1. Haha, te laat

Je cliënt is op staande voet ontslagen. Op de laatst mogelijke dag dien je een verzoekschrift in om schadevergoeding te krijgen. De wederpartij informeer je pas drie dagen later. De advocaat klaagt: als hij het had geweten, dan had hij een tegenverzoek ingediend. Krijg je een waarschuwing?

A. Ja. Het beginsel van een eerlijk proces vereist dat je de wederpartij tijdig informeert zodat een tegenactie nog mogelijk is.

B. Ja. Gedragsregel 21 eist dat je de wederpartij gelijktijdig met de rechter informeert.

C. Ja. Gedragsregel 21 is weliswaar alleen van toepassing op een reeds aanhangig geding, maar verdient hier analoge toepassing.

D. Nee. Elke advocaat moet zelf zorgen dat hij de rechten van zijn cliënt veiligstelt.

2. Professional support lawyer  

De website van jouw kantoor presenteert onder aan de pagina ‘Advocaten’ ook een aantal ‘Professional support lawyers’ – niet-advocaten dus. De deken vindt dat verwarrend. Wat zegt de tuchtrechter?

A Het gebruik van de term professional support lawyer is niet toegestaan, omdat bij cliënten verwarring kan ontstaan of deze mensen advocaat zijn of niet.

B. De term mag wel, als uit de context maar duidelijk blijkt dat betrokkenen geen advocaat zijn.

C. De term mag alleen worden gebruikt bij kantoren met een overwegend zakelijke, internationale clientèle.

D. De term moet worden vervangen door een Nederlandstalige variant die meer duidelijkheid schept.

3. Ingetrokken

Je hebt een verkeerd loonstrookje overgelegd, waardoor je cliënt te weinig alimentatie krijgt. Ze klaagt bij de tuchtrechter over die beroepsfout en over het feit dat je pas na vijf maanden je verzekeraar hebt ingelicht. Maar je treft een schikking en de cliënt trekt de klacht in. Is daarmee de kous af?

A. Ja, zonder klacht geen procedure.

B. Nee, een eenmaal ingediende klacht kan niet worden ingetrokken.

C. Omdat je de zaak niet goed hebt behandeld, zet de tuchtrechter de behandeling voort in het algemeen belang.

D. De trage melding aan de verzekeraar vormt voor de tuchtrechter aanleiding de behandeling voort te zetten in het algemeen belang.

4. Vervalsende cliënt 

In een zaak over een omgangsregeling stuurt je cliënt je een mailtje van zijn werkgever dat je goed kunt gebruiken – en dus naar de rechtbank stuurt. De ex van je cliënt ontdekt door bepaalde taalfouten dat het mailtje is vervalst en haar advocaat mailt dat aan de rechtbank. Nu je cliënt de vervalsing een dag later – net voor de zitting – erkent, trek je nog voor pleidooi het mailtje in. Zit je tuchtrechtelijk in zwaar weer?

A. Ja, want je mag in beginsel niet afgaan op de informatie van je cliënt.

B. Nee, want je mag in beginsel afgaan op de informatie van je cliënt.

C. Ja, want je had door de taalfouten de vervalsing moeten ontdekken.

D. Nee, omdat je het mailtje meteen introk toen je wist dat het vals was.

5. Nogal actief

Je staat een collega bij die in hechtenis zit en voor de zoveelste keer als verdachte door de politie wordt gehoord. Jullie hebben het procesdossier nog steeds niet gekregen en je hebt afgesproken dat je cliënt niets zal zeggen tot dit boven tafel is. Om te voorkomen dat je cliënt dit vergeet, onderbreek je tijdens het verhoor regelmatig nogal nadrukkelijk. Mag dat van de tuchtrechter?

A. Ja, je mag een actieve houding aannemen en zo nodig ingrijpen als het belang van je cliënt dat vergt.

B. Nee, je mag tijdens een politieverhoor aanwezig zijn, maar je dient je terughoudend op te stellen om het proces van waarheidsvinding niet te verstoren.

C. Nee, je mag een politieverhoor alleen onderbreken voor een vertrouwelijk gesprek met je cliënt of voor het nemen van rust.

D. Ja, je vertegenwoordigt je cliënt en mag als dominus litis voor hem antwoorden.

6. En de declaratie is voor…

In opdracht van een bv doe je een letselzaak voor mevrouw P. De bv zal jou betalen en de kosten met mevrouw P verrekenen. Je richt de nota aan de bv, met als onderwerp ‘mevrouw P/letselschade’. Wat zegt de tuchtrechter?

A. Niet goed – je hebt verzuimd de wederpartij van mevrouw P te vermelden.

B. Niet goed – je moet de nota richten aan degene die je hebt bijgestaan, en anders duidelijk maken wat je voor wie hebt gedaan en waarom je aan een ander factureert.

C. Prima – je mag de nota richten aan degene die jou betaalt.

D. Prima – zolang maar duidelijk staat vermeld wie je hebt bijgestaan zit je goed.

7. Geen contact

Je stelt beroep in tegen een taakstraf om een termijn veilig te stellen. Ondanks twee brieven waarin je de cliënt naar zijn wensen vroeg, liet hij niets van zich horen. De appelrechter legt vervolgens een gevangenisstraf op van vier maanden. Wat zou de tuchtrechter hiervan denken?

A. Je zit fout, omdat je beroep instelde zonder instemming van de cliënt.

B. Je zit fout, omdat je meer had moeten doen om contact te krijgen met de cliënt.

C. Geen probleem, omdat je de termijn sauveerde en het voor risico van de cliënt komt dat hij niet reageert.

D. Geen probleem, mits je bij wijze van schadevergoeding de huur betaalt voor de tijd dat de cliënt gevangen zit.

8. Verdeel de buit

Je cliënt en zijn ex-vrouw kunnen het niet eens worden over de verdeling van de opbrengst van de gezamenlijke woning. Ze spreken af dat een notaris ieder de helft zal betalen als er een rechterlijke uitspraak ligt die in kracht van gewijsde is gegaan, of als er na twee jaar geen gerechtelijke procedure is aangespannen. De vrouw begint binnen twee jaar een procedure, de rechter verklaart zich onbevoegd maar de vrouw kan nog in hoger beroep. Je cliënt vraagt de notaris direct om uitbetaling. De notaris vraagt aan jou: ‘Klopt het dat met dit vonnis thans geen zaak meer aanhangig is?’ Jij antwoordt: ‘Inderdaad loopt er geen procedure meer.’ Kom je daarmee weg bij de tuchtrechter?

A. Ja, want de notaris had het bij beide partijen moeten nagaan.

B. Ja, want je spreekt de waarheid.

C. Nee, want je hebt de notaris de verkeerde suggestie gegeven.

D. Ja, want zolang er geen beroep is ingesteld, loopt er geen procedure.

9. Gevaar voor omgeving

In een zaak over een omgangsregeling treed je op voor de moeder. Je beschuldigt de vader van liegen, sarren en agressieve impulsen, en stelt dat hij onmiskenbaar een gevaar voor zijn omgeving is. Je bent afgegaan op wat de vrouw je vertelde en zegt er niet bij dat het haar stellingen zijn. Ben je tuchtrechtelijk gezien te ver gegaan?

A. Ja, want je hebt in een familiekwestie haar stellingen tot de jouwe gemaakt.

B. Nee, want als advocaat heb je een grote vrijheid om de belangen van je cliënt te behartigen zoals het jou in overleg met de cliënt goeddunkt.

C. Ja, want je hebt zonder terughoudendheid geen onderscheid gemaakt tussen feiten en kwalificaties.

D. Nee, want als advocaat verwoord je vanzelfsprekend de positie en de stellingen van je cliënt.

10. Hij vroeg veel te veel

Tijdens een comparitie wordt afgesproken dat de zaak wordt aangehouden om te kunnen schikken. De cliënten bellen met elkaar maar komen er niet uit. Jij meldt dat aan de rechter en voegt eraan toe dat de wederpartij twee keer de marktwaarde wilde. Mag dat?

A. Nee, vanwege gedragsregel 27, die beoogt dat partijen onderling vrijelijk kunnen onderhandelen zonder dat de inhoud het oordeel van de rechter kan beïnvloeden.

B. Nee, omdat beide partijen een advocaat hebben. Anders zou je als advocaat door alleen maar te souffleren gedragsregel 27 kunnen omzeilen.

C. Ja, want gedragsregel 27 geldt alleen als advocaten onderhandelen.

D. Ja, want ‘twee keer de marktwaarde’ zegt inhoudelijk niets.

11. Uitstel of ik kap ermee

Je neemt een zaak over: cliënt moet voorkomen in een drugszaak met twaalf verdachten. De over drie maanden geplande megazitting wordt in verband met jouw verhinderdata een week verzet. Twee dagen voor de zitting vraag je weer uitstel – je blijkt meer tijd nodig te hebben. De rechtbank weigert en je legt de zaak neer. Als je cliënt uitstel krijgt omdat hij geen advocaat meer heeft, neem jij de behandeling weer op je. Mag dat?

