Een groep advocaten, onder ander verenigd in Advocaten voor Vrede, dringt al geruime tijd aan op een baliebreed standpunt over de handelswijze van Israël in Gaza. Eind mei vroegen 430 advocaten de NOvA per brief zich als beroepsorganisatie uit te laten over de ‘uiterst zorgwekkende situatie in de Palestijnse gebieden, in het bijzonder de humanitaire crisis in Gaza’.  Ook werd verzocht de kwestie te agenderen bij de CCBE (Council of Bars and Law Societies of Europe). De briefschrijvers verwezen daarbij naar de ontwikkelingen in de VS en de oorlog in Oekraïne, waarbij de NOvA de standpunten van de CCBE onderschreef.

Niettemin besloot de algemene raad van de NOvA zich niet namens de gehele
advocatuur te willen uitspreken over de ‘politieke situatie’ in Israël en Gaza. Volgens de algemene raad is er – anders dan in het geval van de VS en Oekraïne – geen directe link met de Nederlandse advocatuur en daarom ‘geen taak weggelegd voor de NOvA’.

In reactie op de afwijzing besloot een aantal briefschrijvers een petitie op te stellen, waarin de NOvA op grond van artikel 37 van de Advocatenwet wordt verplicht een vergadering uit te schrijven. Die petitie werd ondertekend door 343 advocaten, waarmee het criterium van vijftig handtekeningen ruimschoots werd gehaald. De initiatiefnemers willen dat de vergadering besluit als beroepsgroep de verklaring van de  mensenrechtencommissie van de FBE te onderschrijven.

De vergadering vindt plaats op 30 oktober in Den Haag. Volgens de NOvA betreft het een besloten bijeenkomst. ‘Het is een vergadering voor en met advocaten die ingeschreven staan op het tableau en die zich voor deze vergadering hebben aangemeld. Het biedt alle aanwezigen de vrijheid om hun eigen standpunten te verwoorden en daarover met elkaar het gesprek aan te gaan’, aldus een woordvoerder. Hoeveel advocaten zich hebben aangemeld is niet bekendgemaakt.

Advertentie