De lokale dekens, die de tuchtklachten tegen advocaten onderzoeken, krijgen ook regelmatig te maken met klachten over hun eigen functioneren – in 2023 beoordeelden de raden van discipline er twintig, zo blijkt uit een staatje in het jaarverslag.

Als dergelijke klachten binnenkomen, moet de voorzitter van het Hof van Discipline ze ter behandeling doorzenden naar een deken in een ander arrondissment, schrijft artikel 46c lid 5 Advocatenwet voor. Maar in september 2023 vertikte de voorzitter dat, in een beslissing over drie klachten van twee advocaten tegen de deken in Limburg. De klagers gebruikten volgens de voorzitter het klachtrecht als uitlaatklep voor persoonlijk ongenoegen over de manier waarop de deken zijn taken uitvoerde. Daarvoor is het klachtrecht niet bedoeld; dat dient de waarborging van de kwaliteit van de beroepsgroep. De klagers maakten volgens de voorzitter misbruik van het klachtrecht. Een poging om overbelasting met nonsens-zaken te voorkomen, ongetwijfeld. Maar wel eentje die hard onderuit gaat.

De advocaten stuurden de voorzitter een e-mail waarin ze hem in overweging gaven de beslissing in te trekken. Volgens hen was sprake van schending van fundamentele rechtsbeginselen. Deze e-mail werd door het Hof van Discipline aangemerkt als verzetschrift. Een grote stap, vooral omdat de wet tegen zo’n ’46c lid 5′-beslissing helemaal geen rechtsmiddel openstelt. Het hof is echter met klagers van oordeel dat niettemin verzet mogelijk is als de rechter ten onrechte artikel 46c lid 5 buiten toepassing heeft gelaten.

Uitzonderlijk

Klagers zijn dus ontvankelijk en ze krijgen ook gelijk dat de voorzitter niet de vrijheid had doorverwijzing te weigeren. Zo’n weigering op grond van misbruik van procesrecht/klachtrecht kan slechts in ‘hoogst uitzonderlijke gevallen’, aldus het hof, temeer omdat de klacht op dat moment nog niet is onderzocht. En daarbij moet de voorzitter elke klacht apart op zijn merites beoordelen.

Weigering kan bijvoorbeeld bij het herhaaldelijk indienen van kennelijk ongegronde of kennelijk niet-ontvankelijke klachten tegen dezelfde advocaat/deken. In dit geval had de voorzitter wel gekeken naar eerdere klachten van deze advocaten tegen de deken, maar eentje (tegen een voorganger) was juist gegrond verklaard (ook in appel), drie andere waren door klagers uiteindelijk niet doorgezet en twee andere liepen nog.

Dat klachten op het eerste gezicht kansloos geneuzel lijken is onvoldoende om misbruik van procesrecht/klachtrecht aan te nemen, zegt het Hof, die de klachten verwijst naar de deken in Gelderland.

 

Advertentie