A. Nee, dit is in strijd met de goede rechtsbedeling. Je had naar de zitting moeten gaan om je verzoek toe te lichten.

B. Nee, je had de deken moeten inschakelen.

C. Nee, je mocht je wel terugtrekken maar het feit dat je daarna weer bent gaan optreden maakt het tuchtrechtelijk verwijtbaar.

D. Ja, je dient het partijbelang zwaarder te laten wegen dan de belangen van overige procesdeelnemers.

12. Signaalfunctie

Je krijgt als deken een signaal over een advocaat die op zittingen van de Raad van State tekort zou schieten. Je begint een (dossier)onderzoek, maar wilt de advocaat niet vertellen om wat voor signaal het ging. Wat zegt de tuchtrechter?

A. Als deken moet je een advocaat altijd informeren over de aard en herkomst van een signaal over zijn functioneren.

B. Als je een goede reden hebt hoeft dat niet, maar dat moet je wel zo goed mogelijk uitleggen.

C. Je moet wel een goede reden hebben, maar hoeft dit pas achteraf bij de tuchtrechter toe te lichten.

D. Je moet het aan de advocaat uitleggen zodra je verwacht dat je een dekenbezwaar gaat indienen.

13. Ouderavond

In het verleden trad je op voor een tiener. Nu meldt de advocaat van zijn moeder zich bij jou met een verzoek. Ze wil per kort geding een gebiedsverbod opleggen aan de vader – kun jij de tiener per mail vragen of je de kortgedingrechter mag schrijven dat hij niet wil dat de vader bij de ouderavonden aanwezig is? Dat doe je, en de tiener bevestigt dat eveneens per mail, waarop je de rechter schrijft dat de zoon in verband met spanningen en een reeks van incidenten achter het verzoek van de moeder staat omdat hij ongestoord de schoolavonden wil bijwonen. Naderhand blijkt dat de dagvaarding over meer gaat dan de schoolavonden. Dan zal de tuchtrechter je:

A. geen maatregel opleggen omdat je het de zoon, die jou al kende, vooraf hebt gevraagd;

B. een waarschuwing geven omdat je als advocaat van een minderjarige te weinig zorgvuldig was;

C. een waarschuwing geven omdat je een minderjarige bij de zaak hebt betrokken;

D. vrijuit laten gaan omdat je door de eerdere zaak de familieomstandigheden van de tiener kende.

14. Niet vrijstaan

Stel dat je met opdrachtbevestiging en al hebt afgesproken om iemand voor een scheiding bij te staan in een mediation, en een week later hetzelfde verzoek krijgt van de bijna-ex-partner van je cliënt. Dan moet je weigeren omdat je niet vrijstaat, maar wat kun je ter motivering daarvan zeggen?

A. Dat je het niet kunt doen omdat je reeds de partner als cliënt hebt.

B. Niets meer dan dat je het niet kunt doen.

C. Dat je het niet kunt doen omdat je reeds de partner als cliënt hebt en de mediation binnenkort zal beginnen.

D. Als je hebt gecheckt of je cliënt er geen bezwaar tegen heeft, kun je zeggen dat je het niet kunt doen omdat je reeds de partner als cliënt hebt.

15. Was het te laat?

Je cliënt is op staande voet ontslagen en je weet dat je twee maanden hebt om dat ontslag aan te vechten. Je krijgt stukken van de cliënt, praat met hem en belt met de werkgever. Vervolgens concludeer je uit een formulier dat bij de stukken zat, dat de termijn al was verstreken toen de cliënt bij je kwam. Je laat de zaak rusten en als de cliënt vraagt of je nog wat gaat doen, laat je niets horen. Naderhand blijkt dat het document niet klopte en je de nietigheid nog had kunnen inroepen. Probleem?

A. Je had dat niets doen aan de cliënt moeten bevestigen.

B. Je moet altijd pro forma de nietigheid inroepen.

C. Je had niet mogen afgaan op de datum die het meegebrachte document vermeldde.

D. Je hebt de verkeerde suggestie gewekt door contact op te nemen met de werkgever.

Antwoorden

Dit zijn de beste antwoorden. Voor de nuance, zie de uitspraken op tuchtrecht.nl. Elf of meer goed? Gefeliciteerd, u test negatief. Minder dan elf? Mogelijk is uw tuchtrechtelijke weerstand onder de maat.

  1. D 2. B 3. D 4. B 5. A 6. B 7. B 8. C 9. A 10. C 11. A (link) 12. B (link) 13. B 14. B 15. A

Zie voor een uitgebreide toelichting het Advocatenblad van juli 2021.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profiel-pagina

Linus Hesselink

Juridisch journalist

Profiel-pagina
Advertentie