Verantwoording

Innovatie staat in de Nederlandse juridische sector in de kinderschoenen. Vaak wordt mij als vicepresident van de European Legal Tech Association (ELTA) gevraagd hoe het er voorstaat in andere Europese landen. Is de juridische regelgeving daar net zo belemmerend? Houden advocaten zich overal zo weinig bezig met innovatie? In een korte reeks onderzoek ik de juridische innovatie in een aantal Europese landen en bezie wat we daar in Nederland van kunnen leren.

De afgelopen vier jaar heb ik de Duitse juridische sector zien veranderen. Er is beweging gaande, met een focus op innovatie. Deze wordt mede gedreven door de Bucerius Law School, de eerste privaatrechtelijke school van het land. De oprichting van deze school is een reactie op de al jarenlang bestaande vraag naar modernisering van rechtenstudies. Bucerius is een ​​nieuw type rechtenfaculteit waarin onderzoek en onderwijs verenigd zijn in een innovatief kader, uniek binnen het strak gestructureerde, federaal gereguleerde Duitse juridische onderwijssysteem. Het werpt zijn vruchten af, zo lijkt het. Er zijn veelbelovende legal start-ups en verschillende lokale legal innovation communities in Duitsland. Wat is er gaande in Duitsland? Cord Bruegmann, advocaat bij Rechtsanwalt en oud-voorzitter van de German Bar Association, Tobias Heining, Director Business, Clients & Strategy bij Osborne Clarke en Benedikt Quarch, oprichter van legal tech bedrijf RightNow, geven uitleg. Ook spreek ik met ‘Eva’,  manager van het Legal Operations team van een inhouse juridische afdeling van een grote Duitse corporate, die vanwege bedrijfsgevoelige informatie anoniem wil blijven.

Juridische afdelingen in beweging

Tobias, al twintig jaar werkzaam in de juridische sector, bevestigt mijn beeld. ‘Bedrijven die zich richten op juridische innovatie zijn in opkomst. Wat ik vooral zie, is dat veel bedrijven bezig zijn met de herstructurering van hun juridische afdelingen. Dat gaat veel verder dan alleen de inzet van technologie. Teams worden anders ingericht, met andere hiërarchische structuren die empowerment van medewerkers ondersteunen. Communicatie met zowel interne klanten als met externe partners wordt anders vormgegeven. Er worden andere, moderne managementmethoden ingezet, zoals Lean, Scrum en Kanban. Dat is geen hype, maar een stevig gefundeerde ontwikkeling. Tot mijn verbazing overigens. Het is immers nog maar een paar jaar geleden dat juridische afdelingen worstelden met hun bestaansrecht. In korte tijd hebben organisaties ingezien dat juridische afdelingen een essentieel onderdeel vormen van hun dienstverlening.’

Eva is het bewijs van deze beweging. Zij heeft een bedrijfsadministratieve achtergrond en is gespecialiseerd in procesoptimalisatie met inzet van Lean[1]. Zij heeft de leiding over de afdeling Legal Operations, in 2019 opgezet. ‘Een paar jaar geleden is deze ontwikkeling van juridische afdelingen gestart, maar toen werd vooral gefocust op de inzet van technologie. Nu zie ik dat de ontwikkelingsvraag breder wordt opgepakt en wordt ingezet op algehele optimalisatie van processen. Wij optimaliseren vanuit de vraag: wat is nu eigenlijk de klantwaarde die de juridische afdeling toevoegt? De discussie verlegt zich dus van alleen tech naar het totale proces, waarbij de inzet van tech vaak oplossingen biedt. En hoe vanzelfsprekend de oriëntatie op het proces ook lijkt, deze discussie is echt nieuw in de juridische wereld. Medewerkers van juridische afdelingen zijn niet gewend werkprocessen vanuit efficiëntieoogpunt te bekijken. De grootste uitdaging is om hen anders te leren kijken naar hun werk. Wij besteden vooral aandacht aan verandermanagement. De meeste medewerkers komen van grote advocatenkantoren, die zwaar georganiseerd en geprotocolleerd zijn. Ik ben vooral bezig met uitleggen dat we de workflows moeten verbeteren, zodat de juristen zich kunnen focussen op hun corebusiness. Dus ja, ik zie een goede beweging, maar ook dat we nog een weg te gaan hebben. Het gaat om een verandering van cultuur.’

Regelruimte?

Sinds enkele jaren schieten de legal innovation start-ups binnen Duitsland als paddenstoelen uit de grond. Een voorbeeld is BRYTER, een bedrijf dat software biedt waarmee automatisch juridische documenten kunnen worden gemaakt. BRYTER, dat inmiddels vestigingen kent in New York, Londen, Frankfurt en Berlin, haalde bij private equity partijen 89 miljoen dollar op. Ook RightNow timmert hard aan de weg. RightNow koopt juridische claims, die voortkomen uit alledaagse situaties, over van consumenten. Deze krijgen snel een groot deel van hun aanspraak uitbetaald. Start-ups lijken in Duitsland meer ruimte te krijgen dan in Nederland. Hoe kan dat?

Benedikt: ‘Een belangrijke reden is dat wij met onze dienstverlening buiten de regulering vallen. Wij zijn niet gebonden aan de regels van de balie.’ In 2019 bepaalde het Federale Hof van Justitie dat het bedrijfsmodel van wenigermiete.de toelaatbaar is. Daarmee werd vastgesteld dat legal tech bedrijven met een zogenaamde incassovergunning claims namens hun klanten mogen afdwingen en mogen werken op basis van onvoorziene vergoedingen. Een baanbrekende uitspraak, die ruimte biedt aan legal tech bedrijven. ‘Dit maakt het werk voor een aantal van ons een stuk gemakkelijker, maar legal start-ups hebben nog voldoende andere uitdagingen,’ stelt Benedikt. Een belangrijke is het verkrijgen van financiële middelen. ‘In de juridische sector is legal tech inmiddels behoorlijk ingeburgerd, maar de gewone man op straat wordt niet warm van juridische onderwerpen. Het verkrijgen van geld is voor een legal tech start-up daardoor lastiger.’

Maar dat is niet de enige uitdaging. ‘Ons grootste struikelblok is dat de traditionele advocatuur en start-ups niet bij elkaar passen. Het zijn twee verschillende werelden, die nog samen moeten komen.’

Tobias herkent deze ‘clash of cultures’. ‘De juridische markt staat te weinig open voor innovatie. Dat is niet alleen een kwestie van een conservatieve markt, het is vooral de regelgeving die innovatie belemmert.’ Toch zet Duitsland stappen in versoepeling van de regelgeving. Nadat het bedrijfsmodel van wenigermiete.de door de rechter toelaatbaar werd geacht, ontstond er met name bij de advocatuur scepsis over de excessen die een breder incassoconcept met zich mee zou brengen. De wetgever kwam daarop met een wetsontwerp. Per 1 oktober 2021 gaat de nieuwe ‘Legal Tech Gesetz’ in, met ruimere regels voor juridische dienstverlening. Deze wet maakt het mogelijk afspraken te maken over resultaatafhankelijke honoraria voor de advocatuur en staat financiering van geschillen toe tot 2.000 euro.

Cord, die vijftien jaar voorzitter was van de German Bar Association, vindt het een mooie ontwikkeling. ‘De Duitse juridische markt was conservatief en wordt nu meer geliberaliseerd.’ Benedikt is het met hem eens: ‘Duitsland heeft met deze wet legal tech politiek erkend.’ Toch gaat de wet volgens Benedikt niet ver genoeg. ‘Het monopolie van de advocatuur op het gebied van juridische dienstverlening moet worden afgeschaft om een level playing field voor advocaten en niet-advocaten te realiseren.’ Cord vindt vooral dat de wet onvoldoende duidelijkheid biedt. ‘Het is  totaal onduidelijk wat wordt verstaan onder juridische dienstverlening. Uitspraken hierover worden aan de rechter gelaten. Onbegrijpelijk.’ Volgens Cord wordt de keuze van de nieuwe regering bepalend voor de toekomst van de juridische markt. ‘De uitkomst van de verkiezingen zal bepalen of er financiering komt voor innovatie van de markt  of dat de markt weer terugvalt in regulering.’

Advocaten blijven achter

Tobias: ‘In tegenstelling tot de juridische afdelingen, de klantzijde, merk ik dat advocatenkantoren nog niet hebben beslist of ze de ontwikkelingen omarmen of niet. Een klein aantal, zoals Osborne Clarke, heeft een legal innovation afdeling opgezet. Maar dat is de minderheid.’ Volgens Tobias heeft dat vooral te maken met conflicterende belangen en geld. ‘Het kantoor als bedrijf erkent vaak wel de noodzaak om mee te bewegen en te investeren in de ontwikkelingen in de markt, maar in interne discussies stuit je op de individuele belangen van de partners. Elke euro die aan innovatie wordt besteed, komt niet in de portemonnee van de advocaat. Dit zorgt voor terughoudendheid en staat verandering in de weg.’

Toch claimt elk advocatenkantoor in Duitsland voorop te lopen in juridische innovatie. Volgens Tobias is dat slechts marketing. ‘Wat kantoren zeggen en wat ze daadwerkelijk doen, zijn twee verschillende dingen. Als je achter de schermen kijkt, kent de zelfbenoemde “innovatie” geen basis en structuur. Het is een façade.’ Eva ziet deze marketing als teken dat er iets verandert. ‘Het besef ontstaat in ieder geval dat er iets nodig is, dat er vraag naar is. Dit kondigt voor mij het begin van echte verandering aan.’

Tobias is sceptisch. ‘Ik heb meerdere malen geprobeerd Lean te introduceren in advocatenkantoren, maar de Leanfilosofie is het tegengestelde van het businessmodel van advocaten. Met efficiënt zijn wordt geen geld verdiend.’

Gaat er dan niets veranderen binnen de advocatenkantoren? Cord: ‘Uit de sector zelf zal de verandering niet komen. Er is een crisis nodig voor structurele verandering. Kantoren hebben niet geleden onder de crises van de afgelopen jaren. Niet onder de financiële crises, en nu ook niet onder de COVID-crisis. Het gaat al dertig jaar goed, dus men voelt zich niet gedwongen te veranderen. De verandering zal worden gedreven door de klant.’

Tobias: ‘Klanten gaan over op andere manieren van samenwerken en waardecreatie, zoals we bij onder andere bij de organisatie van Eva zien. Zij zullen dat ook verlangen van hun juridische consultants. Advocaten moeten mee, anders kunnen ze niet meer samenwerken met hun klanten.’ Eva bevestigt: ‘Zeker. Het is een logisch gevolg. Ons bedrijf zelf is steeds meer gericht op efficiëntie en klantwaarde, wat vervolgens ook gevraagd wordt van de juridische afdeling. En daarop verwachten wij dat dus ook van onze externe partners. Om eerlijk te zijn: in de praktijk is de ervaring meer dan eens anders.’

Wat moet er gebeuren dan? Eva: ‘Het zou goed zijn als advocatenkantoren de krachten bundelen en samen kijken wat oplossingen zijn voor vraagstukken waar ze allemaal mee te kampen hebben. Vooralsnog benadert ieder kantoor het vraagstuk zelf, omdat het ontbreekt aan onderling vertrouwen en samenwerking. Dat is zonde, we kunnen zoveel van elkaar leren. We’re in it together.’

[1] Lean is een bedrijfsfilosofie waarbij alle werkprocessen in de organisatie zich richten op het creëren van waarde voor de klant. Hierdoor worden verspillingen geëlimineerd.

Jeroen Zweers

Profiel-pagina
Advertentie