Mr. X: ‘Het meest bizarre aspect van deze zaak (…) is toch het feit dat de woning van cliënt pas op 7 oktober werd doorzocht…een maand na de vondst van het lichaam. Daardoor ontstaan meerdere problemen tijdens het onderzoek.’

Journalist: ‘De grote vraag is: waarom?’

Mr. X: ‘Inderdaad. Enkel de OvJ kan dit beantwoorden. Tactisch gezien is het desastreus. Hadden ze hem eerder aangehouden dan hadden ze meer bewijs gevonden (citeer me daar niet op).’

Journalist: ‘Hij heeft sporen gewist? Zich ontdaan van spullen?’

Mr. X: ‘Het tweede. Bel me morgen maar.’

Dit komt uit een WhatsApp-conversatie tussen mr. X en een journalist, enkele dagen voor een strafzitting. Hij bood bij die gelegenheid ook aan om de journalist alvast een kopie van zijn pleidooi te sturen.

Verder had mr. X voor die zitting een WhatsApp-gesprek met een zekere R, die hem schreef: ‘Goed pleidooi trouwens. Vanochtend helemaal doorgelezen.’

De cliënt klaagde dat mr. X de geheimhoudingsplicht had geschonden door zonder zijn toestemming vertrouwelijke informatie te delen met een journalist en door die journalist en R voor de zitting zijn pleitnota te sturen.

Mr. X verweerde zich: volgens hem ging het niet om vertrouwelijke informatie en had de cliënt hem toestemming gegeven om met de pers te praten. Op schrift, alleen kon hij niet meer bij het dossier omdat hij een conflict had met zijn toenmalige kantoor.

Maar na terugverwijzing door de raad van discipline ‘s-Hertogenbosch naar de deken, onderzocht de deken het dossier en trof daarin niets aan wat op toestemming wees.

Al noemde mr. X het onderzoek onzorgvuldig, de raad zag geen aanleiding hem daarin te volgen. Volgens de raad voldeed hij niet aan het toestemmingsvereiste, een van de voorwaarden om vertrouwelijke kennis naar buiten te brengen, naast dat de opgedragen taak het moet rechtvaardigen en het in overeenstemming moet zijn met de goede beroepsuitoefening (Gedragsregel 3).

Maar betrof het wel vertrouwelijke informatie? Ja, zegt de raad. Volgens klager was de informatie op eerdere zittingen niet naar voren gekomen, en mr. X had daar onvoldoende tegenover gesteld. Hoe de mededeling dat zijn cliënt bewijs had weggemaakt zou kunnen bijdragen aan positievere beeldvorming was de raad een raadsel.

Mr. X had de kernwaarde vertrouwelijkheid en gedragsregel 3 geschonden door tegen de journalist uit de school te klappen en R de pleitnota te sturen. Hij krijgt een schorsing van twee weken voorwaardelijk, maar heeft de advocatuur inmiddels al verlaten.

Trudeke

Trudeke Sillevis Smitt

Freelance redacteur

Profile page
Advertentie