Daar was hij dan, de uitspraak van het hof over de alimentatie. Maar de cliënte was er niet blij mee. Mr. X had de meest recente inkomensgegevens van mevrouw niet overgelegd, waardoor de alimentatie te laag was vastgesteld. Mr. X probeerde de beslissing te laten verbeteren – maar dat mislukte.

De uitspraak was van 19 februari 2020. Op 9 mei 2020 stuurde de cliënte aan mr. X een berekening van de schade en op 18 mei volgde een ingebrekestelling. Op 1 juli gaf mr. X haar visie, waarop de cliënte naar de deken stapte. Pas op 15 september, in haar ‘dupliek’ bij de deken, kondigde mr. X aan  de klacht te zullen melden bij haar verzekeraar.

Op 1 februari 2021 stuurt de deken de klacht door aan de Haagse raad van discipline. Maar kort daarop meldt de cliënte dat ze een regeling met mr. X heeft getroffen en de klacht intrekt. De deken wil het er dan verder bij laten – maar de raad niet.

De tuchtrechter kan de behandeling van een klacht ondanks intrekking voorzetten ‘om redenen aan het algemeen belang ontleend’. Maar wanneer gebeurt dat? De raad noemt de volgende uitgangspunten, ontleend aan vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline:

  • De zaak wordt gestopt als de advocaat de feiten betwist en je op het eerste gezicht verschillend kunt denken over de waardering van het bewijs.
  • Zijn er geen bewijsproblemen, dan kijkt de tuchtrechter naar de aard van de geschonden norm. Gaat het om fouten bij de inhoudelijke behandeling van de zaak (kernwaarde deskundigheid), dan zal de tuchtrechter het belang van de cliënt bij een minnelijke regeling doorgaans laten prevaleren en de zaak verder laten rusten.
  • Spelen er andere kwesties dan kijkt de tuchtrechter in hoeverre andere kernwaarden een rol spelen en in hoeverre het wenselijk is de desbetreffende norm onder de aandacht van de beroepsgroep en/of de advocaat te brengen.
  • Betwist de advocaat dat zijn handelen ongeoorloofd was, en heeft een beslissing daarover precedentwaarde voor de praktijk, dan is voortzetten in elk geval geïndiceerd.

In dit geval erkende mr. X de feiten en speelde naast de beroepsfout ook het vele maanden niet melden bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar, wat een schending kan opleveren van de kernwaarde financiële integriteit. Volgens de raad raakt dat het algemeen belang en is het wenselijk de beroepsgroep én mr. X daar nog eens van te doordringen, temeer daar mr. X in een proeftijd liep.

De raad zet dus de behandeling voort, waarbij de deken op grond van artikel 47a lid 4 Advocatenwet gebombardeerd.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina
Advertentie