‘”Johan,” zei mijn cliënte toen ze tegenover me zat. “Ik moet je wat zeggen. Ik heb het er met mijn zus over gehad en zij vond dat ik het aan jou moest vertellen. Ik ben verkracht in de gevangenis.”

Tussen 2011 en 2013 had mijn kantoor­genoot cliënte bijgestaan omdat ze verdacht werd van betrokkenheid bij moord/​doodslag. Cliënte zat vijfenhalf jaar vast en werd uiteindelijk na cassatie vrijgesproken. In 2020 stond ze wederom bij ons op de stoep. Ze had geen recht op schade­vergoeding voor de tijd dat ze in detentie had gezeten, omdat ze wél veroordeeld was voor begunstiging. Alleen bij een volledige vrijspraak had cliënte recht op een – fikse – schade­vergoeding. De zes maanden die ze voor begunstiging had gezeten, stonden natuurlijk niet in verhouding tot de vijf jaar die ze onschuldig had gezeten. Of ik wilde onderzoeken wat de mogelijkheden waren. Ik had inmiddels een goede band met cliënte. In de tijd dat ze in de gevangenis zat, belde ze meerdere keren per week met mij. Als junior – ik was nog in opleiding – was ik daarvoor de aangewezen persoon binnen kantoor. Het was dan ook vanzelf­sprekend dat ik haar in 2020 zou bijstaan. Terwijl ik civiel­rechtelijk naar de mogelijkheden zocht, kwam ze met deze mededeling.’

Lees verder in het septembernummer.

Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf

Freelance journalist

Profile page
Advertentie