Elisabeth Grunberg was destijds een van de eerste ‘16h-advocaten’ in Nederland. Ze was al advocaat in Parijs, maar haar man kreeg een baan in Nederland. ‘Ik verhuisde mee. Dat jaar werd de EU-verordening voor advocaten van kracht. Ik mocht me inschrijven bij de NOvA en kon aan de slag bij de French desk van NautaDutilh.’
Volgens de verordening, vastgelegd in artikel 16h en verder van de Advocatenwet, mogen advocaten in het Europa zonder grenzen zich onder voorwaarden ook in andere lidstaten vestigen. Ze mogen zich echter geen advocaat noemen, maar moeten de beroepstitel voeren uit het land van herkomst. Om die reden worden ze ook aangemerkt als ‘home title advocaten’. Grunberg noemt zich nog steeds avocat, ook al spreekt ze inmiddels vloeiend Nederlands. Ook werkt ze veel samen met Nederlandse advocaten. ‘Ik heb nu een eigen kantoor in Den Haag, Pont Neuf Advocatuur. Ik richt me op het Franse civiel- en handelsrecht. Nederlandse advocaten verwijzen cliënten vaak naar mij door bij complexe zaken met vastgoed of incasso’s in Frankrijk.’
