diana hopmans
Diana Hopmans Beeld door: Jiri Büller

Een formulier van een kind in het dossier van een ander kind. Een aan drugs verslaafde vader die was opgenomen in een dossier, maar tijdens de rechtszitting helemaal niet de juiste persoon bleek te zijn. Het zijn twee voorbeelden van fouten in recente ots-zaken van minderjarigen waar Hopmans mee te maken kreeg.

De Rotterdamse advocaat was als ervaringsdeskundige betrokken bij het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) over de toekomst van de jeugdbescherming. Uit het onlangs gepubliceerde rapport blijkt dat de rechtspositie van kinderen én ouders moet verbeteren wanneer ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing dreigt. Kinderen en hun ouders verdienen daarnaast bijstand van een gespecialiseerde advocaat. Verder hebben ze recht op ‘tijdig, onafhankelijk en kwalitatief goed onderzoek’.

De Jeugdbescherming moet volgens de RSJ beter luisteren naar de kwetsbare kinderen en de ouders voor wie ze zorg draagt. Bij veel ouders leeft de klacht dat kinderrechters hun kinderen ten onrechte uit huis plaatsen. Ondeugdelijke jeugdbeschermingsrapporten vormen daarvoor de basis. Ouders die tegen zo’n beslissing ingaan, trekken nogal eens aan het kortste eind.

Hopmans heeft dat de laatste jaren aan den lijve ondervonden in haar praktijk. Ze ziet geregeld dat er fouten sluipen in rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming waar ots-zaken mee starten. ‘Het gaat dan om feiten waarvan ouders zeggen dat ze niet correct zijn. Als advocaat heb je de taak ervoor te zorgen dat de juiste feiten en omstandigheden worden opgenomen in het raadsrapport, want iedere keer als er verlenging of een andere procedure start, speelt zo’n rapport een rol.’

De jeugdrechtadvocaat ziet dat fouten vaak niet worden gecorrigeerd. Om zaken te corrigeren en de belangen van het kind te behartigen, is volgens haar een jeugdrechtadvocaat essentieel. Daarnaast speelt dat gedurende een procedure jeugdhulpverleners of rechters worden vervangen. ‘Het systeem is niet waterdicht en we blijven vastlopen op dezelfde tekortkomingen die heel frustrerend zijn voor iedereen. De advocaat maakt als enige de gehele procedure mee, tenzij de ouder van het kind gedurende de rit voor een andere advocaat kiest.’

Vechtscheidingen

Jaarlijks krijgen rond de tienduizend kinderen te maken met een ondertoezichtstelling. Hiermee wil de rechter kinderen beschermen die in hun ontwikkeling worden bedreigd of in een onveilige situatie zitten. Het gaat onder andere om kinderen van gewelddadige of verslaafde ouders, of ouders in een vechtscheiding. Hopmans ervaart in haar eigen praktijk dat ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen in toenemende mate voortkomen uit vechtscheidingen. ‘Landelijk gezien komt het merendeel van de ots-zaken voort uit complexe scheidingen. Dat is een grote zorg en levert een eigen extra problematiek op. In zo’n zaak worden in de Rotterdamse praktijk twee jeugdbeschermers aangesteld wat zorgt voor nog langere wachtlijsten. Alle systemen lopen vast.’

Daarnaast neemt de problematiek rondom het omgangsrecht bij complexe scheidingen toe. De Hoge Raad heeft bepaald dat rechters er alles aan moeten doen om het contact tussen het kind en beide ouders te herstellen. ‘Bij vechtscheidingen is er vaak maar contact met één ouder. Wanneer een zaak eenmaal bij de rechter is en er wordt een onderzoek voor ondertoezichtstelling gestart, krijgt een gezin te maken met verschillende wachtlijsten en verloop en tekort aan personeel binnen het hulpverleningscircuit. Vaak duurt het een jaar voordat er iets gebeurt en al die tijd ziet een kind één ouder niet. Als advocaat zie je dat aan. Het is heel frustrerend en zorgelijk.’

Centrale aansturing

Dat het anders moet, is volgens Hopmans duidelijk. ‘Het is een gegeven dat sinds de overheveling van de jeugdzorg van de Rijksoverheid naar de gemeenten in 2015 de doelstellingen niet gehaald zijn. Het doel was toentertijd om minder ots’en en minder uithuisplaatsingen te bewerkstelligen. Dat is allebei niet gelukt. Integendeel, die nemen nog steeds toe. Het hele systeem laat te wensen over. Kinderen krijgen niet de rechtsbescherming die ze zouden moeten krijgen en dat merkt iedereen die erbij betrokken is.’

De verantwoordelijkheid voor de jeugdbescherming zou volgens de RSJ weer alleen bij de Rijksoverheid moeten komen te liggen. Hopmans: ‘Er zijn nu te veel verschillende invullingen. Er zijn zelfs verschillen in aanpak tussen wijken in gemeenten. Er moet vanuit een centraal punt aansturing komen, zodat alle gemeenten volgens dezelfde methodiek en regels werken. Dat zal in ieder geval tot verduidelijking leiden.’

Daarnaast zou een vast team per zaak het beste zijn. De vraag is alleen of dat van de grond kan komen. ‘De belangrijkste spelers in het spel wisselen te veel. Dat kan en moet beter, maar daar ligt een behoorlijke kluif. Het verloop en tekort aan personeel in de jeugdzorg maken het heel lastig. Eén vaste jeugdbeschermer in een zaak zou al een hele winst zijn.’

F3I2124-kleiner

Francisca Mebius

Redacteur

Profiel-pagina
Advertentie