Mr. X is voorzitter van een stichting die zich richt op problemen met tweedehandsauto’s. De stichting verwijst zaken door naar zijn kantoor. Daar is hij de enige advocaat, met wel zestien paralegals.

De dienstverlening van mr. X is vergaand gestandaardiseerd. Op de kantoorsite staat dat er binnen 36 uur een sommatie gaat naar de autohandelaar. Voor deze ‘fase 1’ betalen cliënten € 499. Komt de autohandelaar niet over de brug, dan volgt ‘fase 2’: een dagvaarding. Daarvoor is de bedoeling te werken met een vaste prijs ‘voor het uitvoeren van het werk, niet voor het adviseren en vragen beantwoorden.’ Wie steeds contact opneemt, betaalt extra. U hoort wel van ons als er nieuws is.

De rechtbank deed meldingen bij de deken. Zo leverde mr. X ‘bewijs’ aan dat afkomstig was van de stichting waarvan hij zelf deel uitmaakte. Hij stuurde een aanmaning terwijl de desbetreffende auto al bij de garage stond ter reparatie, en een dagvaarding toen de klant alweer met de auto op vakantie was.

De deken trof in dossiers ellenlange, onbegrijpelijke opdrachtbevestigingen aan die geen inzicht gaven in de kosten. Adviezen over rechtspositie, kansen en risico’s ontbraken. Ingebrekestellingen waren onvoldoende zaakspecifiek. Processtukken voldeden niet aan de stel- en bewijsplicht waardoor zaken veelvuldig werden verloren. Concepten kregen cliënten niet te zien. De paralegals deden meestal het werk, zonder controle van mr. X.

Mr. X stond toevoegingscliënten soms eerst betalend bij of rekende veel te veel kosten. Hij wekte de indruk dat een procedure zo’n € 500 euro zou kosten, terwijl het in de praktijk een veelvoud was. In één zaak legde mr. X een enorme hoeveelheid beslagen die door de rechtbank als vexatoir werden aangemerkt.

Gebrek aan inzicht

Dit alles (en meer) legde de deken voor aan de raad van discipline Amsterdam. Daar verweerde mr. X zich met het argument dat hij met standaardisering de cliënt kosten wilde besparen. Hij gaf wel mondeling advies, zei hij.

Daarvan bleek echter niets uit de dossiers en bovendien moet een advocaat advies ook schriftelijk vastleggen, zo overwoog de raad. Mr. X ontmoedigde cliënten om vragen te stellen, terwijl van een advocaat mag worden verwacht dat hij zijn cliënten goed informeert. Het negatieve beeld werd bevestigd door twee klachten van cliënten, die tegelijk werden beoordeeld. Bovendien was mr. X al vaker terechtgewezen door de tuchtrechter, die hem aanraadde een cursus beroepsethiek te volgen.

De raad verklaarde alle bezwaaronderdelen gegrond. Mr. X had de kernwaarden deskundigheid en integriteit geschonden. Zijn verweer ter zitting was heel zwak. Hij wilde door op het ingeslagen pad en leek de nadelen daarvan voor de cliënt op de koop toe te nemen – een fundamenteel gebrek aan inzicht in de verantwoordelijkheden en verplichtingen als advocaat. De raad legt een schrapping op.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie