Phebe Franssen (27) werkt drie jaar bij Houthoff in Amsterdam bij de Praktijkgroep Litigation & Arbitration. Deze zomer liep ze een maand stage bij het Rotterdamse sociale advocatenkantoor Meesters aan de Maas. Ze werkte onder meer in slachtoffer- en jeugdrechtzaken. ‘De eerste dag mocht ik mee met sociaal advocaat Nelleke Stolk naar een strafzaak voor de meervoudige strafkamer. Een man had in het bijzijn van zijn drie minderjarige kinderen zijn vrouw vermoord. Nelleke Stolk en ik stonden de minderjarige kinderen bij. De kinderen waren niet aanwezig tijdens de zitting, maar de pleegvader en gezinsvoogd wel. De kinderen hadden zich gevoegd in het strafproces als benadeelde partij en vorderden schadevergoeding op grond van het civiele recht. Het was mijn eerste kennismaking met de sociale advocatuur. De zaak greep me erg aan. Tijdens de stage kwam ik in aanraking met tientallen zaken die heel heftig waren, waar sociaal advocaten steeds mee te maken hebben.’

MeestersaandeMaas_39 s
Marjolein Rietbergen (l) & Phebe Franssen

Franssen hielp bij het opstellen van processtukken, woonde zittingen bij en voerde zelf het woord tijdens zittingen. Zo leerde ze de sociale praktijk van dichtbij kennen en haalde ze de procespunten waarmee ze de Beroepsopleiding Advocatuur kan afronden.

Verbinding

Het samenwerkingsverband tussen Houthoff en Meesters aan de Maas is door minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) herhaaldelijk aangehaald als voorbeeld van wat kantoren kunnen doen om de onderlinge solidariteit te verstevigen. De samenwerking ontstond vier jaar geleden. Ivar Brouwer, de zoon van advocaat van het Rotterdamse sociale kantoor Marjolein Rietbergen werkte als advocaat-staigiair in de transactiepraktijk bij Houthoff. Hij maakte deel uit van grote teams maar procedeerde niet zelfstandig. Zodoende kwam hij op het idee om op het kantoor van zijn moeder de proceservaring op te doen die hij nodig had voor het voltooien van zijn beroepsopleiding. Ruim veertig advocaat-stagiairs van Houthoff volgden Brouwer inmiddels op.

Sociaal advocaat Rietbergen is enthousiast over de samenwerking en de verbinding tussen de sociale en ‘Zuidas-advocaat’. ‘We hebben meer met elkaar gemeen dan we soms denken. We zijn allemaal deskundig op ons vakgebied, werken heel hard, gaan voor onze cliënt. We hebben dezelfde kernwaarden. Ik ben een idealist en vind het belangrijk dat je elkaar weet te vinden. De balie is zover uit elkaar gedreven. We moeten elkaar weer vastpakken en versterken.’

Inmiddels hebben ook de sociale kantoren Op Zuid Advocaten in Rotterdam, Spuistraat 10 Advocaten in Amsterdam en Zumpolle Advocaten in Utrecht soortgelijke samenwerkingsverbanden met Houthoff.

Win-winsituatie

Met de stages van commerciële advocaten bij sociale kantoren ontstaat volgens veel advocaten een win-winsituatie. De samenwerking leidt tot meer onderling begrip en solidariteit tussen beide typen kantoren. Stagiairs doen waardevolle praktijkervaring op, krijgen meer waardering voor de sociale advocatuur en leveren een maatschappelijke bijdrage. Ze krijgen bovendien de kans aan hun opleidingsverplichtingen te voldoen. Het begeleiden van stagiairs kost sociale advocaten extra tijd. In ruil daarvoor ontvangen veel sociale kantoren een vergoeding van rond de 2.000 euro per maand, leert een rondgang langs een aantal grote kantoren. Een welkome extra inkomstenbron voor sociale kantoren en een investering voor commerciële kantoren.

De Nederlandse orde van advocaten (NOvA) stimuleert de samenwerking tussen commerciële en sociale kantoren. De orde organiseert bijeenkomsten voor advocatenkantoren waarbij ideeën voor samenwerking opgehaald en gedeeld worden en heeft voormalig algemeen deken Walter Hendriksen aangesteld als kwartiermaker om daar landelijk verder invulling aan te geven. De Amsterdamse orde van advocaten en de Raad voor Rechtsbijstand hebben samen een regeling getroffen die het mogelijk maakt dat stagiairs maximaal drie maanden worden uitgezonden naar een sociaal kantoor, zonder dat dit ten koste gaat van de toevoegvergoeding.

Florentine Nusman m
Florentine Nusman

Recent zijn Stibbe en Van Doorne gebruik gaan maken van die regeling bij het detacheren van stagiairs. Zo loopt advocaat Florentine Nusman (28), verbonden aan het Van Doorne Privacy Team, sinds september stage bij het Amsterdamse sociale kantoor Van der Woude De Graaf waar ze zich bezighoudt met zaken op het gebied van het Wmo-recht. ‘Het gaat bijvoorbeeld over mensen die geen persoonsgebonden budget of bepaalde zorg niet toegewezen krijgen van de gemeente, terwijl dat wel zou moeten. Daar schrijf ik bezwaar- en beroepschriften voor.’
Ze werkt hierbij nauw samen met Renske Imkamp, advocaat op het gebied van Gezondheidsrecht, Sociale Zekerheidsrecht en Grondrechten. Nusman: ‘Bij Van Doorne zijn het altijd bedrijven die je bijstaat. De zaken en cliënten zijn hier heel anders. Een cliënt komt op voor zijn persoonlijke directe belang en heeft veel meer emotie bij een zaak. Deze stage geeft een bredere blik op de maatschappij en de advocatuur.’

Pieter de Jong Schouwenburg_groot s
Pieter de Jong Schouwenburg

Advocaat en intern stage coördinator bij Van Doorne Pieter de Jong Schouwenburg (48) is erg te spreken over het recente samenwerkingsverband met Van der Woude De Graaf. ‘Hierdoor komen jonge advocaten in aanraking met de sociale advocatuur. Een welkome ontwikkeling, want de sociale advocatuur vergrijst. En ik denk dat het voor advocaat-stagiairs heel goed is om te kijken wat er allemaal binnen de balie te vinden is.’
Ook advocatenkantoor CMS evalueert na een proefperiode of het inderdaad een samenwerking aangaat met een Amsterdams sociaal advocatenkantoor. Managing partner Willem Hoorneman: ‘We vinden het belangrijk en een verrijking dat onze jonge advocaten gedurende hun opleiding kennismaken met de sociale advocatuur om zo het advocatenambacht in de volle breedte te ervaren en, als bijkomend voordeel, een bijdrage te leveren aan die sociale advocatuur.’

Geen excuus

Dat deze kruisbestuiving zijn vruchten afwerpt, komt de gehele advocatuur ten goede. Maar de stages mogen niet worden gebruikt als excuus om geen extra investeringen te doen in het systeem van gesubsidieerde rechtsbijstand, vindt Reinier Feiner, voorzitter van de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN).

Reinier Feiner s
Reinier Feiner

‘Rechtsbijstand aan on- en minvermogenden is een overheidstaak die publiekelijk gefinancierd moet worden.’ En sociale en commerciële advocatuur moeten al helemáál niet worden gedwongen om met elkaar te concurreren.

Tijdens een algemeen overleg met de commissie voor Justitie en Veiligheid, begin dit jaar, sprak minister Dekker over een ‘harde knip tussen sociale en commerciële advocatuur’. Volgens Dekker zouden commerciële advocaten naast de uren die ze draaien voor hun eigen praktijk, ook iets in de sociale advocatuur moeten doen. Op Prinsjesdag herhaalde het kabinet deze wens, door deze nadrukkelijk te verbinden aan het extra overheidsgeld voor de gefinancierde rechtsbijstand. De NOvA zegt samenwerking te stimuleren, maar acht het onwenselijk om kantoren zonder toevoegingspraktijk te verplichten toevoegingen te doen. ‘Het verlenen van rechtsbijstand aan on- en minvermogenden is een specialisme van sociaal advocaten,’ reageerde de NOvA na Prinsjesdag.

Evert Jan Henrichs, deken van de Amsterdamse orde van advocaten, sluit zich hierbij aan. ‘Het type rechtshulp dat vanuit de sociale advocatuur wordt verleend, is hoog gespecialiseerd werk. Die expertise is niet aanwezig bij commerciële kantoren.’ Henrichs vindt het ook niet wenselijk om die expertise daar te gaan opbouwen. ‘Als je nadenkt over samenwerking tussen beide typen advocatuur, moet je niet aan de aanbodkant extra aanbod of concurrentie creëren. Er is een probleem op het vlak van de financiering van de rechtshulp. Sociaal advocaten worden te laag betaald.’

