Mr. X stond een man en een vrouw bij die uit elkaar gingen. Hij diende namens beiden een verzoekschrift tot ontbinding partnerschap in bij de Rechtbank Limburg. Partijen probeerden mediation, maar dat mislukte. Toen zochten de twee ieder een eigen advocaat.

De advocaat van de vrouw vroeg aan mr. X of hij wilde regelen dat de rechtbank in Roermond de zaak zou verwijzen naar Zwolle, waar partijen woonden. Als mr. X zich had onttrokken, zou hij zich namens de vrouw stellen.

Mr. X antwoordde enkele dagen later dat hij contact had gehad met de rechtbank in Roermond en dat de zaak inderdaad zou worden doorverwezen.

Enige tijd later diende de advocaat van de vrouw een zogenaamd F-2 formulier in bij de rechtbank Limburg, waarin hij vraagt om doorverwijzing.

Vervolgens schrijft mr. X – helaas, helaas – aan de rechtbank in Roermond: ‘In bovenstaand dossier is de mediation beëindigd. Partijen hebben inmiddels ieder een eigen raadsman in de arm genomen en gaan verder procederen bij de rechtbank te Zwolle. Ik verzoek u dit dossier door te halen.’

Dat was geen onttrekking, maar intrekking. Daardoor moesten partijen een nieuw ontbindingsverzoek indienen in Zwolle. De vrouw liep hierdoor een half jaar toeslagen van de Belastingdienst mis.

Ze klaagt erover bij de raad van discipline Arnhem-Leeuwarden.

Mr. X erkent dat hij de fout heeft gemaakt. En die fout is, zegt de raad, tuchtrechtelijk verwijtbaar. De klacht is dus gegrond en in beginsel acht de raad een waarschuwing gepast.

Maar de tuchtrechter legt die niet op. Mr. X had de fout erkend en uitgelegd dat het kwam door een verkeerde interpretatie van het formulier. Hij had zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar op de hoogte gesteld en de verzekeraar ging uitbetalen. Vanwege de correcte afhandeling van de fout en het feit mr. X niet eerder een maatregel kreeg opgelegd, blijft het bij een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.

Je fout erkennen, tijdig de verzekeraar inschakelen – het kan je zo een maatregel schelen dus. En vergeet ook niet dat excuses soms wonderen doen, zoals in 2010 in het Advocatenblad beschreven: ‘Wie in de Kapsalon van de De Zeven Hoofdzonden geschoren wordt, kan maar beter stilzitten. (…) De advocaat die deemoed toont en excuses maakt aan eenieder die er ook maar iets mee te maken heeft, kan in plaats van een klacht bloemen of een fles wijn krijgen, van een cliënt die blij is een mens achter zijn advocaat te hebben gevonden. Nederigheid is een deugd waartegenover vele zonden verbleken.’

 

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie