In mei hadden we de advocaat die eigen dickpics naar een cliënte stuurde; deze week legt mr. X naaktfoto’s van de wederpartij over in een procedure.

Dat kwam zo. Mr. X trad op voor een vrouw in een kort geding. Haar ex eiste omgang met hun toen twee jaar oude zoon tijdens de kerstdagen. Mr. X schreef in het verweerschrift: ‘Uit het raadsonderzoek blijkt dat de man seksueel is misbruikt in zijn jeugd. De droevige realiteit is dat slachtoffers van seksueel misbruik een verhoogd risico meedragen om op latere leeftijd zelf ook zedendelicten te plegen.’ Ook legde mr. X dickpics over die de wederpartij kennelijk aan een nicht van de vrouw had gestuurd.

De kortgedingrechter vond dit alles hoogst ongepast: ‘De voorzieningenrechter is niet bijzonder geïnteresseerd in ’s mans geslachtsdeel. Die piemel is ook totaal niet relevant voor de beoordeling van de vorderingen. Ook de impliciete suggestie van de moeder dat de vader een zedenrisico is (…) is werkelijk beschamend (…),’ stond in het vonnis.

De raad van discipline Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat als mr. X al gewag had willen maken van de foto’s, hij zich had moeten beperken tot een stelling, met de mededeling dat hij zo nodig bewijs kon tonen. Nu hadden overige procesdeelnemers ongevraagd en ongewild kennis genomen van onzedelijke afbeeldingen die niet in een civielrechtelijk kort geding thuishoren.

En mr. X mocht volgens de raad de zorgen van zijn cliënte over het misbruikverleden wel naar voren brengen, maar had dat op een minder verstrekkende manier moeten doen. Met de suggestie dat de wederpartij daardoor een zedenrisico vormde had hij zowel de wederpartij als misbruikslachtoffers in het algemeen ten onrechte en bewust in een kwaad daglicht gesteld.

Mr. X kreeg een berisping, maar ging in appel. Volgens hem was het noemen van de foto’s noodzakelijk om de zorgen van zijn cliënte te onderbouwen dat het gedrag van de wederpartij schadelijk zou kunnen zijn voor de ontwikkeling van hun zoon. Het misbruikverleden had hij genoemd om een verband met – het volgens hem bewezen strafbare feit van – de foto’s te leggen.

Het Hof van Discipline oordeelt dat mr. X zich had moeten realiseren dat het doorsturen van de foto’s voor de wederpartij kwetsend zou kunnen zijn. De foto’s waren volgens het Hof ook niet relevant voor waar het in het kort geding om ging – de concrete vraag of het kind veilig bij de vader kon zijn. Dat is dus iets anders dan de meer algemene zorgen van zijn cliënte over de invloed op de ontwikkeling van het kind. Mr. X kon de relevantie volgens het Hof op de zitting ook niet goed uitleggen.

In de passage van mr. X over het misbruik kon het Hof, ook in de context, niet iets anders lezen dan de suggestie dat het kind bij de vader niet veilig was – en dat zonder concrete aanleiding of grond.

Mr. X was lichtvaardig omgegaan met privacygevoelig materiaal en had de belangen van de wederpartij onnodig geschaad in een familierechtelijk geschil, waarin juist prudentie aangewezen is. Het blijft een berisping.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie