar ook omdat mijn cliënt me ergens doet denken aan mijn eigen vader. Ook hij was een eerste-generatiemoslim die hier met niets naartoe kwam en zich heeft opgewerkt. Hoe fnuikend is het dan om alles in de laatste fase van je leven te verliezen. Het Openbaar Ministerie heeft alles wat cliënt heeft opgebouwd aan vermogen bevroren, terwijl datzelfde OM hem voor het gerecht daagt, wetende dat hij geen financiële middelen meer heeft om een goede verdediging te betalen. Dat gaat mij aan het hart en maakt dat ik hem bijsta, ook al levert het mij weinig op. Juist voor dit soort mensen zet ik mij in en zorgt mijn betrokkenheid voor extra strijdvaardigheid. Dat de emotie zich soms laat gelden, daar kan ik goed mee leven. Zeker als het OM zich niet van zijn magistratelijke kant laat zien. Onlangs kon deze man bijvoorbeeld niet bij de zitting zijn, omdat hij een hartoperatie moest ondergaan. Een brief waarin cliënt voor de operatie werd uitgenodigd, was voor de officier van justitie niet genoeg. Zij wilde een uitgebreide medische verklaring en daarmee trok zij het verhaal van cliënt en ook van mij in twijfel, dit in plaats van oog te hebben voor de schrijnende situatie van deze oude heer. Op dat moment borrelen de emoties ietwat op en dan gebruik ik deze als katalysator. Emoties kunnen, indien goed gekanaliseerd, een boost geven aan je verdediging. Het is een must om binnen het respectvolle te blijven, maar het wordt wel persoonlijk als ik duidelijk aangeef dat er niets menselijks meer zit aan de aanpak van het OM. In wiens belang is het om mijn cliënt zo door de mangel te halen? Hij ligt al op de grond, waarom dan die schop nageven?’  

Anis Boumanjal vindt wel belangrijk dat hij zijn emotie onder controle houdt. ‘Fel zijn is oké, maar als het me bijvoorbeeld te veel wordt in de rechtszaal dan vraag ik om een schorsing. Dan ga ik buiten even een luchtje scheppen.’  

Ook Thirza Dik had het lastig tijdens de behandeling van de zedenzaak. Ze moest in de rechtszaal echt even omschakelen. ‘Tijdens het spreekrecht verwoordde één van de moeders zo goed wat het misbruik met haar en haar gezin had gedaan dat ik een brok in mijn keel had. Toen ik daarna aan het woord kwam, moest ik me bewust focussen op mijn rol als advocaat.’  

Rogier Kamphuis Credits mensen photo Wilmar Dik 2
Rogier Kamphuis Beeld door: mensen.photo, Wilmar Dik

Rogier Kamphuis was zich ervan bewust dat hij voldoende afstand moest houden van zijn jonge cliënt. ‘Ik heb er vooral voor gezorgd dat ik geen beloftes deed die ik niet kon nakomen en ik ben altijd heel duidelijk gebleven naar hem. Dat is bij alle cliënten van belang in strafzaken, maar bij kwetsbare jongens als hij nog iets meer. Er zijn wel momenten geweest dat ik bijvoorbeeld geneigd was hem een paar tientjes voor te schieten als hij iets niet kon betalen, maar dat heb ik nooit gedaan. Juist om die afstand te bewaren. Adviezen inslikken? Nee, soms bestaat het werk van een strafrechtadvocaat nu eenmaal ook een beetje uit maatschappelijke hulp en praktische tips in het leven. Zeker bij zulke jonge mensen.’  

Anis Boumanjal zorgt dat hij niet té betrokken raakt door zijn zaken ’s avonds bewust los te laten. ‘Als ik de deur van mijn kantoor achter mij dichttrek, houd ik mezelf voor dat ik alles wat in mijn macht lag, heb gedaan voor mijn cliënt. De rest is aan Allah, denk ik dan maar. Op die manier houd ik afstand. Dat geeft mij, en nog belangrijker mijn gezin, rust.’  

En Thirza Dik? Zij heeft de zedenzaak goed af kunnen sluiten. ‘Ik heb bewust mijn gevoel niet op mijn cliënten geprojecteerd. Goed gewogen wat ik tijdens gesprekken zei. Maar bij sommige zaken is voldoende afstand bewaren een nét iets grotere uitdaging. We zijn allemaal mensen, nietwaar?’  

Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie