Een wollige pleitnota vol jargon, een ingewikkeld geformuleerde akte, onduidelijke besluiten, wetten of voorwaarden vol latinismen. Voor de leek is er aan een juridische tekst soms geen touw vast te knopen, met alle gevolgen van dien.

Iedereen kent wel een of meer historische voorbeelden of hilarische anekdotes over miscommunicatie. Over juristen die teksten verkeerd interpreteren. Over cliënten die denken dat ze een zaak hebben gewonnen omdat er in het vonnis staat dat het verweer slaagt maar de rechtsgevolgen in stand blijven. Juridische teksten zijn vaak een moeras, waarin het gemakkelijk wegzinken is.

De spreuk ‘Dubbel genaaid, houdt beter’ zorgt er volgens Huibert-Jan van Roest, voormalig advocaat civiel recht (Langerak Van Roest Advocaten 2011- 2019) voor dat advocaten nodeloos ingewikkeld schrijven. Die uitdrukking hoorde Van Roest, schrijver van het vorig jaar verschenen boek ‘Weg met Wollig!’, in een kantoor op de Zuidas. ‘Ik was daar met mijn kantoorgenoot namens een cliënt die zijn onderneming wilde verkopen. We zaten tegenover een team van vier advocaten van de potentiële koper. De discussie ging erover of álle inhuurkrachten die ooit voor onze cliënt hadden gewerkt een document over de overdracht van Intellectueel Eigendom (IE) zouden moeten ondertekenen. Het werd een eindeloze bespreking met veel wollige woordenbrij die we dan ook nog op papier moesten zetten. De Zuidas-advocaten waren van mening dat als je iets op meerdere manieren vastlegt, dat het dan beter standhoudt. Mijn cliënt snapte er niets meer van. Hij vond dat zakendoen op basis van vertrouwen moet gaan. Hij heeft zijn boeltje gepakt en is weggelopen.’

Dichttimmeren

Advocaten, rechters, officieren van justitie, notarissen; ze zijn allemaal met woorden bezig, maar ze maken hun teksten vaak ingewikkeld. Gehoorde redenen: omdat het zo heurt; juridische teksten worden al minstens honderd jaar zo geschreven. Omdat juristen niet anders hebben geleerd op de universiteit of tijdens hun opleiding. Omdat iedereen het zo doet of omdat de vrijheid om het anders te doen er niet is (er kan binnen een organisatie weerstand bestaan tegen verandering). En, last but not least, juristen menen dat ingewikkeld jargon en een overdaad aan woorden nodig zijn om een tekst juridisch dicht te timmeren.

‘Wat meespeelt in de hele discussie over toegankelijk versus wollig schrijven is dat advocaten een procesmonopolie hebben en gehouden zijn aan het legaliteitsbeginsel; alles wat zij doen is gegrond in de wet,’ vervolgt Van Roest (39) die tegenwoordig aan de weg timmert als bestuurslid van de PleitAcademie en als stand-upcomedian met zijn cabaretvoorstelling ‘Nergens recht op’. ‘Advocaten moeten de taal van de wet gebruiken. Hoewel dat natuurlijk op een toegankelijke manier kan, doen ze dat nog te weinig en blijven dwepen met ingewikkelde zinnen vol vaktermen. Advocaten denken: ik kan beter te veel woorden gebruiken dan te weinig. Als je iets vergeet, ben je namelijk het haasje. Maar voor het schrijven van stukken putten ze keer op keer uit het uitpuilende kantoorarchief. Zo echoën lange zinnen vol vaktermen tientallen jaren door in juridische teksten en zo houden advocaten hun eigen wollige communicatiestijl in stand: veel woorden en niks zeggen.’

Droogbloemen

André Verburg (54) is rechter (staatsraad) bij de Raad van State en houdt zich al jaren bezig met begrijpelijke taal. ‘In het Nederlands zit een extreem verschil tussen schrijf- en spreektaal, dat laatste loopt als een tierelier. Maar de calvinistische traditie van de Statenvertaling heeft onze formele schrijftaal gemaakt tot een droogbloemenboeket van woorden. Het heeft onze taal deels op slot gedaan. Zelfs de Lutherse vertaling is voor de Duitsers beter te begrijpen dan de Statenbijbel voor Nederlanders.’

‘Bovendien is onze maatschappij in korte tijd compleet veranderd en daar hoort een andere manier van communiceren bij,’ vervolgt Verburg. ‘Neem bijvoorbeeld de ontwikkelingen in het medisch vakgebied, waar zich een vergelijkbaar proces afspeelt. Mijn oma kreeg vroeger in de spreekkamer bij de huisarts een hoop onbegrijpelijke Latijnse termen naar haar hoofd geslingerd en in een gesloten envelop een recept mee voor de apotheek. Dat accepteerde zij, want voor de huisarts had ze enorm ontzag. Daar hoef je bij mijn dochter niet mee aan te komen. Die wil begrijpen waar de arts het over heeft en wat er gaat gebeuren.

Als we dit vertalen naar de rechtspraak, zien we in onze geïndividualiseerde maatschappij dat de burger wil dat de rechter in hem (of haar) is geïnteresseerd. Daarbij hoort persoonlijke communicatie.’ Volgens Verburg betekent dit dat togadragers uit hun ivoren toren moeten afdalen en zorgen dat de burger begrijpt waar ze het over hebben. Dus: schrijven in toegankelijk taalgebruik zodat het ook voor niet-juristen goed te volgen is.

Luiheid

Deze vertaalslag hebben veel juristen nog niet gemaakt. Verburg: ‘Ik zie advocaten in de rechtszaal in wollige negentiende-eeuwse pleitnota’s toveren met woorden en strooien met jargon. Dan denk ik: begrijp je het eigenlijk zelf wel? Juridisch complexe vaktaal wordt gebruikt om onmacht te verhullen en is een vorm van luiheid. Het is soms vaagheid troef: hoe ingewikkelder hoe indrukwekkender het lijkt. Eigenlijk schrijven de beste juristen de eenvoudigste teksten.’

Van Roest vult aan: ‘Wat betreft rechtszaken denk ik dat het een goede ontwikkeling is dat de Raad voor de rechtspraak per 1 april heeft besloten om processtukken bij hoven te limiteren tot maximaal 25 pagina’s. Advocaten worden op die manier gedwongen om zo effectief mogelijk hun verhaal op te schrijven. Dat komt de toegankelijkheid ten goede. Er wordt nog veel te veel gewauweld.’

Jeukwoorden

Al in 1912 constateerde een taalcommissie van de Nederlandse Juristen Vereniging dat de rechtstaal te lange ingewikkelde zinnen bevatte en te moeilijke woorden. Toen al vond men woorden als ‘mitsdien’, ‘behoudens’ en ‘voorts’ verouderd. Tegenwoordig komen we in juridische teksten nog steeds dergelijke ouderwetse woorden tegen. Denk aan: derhalve, met rede, voornoemd, de dato, c.q., mitsdien, generlei of onderwerpelijk. Dodelijk voor de leesbaarheid en eenvoudig te vervangen door hedendaagse woorden.

In 2020 deden Kees van den Bos, hoogleraar Empirische Rechtswetenschap en Sociale Psychologie aan de Universiteit Utrecht (UU), en Stephan Grimmelikhuijsen, universitair hoofddocent Publiek Management (Bestuurs- en Organisatiewetenschap) ook aan de UU, een experiment om te achterhalen welke type informatie de zogeheten punitiviteitskloof zou kunnen helpen verkleinen. Een deel van de deelnemers aan het onderzoek kreeg de oorspronkelijke veroordeling te zien, het andere deel een herschreven versie met verklarende informatie over de procedures en hoe de beslissingen tot stand waren gekomen. In het laatste geval bleek dat het publiek beter begreep hoe rechters tot hun beslissing waren gekomen. Uit ouder onderzoek blijkt dat het vereenvoudigen van alleen al de schrijfstijl van strafvonnissen (kortere zinnen, hedendaags taalgebruik) de leesbaarheid van de vonnissen enorm verbetert.