Gieling_Jade s
Jade Gieling

NautaDutilh en Stichting Je Goed Recht
Jade Gieling
(25) werkt als advocaat-stagiair bij de praktijkgroep Banking&Finance, team Capital Markets van NautaDutilh. Als onderdeel van de interne opleiding van NautaDutilh houdt ze zich gedurende vier maanden bezig met zaken die, onder andere, binnenkomen via Stichting Je Goed Recht en een rechtsbijstandverzekeraar. De zaken voor Je Goed Recht worden verleend aan on- en minvermogenden. Via de stichting verleent Gieling rechtsbijstand aan een zieke werknemer die in conflict raakte met de werkgever. Er is een mediationtraject gestart, waarbij zowel de werknemer als de werkgever wordt bijgestaan door een advocaat.
Ter voorbereiding op de mediationbijeenkomsten houdt Gieling grondig overleg met een arbeidsrechtspecialist binnen NautaDutilh. Gieling: ‘Je rol als advocaat in een mediationtraject is meestal behoorlijk lijdelijk. Maar in deze zaak valt dat tegen. Het gesprek werd best gauw juridisch. Eigenlijk hadden partijen al snel zoiets van: misschien is het geschil te complex om er samen uit te komen.’ Met de advocaat van de werkgever is Gieling in gesprek over de mogelijkheden om in goed overleg uit elkaar te gaan.
Zonder hulp van de stichting had de werknemer geen advocaat kunnen financieren. Gieling: ‘Op papier verdiende de werknemer te veel om in aanmerking te komen voor een toevoeging. Maar in dit arbeidsconflict was een loonopschorting opgelegd, waardoor de werknemer in de praktijk geen advocaat kon betalen.’
Dat zij via de stichting rechtsbijstand kan verlenen aan on- en minvermogenden, biedt Gieling voldoening. ‘Je merkt dat een heleboel mensen tussen wal en schip raken. Dat zie je in deze mediationzaak ook. Het is waardevol als je in die leemte kunt springen. Het zorgt er ook voor dat, als je leest over misstanden zoals de Toeslagenaffaire, je heel goed de pijnpunten daarvan kunt invoelen.’
Stichting Je Goed Recht werkt behalve met NautaDutilh samen met Advokatenkollektief Rotterdam, Op Zuid Advocaten en Loyens & Loeff. Als de rechtshulpverleners van de stichting niet uit een zaak komen, verwijzen ze door naar een van deze advocatenkantoren.

Proefballonnetje

De verplichting om een deel van hun praktijk aan een vast quotum aan toevoegingszaken te besteden, stuit veel partners van commerciële kantoren tegen de borst. De kennis en vaardigheden die daarvoor nodig zijn, ontbreken veelal, zeggen ze. Advocaat bij Van Doorne Pieter de Jong Schouwenburg voegt daaraan toe: ‘Ik denk dat minister Dekker over het hoofd ziet dat het zijn grondwettelijke taak als minister is voor de gefinancierde rechtshulp te zorgen. Zo’n proefballonnetje klinkt sympathiek, maar uiteindelijk ligt het gewoon op zijn bordje.’

Ook verplichte deelname aan een sociaal fonds waarin commerciële advocaten geld storten, stuit op weerstand. ‘De NOvA wijst het idee af om kantoren zonder toevoegingspraktijk verplicht te laten meebetalen aan de financiering van het stelsel van rechtsbijstand. Het waarborgen en financieren van een goede toegang tot het recht voor minvermogenden is een grondwettelijke overheidstaak,’ schrijft de NOvA.

Steentje bijdragen

Tegelijkertijd zien veel commerciële advocatenkantoren er wel het belang van in hun steentje bij te dragen aan de sociale advocatuur. De detachering van stagiairs naar sociale kantoren is daar een voorbeeld van.

CMS hoorneman.willem–62 s
Willem Hoorneman

Ook het doen van pro-bonozaken is bij een aantal commerciële kantoren inmiddels onderdeel van de kantoorcultuur, vertelt managing partner van CMS Willem Hoorneman. ‘CMS werkt al jaren intensief samen met Pro Bono Connect, de bemiddelaar tussen maatschappelijke organisaties die juridische hulp nodig hebben en advocatenkantoren die gratis juridisch advies willen verlenen. In dat kader treden we jaarlijks pro bono op in verscheidene principiële rechtszaken voor ngo’s. Daarnaast ondersteunen we ook op ad-hocbasis kleine partijen voor lagere tarieven of pro bono, voor zover we hier onze expertise kunnen aanwenden.’

NautaDutilh werkt ook samen met Pro Bono Connect en zet zich onder andere in voor Stichting Je Goed Recht, door belangeloos rechtsbijstand te verlenen aan on- en minvermogenden (zie kader).
Commerciële kantoren stellen daarnaast ruimten voor cursussen beschikbaar en ze delen kennis en informatiebronnen met toevoegkantoren.

Aan haar stage bij Meesters aan de Maas heeft Phebe Franssen veel gehad voor zowel haar professionele als haar persoonlijke ontwikkeling. ‘Ik heb inzicht gekregen in een andere kant van de advocatuur, en een ander deel van de samenleving. Het zijn vaak de minderbedeelden, de zwakkeren die het hardst worden geraakt. De advocaten met wie ik werkte, hadden allerlei soorten cliënten met allerlei soorten problemen. Getraumatiseerde mensen, mensen die boos en verdrietig waren. Ik vond het bewonderingswaardig om te zien hoe zij hun cliënten zo benaderden dat ze zich gehoord en gezien voelden, en erachter kwamen wat ze echt nodig hadden. Hoe ze dat keer op keer op een goede manier konden doen, dat vond ik knap.’
Sinds het samenwerkingsverband praat Marjolein Rietbergen op managementniveau met de Houthoffers. ‘Dat zorgt voor veel betrokkenheid bij elkaars werk. Tijdens de demonstraties in 2018 tegen de lage vergoedingen voor de sociale advocatuur, liepen er ook partners van Houthoff mee. Ik hoop dat de stagiairs van nu, straks, als ze partner zijn bij een groot kantoor, ook weer de verbinding zoeken met de sociale advocatuur.’

PILP
Ook bij het Public Interest Litigation Project worden advocaten van grote kantoren ingezet. PILP is onderdeel van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM) en voert strategische procedures over zaken waarbij mensen- en burgerrechten in het geding zijn. ‘In een zaak voor een kinderrechtenorganisatie over het recht op water werkten we al samen met De Brauw,’ vertelt Jelle Klaas, directeur en advocaat bij PILP. Ook met (onder andere) Houthoff en Stibbe werd al samen geprocedeerd, zo’n vijftien andere kantoren kijken mee op verschillende dossiers.

Toen een PILP-collega met zwangerschapsverlof ging, suggereerde iemand om tijdelijke vervanging te vinden in een medewerker van een Zuidas-kantoor. ‘Dat beviel enorm goed,’ zegt Klaas. ‘In de Angelsaksische wereld is het gebruikelijk, het wordt gezien als goed voor de cultuur. Op een groot kantoor werken honderden mensen in een bepaalde hiërarchie. Wij zijn een klein team, iedereen denkt en beslist mee over de aanpak van een zaak. Welke politieke overwegingen zijn er, komen de standpunten van de mensen voor wie we dit doen erin terug? Ik denk dat ze er veel van leren.’

Dat begint al bij praktische zaken als het tijdig op de post doen van processtukken, vertelt Bram Vos (27) van De Brauw. ‘Op grote kantoren word je in de watten gelegd, hier doe je alles zelf. Tegen je collega zeg je echt niet: print dit even voor me.’
Vos werkte bij PILP aan de zaak over etnisch profileren door de Koninklijke Marechaussee. ‘Een onderwerp waar we in het nieuws van gehoord hebben, maar concreet iemand gesproken die het zelf meemaakt, had ik niet. Misschien omdat ik ook wel in een bubbel leef.’

Als advocaat bij PILP ben je nauw betrokken bij de cliënt, beaamt Machteld Hoek (29), door Houthoff gedetacheerd. Er wordt, net als bij Houthoff, flink aangepakt. ‘Er was geen verschil in gedrevenheid, en al helemaal niet in het niveau waarop er wordt gewerkt.’

Vos vindt het belangrijk een brede kijk op de wereld te hebben. ‘Ik denk dat dat voor je inschattingsvermogen en voor je onafhankelijkheid goed is, ook ten opzichte van je cliënt. Dat je durft te zeggen: wat jij doet is niet maatschappelijk verantwoord, er zijn mensenrechten in het geding. Denk aan kinderarbeid in kleding. Natuurlijk ben je partijdig. Maar soms schuurt dat met het maatschappelijk belang. Door PILP ben ik me gaan realiseren dat je als advocaat ook een maatschappelijke rol hebt.’

 

Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie