Verantwoording  

Innovatie staat in de Nederlandse juridische sector in de kinderschoenen. Vaak wordt mij als vicepresident van de European Legal Tech Association (ELTA) gevraagd hoe het er voorstaat in andere Europese landen. Is de juridische regelgeving daar net zo belemmerend? Houden advocaten zich overal zo weinig bezig met innovatie? In een korte reeks onderzoek ik de juridische innovatie in een aantal Europese landen en bezie wat we daar in Nederland van kunnen leren.  

De Vlaamse juridische sector kent een vergelijkbare structuur als die in Nederland. Als buitenstaander zie ik op het eerste gezicht een voortvarender aanpak van juridische innovatie. Zo is er door de balie een visie geformuleerd en zijn er de afgelopen jaren veel legal tech start-ups ontstaan.

Benieuwd naar de achtergronden sprak ik met Bram Vandromme, Karen Braeckmans en Filip Corveleyn. Bram is advocaat, portefeuillehouder ’toekomstvisie’ bij de Orde van Vlaamse Balies en zelfstandig consultant. Karen is CEO bij Monard Law, een van de grootste onafhankelijke advocatenkantoren in België met meer dan honderd advocaten. Filip is CEO van startup Klea, dat een platform en services biedt voor entity management.

De Orde van Vlaamse Balies heeft sinds 2020 een taskforce ‘Overmorgen’. Dat zijn negen advocaten die nadenken over de toekomst van de advocatuur, door te onderzoeken wat de rechtzoekende vandaag en morgen van de advocaat verwacht. Op basis hiervan wordt een actieplan uitgewerkt. Het klinkt vooruitstrevend. ‘Dat klopt,’ beaamt Bram, ‘wij zijn ons ervan bewust dat de wereld om ons heen verandert en dat wij daar als sector een antwoord op moeten vinden. Maar daarmee staan we echt pas aan het begin. We hebben nog een hele reis te gaan. Zowel in de beroepsgroep als bij de orde zelf.’

Hoe staat juridische innovatie in Vlaanderen ervoor?

Net als in Nederland innoveert de sector maar mondjesmaat. Volgens Bram moeten er nog fundamentele stappen worden gezet: ‘Er zijn nog advocatenkantoren die niet eens met een softwarepakket werken of zelfs maar een website hebben. Voor deze kantoren zijn legal tech en innovatie nog erg ver van hun bed. Zij hebben eerst nog andere uitdagingen.’

In de beroepsgroep wordt te weinig sense of urgency ervaren. Karen: ‘De advocatenkantoren doen het goed, de omzet van de sector is de afgelopen zes jaar blijven stijgen. Ze zijn succesvol, dus waarom zouden ze het anders doen?’ Volgens Karen komt innovatie daarom niet van de advocatenkantoren, maar wordt ze afgedwongen door de klant. Bram is het daarmee eens. ‘Er is een onderstroom gaande, cliënten verwachten steeds meer, snellere en technologische ondersteunde oplossingen. Maar de advocatenkantoren zien deze stroom niet. Aan de oppervlakte zien zij immers alleen positieve resultaten.’ Hij trekt de vergelijking met de vliegtuigsector, aan het eind van de vorige eeuw. Het ging goed en geen van de grote vliegmaatschappijen had in de gaten dat er onderliggend een wens naar goedkoper vliegen leefde. Een wens waar Ryanair op inspeelde en waar de klassieke maatschappijen niet aan konden voldoen. Advocaten weten te weinig van de klant, stelt hij. ‘In enkele gevallen wordt aan bestaande cliënten gevraagd wat beter kan en wordt de bestaande dienstverlening een beetje aangepast. Maar we kijken te weinig naar tendensen in de markt, naar nieuwe markten of nieuwe producten. Met het risico dat we straks te laat zijn.’

Bedrijfsmatige aanpak

Monard Law vormt naar eigen zeggen een uitzondering. Karen: ‘Wij brengen wel degelijk in kaart wat de competitie is en doet en welke ontwikkelingen op ons afkomen. Maar dat was niet vanzelfsprekend toen ik zes jaar geleden begon.’ Karen was de eerste niet-juridisch geschoolde CEO in België. ‘Het leek wel of ik twintig jaar terug in de tijd werd gekatapulteerd. Advocatenkantoren worden niet gezien als een bedrijf, waarbij allerlei bedrijfsmatige aspecten spelen. Geen enkel bedrijf kan toch zijn strategie bepalen zonder naar de omgeving en de toekomst te kijken?’

Het is volgens haar in die zin heel bijzonder dat advocatenkantoren alleen gerund mogen worden door juristen. Waar je in ieder ander bedrijf moet kunnen aantonen dat je economisch geschoold bent om het bedrijf te kunnen leiden, bepalen de gedragsregels voor advocatenkantoren dat alleen advocaten eindverantwoordelijk bestuurder mogen zijn. Karen: ‘Ik vind dat het bedrijf en het beroep nu te veel door elkaar lopen. Terwijl het toch echt heel andere disciplines zijn. Op beide gebieden is expertise nodig. De bedrijfsmatige expertise en aanpak, die missen we nog veel in de sector.’

In het juridisch onderwijs is ook geen aandacht voor bedrijfsmatige aspecten. Juristen worden inhoudelijk opgeleid en overspoeld met regels en risico’s waar ze rekening mee moeten houden. Bram voegt toe: ‘Zodra ze daarna een advocatenkantoor in stappen, worden ze nog eens direct op alle risico’s gewezen en maatregelen die getroffen moeten worden om elk risico te vermijden. Er heerst een cultuur van belemmering. Risicoaversie, van meet af aan.’ Karen herkent dit. ‘Ik heb me verbaasd over het feit dat ik als niet-jurist niet met klanten zou mogen praten vanuit de gedragsregels. Maar inmiddels heb ik klanteninterviews geïntroduceerd. Door als niet-jurist met klanten op een bedrijfsmatige manier te gaan praten over hun uitdagingen en onderliggende motieven, krijg je een heel ander gesprek en leer je zoveel.’

Beperkende regelgeving

Volgens Karen zijn partnerships nodig om stappen vooruit te kunnen zetten. Maar ook in Vlaanderen staat de balie samenwerking met andere bedrijven slechts beperkt toe. Daar moet iets veranderen, vindt ook Bram. ‘Gedragsregels zijn belangrijk en kunnen ons onderscheiden van andere dienstverleners, maar ik zie de code van de orde meer als een boek van beperkingen dan als een boek van mogelijkheden. We leggen regel op regel vast en werpen daarmee vooral belemmeringen op voor de sector. Maar we hebben zeker de intentie om dingen uit te proberen. We gaan bijvoorbeeld onderzoeken of het mogelijk is om binnen bepaalde kaders te experimenteren met innovatieve oplossingen, zoals werken in dienstverband, en gaan discussies over het mogelijk aantrekken van vreemd kapitaal niet uit de weg.’

Karen stelt voor de advocatuur meer te benaderen als de journalistiek. Journalisten zijn verbonden aan mediabedrijven, maar behouden toch hun onafhankelijkheid. Op deze manier wordt een bedrijfsmatige aanpak mogelijk. Bram denkt dat dat te veel botst met het principe van zelfregulering in de sector. ‘Zelfsturing is binnen de balie een groot goed. Wij zijn de beroepsorganisatie en wij maken onze eigen regels. Dat belemmert wel je blik naar buiten.’

Start-ups

De Belgische overheid heeft veel geïnvesteerd in start-ups, ook in legal-techbedrijven. Voorlopig lijkt de legal tech start-up scene nog in de startblokken te staan. Er zijn interessante ontwikkelingen, maar in vergelijking met andere landen zijn deze nog klein en in de beginfase. Volgens Karen is een aantal start-ups absoluut waardevol, zoals onder andere Henchman, een tool die met behulp van AI bibliotheken maakt en helpt bij het opstellen van contracten. ‘Het nadeel is dat deze start-ups allemaal maar een klein onderdeeltje bieden. De Microsofts en Googles van deze wereld zijn ook bezig met contract drafting en digitale handtekeningen en kunnen deze functies geïntegreerd in de bestaande infrastructuur bieden. Daar gaan de start-ups mogelijk op vastlopen.’ Filip, CEO van Klea, stelt dat de huidige start-ups zich vooral richten op de lokale markt. ‘Echte internationale oplossingen zoals Klea komen we veel minder vaak tegen.’

Bram mist vooral een goede product-marktfit. ‘Er wordt te weinig vanuit de cliënt gedacht, de oplossingen richten zich nu te veel op de advocaat. De vraag die vaak niet gesteld wordt is: wordt de cliënt hier beter van?’

Klea richt zich naar eigen zeggen wel op die klant. De start-up helpt bij het organiseren van de corporate housekeeping. Op het Klea-platform kunnen grote kantoren de verschillende entiteiten gemakkelijk beheren. Minder administratieve rompslomp is meer gerichte tijd voor de klant. De uitdaging zit volgens Filip in de introductie van legal tech bij de bedrijven en het verhogen van de adoptiegraad. ‘Dat vraagt nu eenmaal tijd. We zien scepsis in de markt met daarbij regelmatig onrealistisch hoge verwachtingen aan de zijde van de klant. Dat hoort bij een gezonde groei- en adoptiecurve voor legal tech. De groei wordt gedreven vanuit echte vragen en problemen uit de praktijk en de adoptie volgt dan uit de ervaren oplossingsgemakken.’ Ook Filip spreekt van een ‘onderstroom’, in dit geval van legal tech-oplossingen. ‘Er gebeurt heel veel op het gebied van legal tech. Deze ontwikkeling bouwt gestaag op, maar is sterker en gaat uiteindelijk toch sneller dan men nu kan waarnemen.’

Wat is nodig?

Het is duidelijk dat in Vlaanderen dezelfde obstakels worden ervaren als in Nederland. Het stelsel en de regelgeving zijn vergelijkbaar en binnen de consumentenmarkt vinden dezelfde ontwikkelingen plaats. Dat er wat moet veranderen, is evident. Bram: ‘We hebben nu vaak een businessmodel dat niet is afgestemd op de veranderende wensen van de klant. Hierdoor werken advocaten steeds meer over en neemt het welzijn van advocaten angstaanjagend af. Maar het lijkt wel of men het niet wil zien.’

Karen stelt: ‘Daar zit de grootste bedreiging voor de sector. Zonder bereidheid om het anders te doen, gaat er niets veranderen. Terwijl de nood hoog is. Geen enkel advocatenkantoor in België heeft meer dan zes procent marktaandeel. Dan weet je dat als je niets doet, je over een aantal jaar niet meer bestaat.’ Bram voegt toe: ‘De markt wendt zich steeds vaker tot andere dienstverleners en hulpbronnen. In dit digitale tijdperk onderscheiden we ons als advocaten niet meer door onze kennis, maar door onze strategie en aanpak. Dat vraagt om een andere cultuur en andere vaardigheden van de advocaat.’ De blik moet naar buiten, de toekomstige klant moet centraal worden gesteld. Volgens Karen is leiderschap vanuit de Orde van Vlaamse Balies nodig: ‘Er moet een leider zijn die zijn nek durft uit te steken en zegt: zo gaan we het doen.’

Jeroen Zweers is oprichter van NOUN #TheLegalInnovationAgency, vice-president van de European Legal Tech Association (ELTA) en oprichter van Dutch Legal Tech.

Jeroen Zweers

Profiel-pagina
Advertentie