‘Er is nog relatief weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het thema begrijpelijke uitspraken,’ vertelt taalwetenschapper en taaltrainer Geerke van der Bruggen (40). Ze doet sinds twee jaar promotieonderzoek naar begrijpelijkheid van rechterlijke uitspraken (Geesteswetenschappen en Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Utrecht). ‘Het is een van de redenen dat ik de handschoen heb opgepakt en een promotieonderzoek ben gestart. Ik zie gelukkig wel dat het thema populairder wordt. Allerlei studenten, van zowel taalkunde als rechtsgeleerdheid, zijn bezig met experimenten.’

Jip en Janneke

Het waren juristen bij haar taaltrainingen die haar motiveerden om in het onderwerp te duiken. ‘Als ik techneuten trainde, waren die heel blij met mijn tips voor toegankelijk schrijven. Juristen gingen (en gaan) daarentegen altijd de discussie aan. Het is een groep die enorm bezig is met taal. Maar juristen zeggen bijna unaniem dat ze niet toegankelijk kúnnen schrijven. Toen dacht ik: waarom eigenlijk niet? Blijkbaar is de taal van het recht behoorlijk losgezongen van de taal van de burger. Die voelt zich niet meer aangesproken en dat is kwalijk, want het ondermijnt het vertrouwen in de rechtspraak. Er ontstaan te vaak misverstanden tussen wat juristen denken te zeggen en wat de ander hoort.’

Moeten juristen dan allemaal gaan schrijven in jip-en-janneketaal? Daar gaat het rechter Verburg niet om. ‘Het helpt al wanneer een advocaat of een rechter zich realiseert wie de lezer is. Het is verleidelijk om in vakjargon een wollige Legalese denktekst te maken. Maar uiteindelijk schrijven alle juristen voor een breed publiek. Als ik training geef, zeg ik altijd: richt je op de minst ingevoerde groep. In de mondelinge communicatie lukt het advocaten en rechters wel om teksten uit te leggen. Sterker nog, ik hoor rechters vaak zeggen: “De advocaat kan het toch aan zijn cliënt uitleggen?” Ik denk dan: waarom stel je de tekst niet zo op dat de cliënt het ook meteen begrijpt? Die staat gemiddeld maar één keer in zijn leven voor een rechter.’

Doelgroep

Bedenk wie je lezer is! Begin met een inleiding en schrijf in een structuur, indeling en opbouw. Heel belangrijk: gebruik tussenkopjes en witregels. Het vergroot de scanbaarheid van een tekst.
Even logisch nadenken hoe je het zou zeggen als iemand tegenover je staat, kan al een hoop helpen. André Verburg: ‘Je mag hopen dat een advocaat als zijn partner thuis vraagt “die handdoek” aan te geven, niet reageert met de woorden “bedoel je de onderhavige handdoek?” Lees je tekst hardop voor. Als je buiten adem raakt, is er wat mis.’

Van der Bruggen noemt het de vloek van de kennis waar juridische experts mee kampen. ‘Niets is lastiger dan het niveau van de ander inschatten. Maar het kan al enorm helpen goed naar de opbouw van een tekst te kijken en een goede structuur aan te brengen. Pleitnota’s en rechterlijke uitspraken zijn nu nog erg trechtervormig geschreven, met de kern van het verhaal pas op de laatste pagina’s. Terwijl lezers een piramideopbouw beter begrijpen. Dus eerst de kern samenvatten (waar gaat de tekst over en welke vraag staat centraal) en dan pas uitgebreid de argumenten weergeven. De lekensamenvatting in het Urgenda-arrest van de Hoge Raad was in dat opzicht een historisch moment.’

Klare taal

Er zijn meer hoopvolle initiatieven gaande, zoals de Klare Taal Bokaal en de projecten Helder Recht (Hoge Raad) en Heerlijk Helder (Raad van State). Volgens advocaat Van Roest is er ook in de advocatuur een omslag gaande. ‘Die is in 2006 ingezet na de ophef rond Nederlandse beleggingsverzekeringen: de woekerpolisaffaire. Deze beleggingsverzekeringen waren duur en heel complex. In verschillende rechtszaken zijn banken en verzekeraars op de vingers getikt. Het heeft hen wakker geschud: je loopt als bedrijf ook risico als klanten je producten niet begrijpen. De algemene hypotheekvoorwaarden van bijvoorbeeld ABN AMRO zijn tegenwoordig door hun advocaten een stuk leesbaarder opgesteld. En dit sijpelt door naar andere bedrijven. Neem chocoladeproducent Tony’s Chocolonely. Die heeft voor werknemers samen met arbeidsrechtadvocaat Daniël Maats van Bruggink & Van der Velden de arbeidsvoorwaarden teruggebracht tot twee leuk uitziende, vrolijk vormgegeven én juridisch dichtgetimmerde pagina’s. Het is een uitdaging voor advocaten om het recht en de wet goed en toegankelijk uit te leggen. Niet alleen aan cliënten maar ook om de rechter te overtuigen.’

Online hulptools

Er bestaan (online) tools om de leesbaarheid van een tekst te meten, zoals GridLine. De algoritmes van deze online softwareprogramma’s kunnen een ondersteuning zijn om een tekst op leesbaarheid te scannen, maar zijn zeker niet feilloos. Zo oordeelde het programma Texamen, op verzoek van Carel Jansen, hoogleraar communicatie- en taalwetenschappen, dat een tekst van Pinkeltje slechts voor vijftien procent van de volwassenen te begrijpen was.

Verburg: ‘Ik merk dat de rechtspraktijk steeds meer het belang van begrijpelijke taal inziet. Maar we zijn er nog lang niet. Rechters en griffiers doen hun werk vanuit een passie voor het vak. Als je dan achter het toetsenbord gaat zitten, is toegankelijk schrijven nog knap lastig. Bovendien liggen er twintig zaken op je bureau die af moeten en dan val je snel terug op het Legalees. Toch ben ik ervan overtuigd dat goede en duidelijke communicatie als een vliegwiel werkt; als je het vaker doet, wordt het steeds gemakkelijker.’

Taalwetenschapper Geerke van der Bruggen tot slot: ‘Iedereen wordt blij van goede en duidelijke communicatie. Uiteindelijk is de rechtspraak van ons allemaal.’

Een paar schrijftips

  • Vermijd tangconstructies waarbij woorden die bij elkaar horen worden gescheiden door een stuk tekst. Voorbeeld van een tangconstructie: ‘Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt dat de elementen, waarvan op voorhand niet kan worden uitgesloten dat zij relevant zijn voor de beoordeling nu zij voorkomen op de lijst Potentiële risicofactoren in het kader van de beoordeling van zorgcapaciteit, voldoende in de afweging zijn betrokken.’ Beter is om de zin op te knippen in kortere stukken.
  • Vermijd passieve zinnen. In een passieve, lijdende zin (zoals deze) wordt gebruikgemaakt van het werkwoord worden (soms zijn). Voor de leesbaarheid is het beter zinnen actief te maken door aan te geven wie de relevante speler is en wat die doet. Voorbeeld: door verdachte wordt beweerd. Beter: de verdachte beweert.
  • Juristen maken graag zelfstandige naamwoorden van werkwoorden. Stellen wordt stelling, toewijzen wordt toewijzing, betogen wordt het betoog, veroordelen wordt veroordeling. Lezers hebben hier moeite mee.
  • Pas op met dubbele ontkenningen, ook populair onder juristen. Denk aan niet onredelijk, niet ten onrechte. Lezers raken daardoor gemakkelijk de draad kwijt en haken af.

(bronnen o.a. Onze Taal, André Verburg en Geerke van der Bruggen)

zwart-wit-daphne-

Daphne van Dijk

Freelance journalist

Profiel-pagina
Advertentie