Volgens het WODC namen NCC en NCCA tussen 2019 en 2024 37 zaken in behandeling. Dat is niet alleen veel minder dan verwacht, de meeste zaken bleken bovendien lang niet zo complex als vooraf werd aangenomen. Relatief veel zaken betroffen een kort geding of een voorlopige voorziening.

Het WODC stelt daarnaast vast dat van de voorspelde groei evenmin veel terecht komt. Het verschil tussen verwachte en feitelijke instroom neemt jaarlijks zelfs toe. In 2024 werden in plaats van de verwachte 87 zaken, slechts elf zaken in behandeling genomen.

Het bestaansrecht van de NCC(A) is daarmee allesbehalve zeker, blijkt uit de rapportage. ‘De lage instroom van zaken roept de vraag op of de NCC(A) in voldoende mate in staat is om in de toekomst, als de NCC volledig ontwikkeld is, de reguliere handelskamers te ontlasten. Ook is nog onzeker of deze voorziening budgetneutraal kan worden aangeboden, wat een randvoorwaarde was bij de oprichting.’

Advocaten oordelen wel positief over de werkwijze en kwaliteit van de NCC. Volgens het WODC is de naamsbekendheid van de NCC weliswaar groot, maar tegelijkertijd komt de NCC momenteel in relatief weinig contracten terecht.

De NCC is opgericht voor het behandelen van complexe internationale handelsgeschillen. Daarnaast is de Netherlands Commercial Court of Appeal (NCCA) opgericht voor zaken in hoger beroep. Het Nederlands procesrecht is van toepassing, maar de voertaal is Engels. Bij de oprichting werd afgesproken om de NCC tien jaar de tijd te geven tot wasdom te komen. De tussentijdse evaluatie laat zien dat het onzeker is of alle ambities binnen de gestelde termijn gerealiseerd kunnen worden, aldus het WODC.

Advertentie