Mr. X trad op voor een werkgever die een verstoorde arbeidsrelatie had met een werknemer. Mr. X kende de werknemer, hij had voor hem opgetreden in een strafzaak en wist dat de man kampte met alcohol- en drugsproblematiek.

Mr. X stelde een concept-beëindigingsovereenkomst op en belde daarover met de werknemer. Die wilde zo’n overeenkomst wel sluiten, maar wenste aanpassingen van het concept.

Een maand later zat de werknemer ziek thuis. Mr. X en de werkgever probeerden hem te bellen, maar kregen geen contact. Dan gaan we wel even langs, besloten de heren.

De directeur verklaarde later dat ze de werknemer uit bed belden. Of ze toestemming kregen om naar binnen te gaan, daarover lopen de lezingen uiteen. Ook over wat er in de woning gebeurde trouwens.

Volgens de werknemer zag hij meteen dat gewenste wijzigingen niet waren doorgevoerd en had hij gevraagd of ze het concept wilden achterlaten zodat hij het rustig kon lezen, eventueel met zijn advocaat. Mr. X en de werkgever zouden dat hebben geweigerd en gezegd hebben dat hij meteen moest tekenen.

Volgens mr. X waren ze langsgegaan omdat onduidelijk wat de werknemer precies wilde. De werknemer had mensen bedreigd en problemen veroorzaakt bij opdrachtgevers, daarom had de werkgever erop aangedrongen dat mr. X meeging. Toen mr. X zei dat er bij gebreke van een beëindigingsovereenkomst een procedure zou volgen, had de werknemer hem aangevlogen; de directeur had tussenbeide moeten komen, aldus nog steeds mr. X.

De werknemer klaagde over het bezoek van mr. X bij de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden. Die legde mr. X een voorwaardelijke schorsing van vier weken op. Verzwarende omstandigheden: mr. X had eerder berispingen gekregen, hij wist dat de werknemer in een eerder conflict met zijn werkgever door een advocaat was bijgestaan én hij had hem zelf eerder in een strafzaak bijgestaan.

Mr. X gaat in beroep, maar ook het Hof van Discipline oordeelt dat een advocaat in een situatie als deze niet onaangekondigd bij iemand voor de deur mag staan. Alleen daarvan gaat al een dwingende werking uit. Door te dreigen met een ontbindingsverzoek had mr. X de druk nog eens opgevoerd. En dat terwijl hij wist dat de werknemer ziek en kwetsbaar was. Mr. X had zich moeten realiseren dat de werknemer mogelijk niet in staat was zijn eigen belangen te verdedigen.

Mocht mr. X eigenlijk überhaupt wel optreden tegen deze ex-cliënt? Dat was geen onderdeel van de klacht. Een toets aan gedragsregel 15 ontbreekt dus. Je ziet er alleen iets van terug in de overwegingen van de raad over de zwaarte van de maatregel.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie