In een civiele zaak omtrent een geschil over een handelsnaam verwees de advocaat van een van de partijen naar uitspraken van de Hoge Raad ten aanzien van het handelsnaamrecht, met vermelding van een ECLI-nummer. Volgens de rechtbank had geen van de aangehaalde arresten betrekking op het handelsnaamrecht. Sommige ECLI-nummers hoorden bij strafrechtelijke uitspraken, andere bestonden in het geheel niet.

Hoewel de rechtbank zich niet uitlaat over de herkomst van de spookarresten, lijkt het erop dat ze het resultaat zijn van een hallucinerend AI-programma. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde de betrokken advocaat dat een en ander te wijten was aan een probleem bij het converteren van een word-bestand naar pdf. Deze verklaring roept vragen op, concludeert de rechtbank, daarbij suggererend dat de advocaat mogelijk artikel 21 Rv heeft geschonden. Omdat de cliënt van de advocaat geen voordeel heeft gehad van de onjuiste voorstelling van zaken, laat de rechtbank de zaak verder rusten.

Advertentie